De Moriaen met de Papegay

Dirk Arnoud Dirk Teulings

koopman en bankier te ‘sHertogenbosch,

1570-1630

2013-06-12_08-42-43

– De geldkist van Diercken Artsse Tuelinck 
– Het geheim van De Papegaij op de Markt
– De Papegaij en de Moriaen
– Een fundamenteel bouwkundig onderzoek
– wordt vervolgd

Links het voorhuis ‘In den Papegay’ (1513), rechts het (herbouwde) stadskasteel ‘de Moriaan’ (1215) aan de Markt van ‘s-Hertogenbosch. In 1624 bezit en bewoont Dierck Aert Dierck Tollincx met zijn gezin het huis ‘In den Papegaij’ .

◊◊◊

De geldkist van Diercken Artsse Tuelinck

Op 1 Augustus 1629 begeeft een zware delegatie van het stadsbestuur zich naar de overkant van de Markt en meldt zich bij het huis van Diercken Artsse Tuelinck, genaamd “In den Papegaij”. Daar wordt een geldkist geopend en de inhoud geconfiskeerd. Het gaat om een bedrag van 121 gulden. De geldkist blijkt door de pastoor van Esch, Caspar van der Herstraten (1) bij Arnoud in bewaring gegeven. Het is oorlog. De stad wordt al sinds April belegerd. Er moet snel honderd duizend gulden bijeengebracht worden. De verdediging kost veel geld. Voor de ontvangst van het geld wordt een schuldbrief uitgegeven. Diezelfde week wordt zo nog bij 16 andere inwoners geld en zilver opgeeist. Maar al op 24 September ontvangt de pastoor zijn geld terug uit handen van de stadsrentmeester Maarten van Horenbeeck (2). De stad is tot overgave gedwongen.

De delegatie van stadsbestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de drie geledingen: de schepenen, de raadsheren en de dekens van de ambachten.

– voor de schepenen: Mr. Goyaert van Herlaer (3), schepen; Joncker Peter van Ghestel (4), en Mr Arnout van Broechoven (5), gezworenen;

– voor de raadsheren (oud-schepenen): Mr Bartholomeus Loeff van de Sloot (6), Mr. Geerart van Horenbeeck (7) en Mr Albrecht van Broegel (8);

– voor de ambachten: Goyaert Jansen, cooperslager (9), deken van het Smedenambacht; Peeter Gerartsse Vuchts, deken van de Gewantsnyders (10); Peter Huyberts, deken van het Loyersambacht (11); en Adriaen van Herlaer, deken van de Cremers (12).

Bron: Dagboek Belegering vam ‘sHertogenbosch, door den schepen Robbert van Voorne (13)

Voetnoten:

(1) Casper van der Herstraten/Herstraete is telg uit een Antwerps koopmansgeslacht, maar hijzelf woonde in zijn jonge jaren in ‘sHertogenbosch; Als pastoor van Esch maakte hij zich onsterfelijk door vijf maal op rij koning te worden van het schuttersgilde St. Willibrordus, en daarmee – zoals dat behoort – behangen met zilver tot Keizer te worden verheven.

(2) Maarten Aert Cornelis van Horenbeeck, stadsrentmeester  is veelzijdig koopman te ‘s-Hertogenbosch. Na de verovering van de stad in 1629, en de uitsluiting van katholieken zoekt hij gedwongen zijn toevlucht in Antwerpen. Hij en zijn nageslacht blijken zeer succesvol in de internationale handel. Zijn kleindochter Maria vsn Hoorenbeeke trouwt te Antwerpen met de rijke koopman Lodewijk du Bois, zoon van Egidius bij Maria-Catharina Tholincx, dochter van de zijdelakenkoopman Embert Tholincx bij Margaretha van Colen.  Embert Gijsbert Toelincx, de vader van deze Embert is geboren te ‘s-Hertogenbosch. Deze Gijsbert Toelinck verliet ‘s-Hertogenbosch al ten tijde van de eerste beroerten. Bij de beeldenstorm behoorde hij tot de aanhangers van de nieuwe religie. Maar na een kennismaking met Antwerpse Calvinistisch Stadsrepubliek keerde hij deze de rug toe en werd weer een – vrijzinnig – katholiek.

(7) Mr Geerart Arnoud Cornelis van Horenbeek is een broer van voornoemde Maarten. Hij is een van de belangrijkste schepenen uit het stadsbestuur in de decennia voor de verovering van  de stad , waar hij tussen 1610 en 1625 zes maal tot schepen wordt gekozen.  Hij is getrouwd met Margaretha Becx, de kleindochter van Margaretha Toelinck de dochter van de Bossche corencoper Albert Toelinck bij Margaretha de Cock/Cocx.

(13) Robbert van Voorn(e) schrijft op 30 Mei 1629:

    ‘Den 30 heeft den vyant seer met groff geschoten soo van Hintem als van Ortten, ende syn getelt tot nu toe 450 schoten, daervan, Godt loff, niemant en is gequetst, dan hebben door de huysen ende Ste. Peeters kercke geschoten en oock een schote op St Jans toren, doch heeft luttel schade gedaen.

    De stadt heeft geconsenteert, dat men 100,000 gulden soude opnemen ende daervoor rente vesten op het corpus deser stadt, om te hebben gelt in voorraed tot betaeling vande soldaeten. Daer hebben ettelycke ruyters vant’ secours haer gepresenteert, daerop den vyant 4 mael heeft geschoten.’

  • Bron: R. van Voorne, „Dagboek der belegering van ’s Hertogenbosch”, in: C.R. Hermans, Verzameling van oorkonden, betrekkelijk het beleg van ’s Hertogenbosch in den jare 1629, bd I (‘s-Hertogenbosch, z.j.)

Na de capitulatie werd een nieuw stadsbestuur samengesteld. Constantijn Huygens treedt op als raadgever en gelastigde van prins Frederik Hendrik. Twee van de drie geledingen van het stadsbestuur keren voorgoed niet terug in de magistratuur: de raadsheren (oud-schepenen) en de  dekens van de ambachtsgilden. In deze kringen zijn alleen katholieken te vinden, en geen aanhangers van de nieuwe religie.

Voor de vervulling van het ambt in de eerste geleding, de schepenen, gaat Constantijn Huygens op zoek naar uitgeweken Bosschenaren, die als aanhangers van de nieuwe religie elders een heenkomen hebben gezocht, en hun nazaten. Zij keren met een aanstelling op zak terug naar hun geboortestad.

Het Calvinisme had overwegend weerklank gevonden bij de kleine burgerij, uit de kring van de ambachten en locale kooplieden, middenstanders. Voor hen betekende de terugkeer een enorme promotie.

Na de massale uittocht van katholieke notabelen en rijke kooplieden was er een leegstand van vele patriciërshuizen. Voor zeer weinig geld kan een woning op stand worden betrokken. Al in de eerste week na hun benoeming tot schepen van de stad wordt – bij gebrek aan andere agendapunten – besluit de raad unaniem om de harde eiken schepenbanken met spoed te vervangen door geriefelijke ‘Spaanse Matten’,  leunstoelen’ met een rietmatten zitting. Aan achtergebleven bejaarde nonnetjes wordt opdracht gegeven tot het borduren van zachte kussens met het familiewapen, voor de meesten naar een ter plekke bedacht ontwerp. Omdat er geen markt meer is voor rijk geborduurde kazuifels vormt dit een welkome opdracht.

Voorts worden twee stadspensionarissen aangeworven, straffe ‘vreemdelingen’ die geen band hebben met de plaatselijke elite: Jan Gans, en Lazarus van Sonst, en van hetzelfde laken een pak, als hoogschout Willem van der Rijt. Zij vormen de top van het stedelijke bestuurlijke apparaat: Calvinistische ijzervreters, voorbeschikt voor een rol als stedendwinger. Jan Gans ontwikkelt zich in korte tijd tot vastgoedhandelaar in het groot, opkoper van talrijke door de Republiek geconfiskeerde kloosters en kerkgebouwen.

Als tegenhanger van dit duo wordt, bij interventie van Constantijn Huygens en met steun van de prins nog een tweetal oud-schepenen, ‘hoewell Roomsch Catholycq’, aan de raad toegevoegd, de bovengenoemde Robbert van Voorne en Jan Pelgrom. Het politiek evenwicht is hiermee hersteld.  Zij worden al snel in Den Haag gerapporteerd  als ‘paepssche regenten’ die onder meer op katholieke feestdagen weigeren deel te nemen aan de raadsvergaderingen. Mr Robert van Voorne is van 1629 tot 1634 als schepen actief . Het blijft een eenmalige geste. Een overgangsmaatregel. Voor zijn nakomelingen en verwanten is de kans op een bestuurlijke functie verkeken.

Het was zijn voorvader Jan Adriaen van Voerne die rond 1500 het huis de Papegaij aan de Markt aan het klooster Mariëndonk schenkt. Al in 1513 wordt het doorverkocht.

◊◊◊

Het geheim van De Papegaij op de Markt

Markt 87   gemeentelijk monument
“Een schilderachtig gezicht moet het geweest zijn, toen in 1598 bij de indrukwekkende uitvaart van Koning Philips II, de oude Voetboog stond aangetreden bij de Tralie (thans magazijn De Zon); de jonge Voetboog voor De Vijzel (thans firma Van der Meulen); de kleurige groep van den Hantboog voor dit huis, (De Papegaij); de Colveniers voor Den Engel (thans Litjens); eindelijk de Capiteinen en Lieutenanten met de Raadsheeren en ledige Raadsheeren voor Den Cop (thans Piet Mulders)”. (G. Moerkerk)
Bron: Mosmans, p150
De eerste gedachte die opkomt bij een huis dat De Papegaij heet is natuurlijk dat dit zijn naam dankt aan een uithangbord met daarop de afbeelding van een papagaai. Dat kan zo geweest zijn, maar ik denk dat we (daarnaast) te maken hebben met de aanduiding van een handelshuis, zo niet een wisselkantoor.  De Papegaij is ook de benaming voor een Formulier-boek waarin transacties werden vastgelegd, in twee – of meervoud die op de Markt hun beslag kregen, en Bank-vast werden gemaakt. De Papegaij verwijst dan naar het identieke karakter van twee of meer bewijzen, een voor de koper, en een voor de verkoper. Of een voor de crediteur en een voor de debiteur. Het Formulier-Boek bestaat uit een verzameling ‘voorbedrukte’ formulieren, zoals kwitanties, waar alleen nog namen en bedragen moeten worden ingevuld. De wisselbrieven en schuldpapieren kunnen zelf weer in het handelsverkeer worden ingebracht, door derden als betaalmiddel worden aangenomen. Er wordt dan gesproken van een Recommandatie, die gepaard gaat met een Endossering, een nieuwe handtekening op de rugzijde. 
Mr Willem van Alphen, secretaris van het Hof van Holland gaf in 1631 zijn eerste Papegaij of formulierboek uit, waarvan wel 6 drukken verschenen, de laatste in 1720. @at
Bron: Geschied- en rechtkundige verhandeling van de week- en jaarmarkten … Door Mr Jacobus Jaspersen Brasser, Leiden, 1792

◊◊◊

De Papegaij en de Moriaen

Uit een beschrijving van Sasse van Ysselt kunnen we afleiden dat het huis de Papegaij zich bevindt naast het bekende voormalige stadskasteel de Moriaan.

Henrick Donckers … koopman in den Bosch … werd na doode zijner ouders curator over hunne nalatenschappen en als zoodanig verkocht hij 23 Januari 1669 (Reg. n° 450 f. 275) aan Aert Goossens van Poederoyen van de Moriaan: een groten woonkelder met een huysken oft woningsken daarboven, staande aan de Markt onder en ter zijde van het huis de Moriaan en naast het huis de Papegaai en strekkende van de Markt tot aan den voorgevel van de Moriaan, welke kelder en woning toen in huur waren bij genoemden van Poederoyen en thans zijn het meerbedoeld huis, genummerd Markt 83 en 85 ; aan zich zelven verkocht hij in zijne voorschreven hoedanigheid in 1671 (Reg. n° 453 f. 511 v°) het overige van het eigenlijk huis de Moriaan ; dat werd alstoen gezegd te zijn: een huys, bestaende in twee woningen en het speelhuys, mitsgaders eenen voorkelder, uutcomende aen de gemeyne merct.

Bron: Sasse van Ysselt, De voorname huizen… p396

En op p399 volgt dan een uitvoeriger beschrijving van het huis, Markt 87, en zijn vorige eigenaren:

Gaande van het huis de Moriaan naar den Hoogen  Steenweg krijgt men aan zijne rechterhand eerst het hiervoren reeds meermalen vermeld huis, thans genummerd Markt 83 en 85 en dan het huis de Papegaai, thans genummerd Markt 87.  Dit laatste huis werd in 1513 (Reg. n° 109 f. 297) door den Pater van het destijds op de Uilenburg te den Bosch staand klooster Mariënburg, aan wien het was opgedragen door Jan van Voerne Adriaanszn, verkocht aan Maarten, den zoon van Gerrit Hugenszn ; het heette toen al in de Papegay. Joost de Bye Hermanszn als man van Elisabeth, dochter van Mathijs Stooters Lambertszn en weduwe van Jan Kemp Hendrickszn, verkocht het in 1565, — als wanneer het gezegd werd afkomstig te zijn van een van de Laerschot en te staan tusschen het huis van Goeswijn van Brecht en meer anderen ex uno en dat van Henrick Robben ex alio, en zich achterwaarts uit te strekken tot aan de Dieze, — aan den kramer Wouter, zoon van Boudewijn Hendrickszn (Reg n° 214 f. 158 v^°); van dezen erfde het Henrick Boudewijns, wiens vrouw was Jenneken Eelkens. Den 11 December 1624 (Reg. no 254 f. 307) verkocht Maria, dochter van Adriaan van Empel en weduwe van Peter Adriaanszn van Dinther, dat huis, hetwelk toen werd gezegd te zijn : een voorhuis, genoemd de Papegaay, met zijne kelders, plaats, zomerkeuken, middenhuis, andere plaats en achter- of brouwhuis, uitgaande in de Tolbrugstraat), aan Dierck Aertszn Toelinck. Deze had een zoon Aert Toelinck (of Tholincx), die van zijne vrouw Eusebia van Engeland had eene dochter Isabella Tholincx, de echtgenoote van Godefridus van der Sluyse, advocaat te Brussel, welke dit huis erfde ; haar zwager, de med. doctor Marcellus van der Sluyse, verkocht het voor haar 10 April 1675 (Reg. n° 455 f. 230 v’°) aan Adriaan van Schijndel, wijnkooper te den Bosch.

Bron: Sasse van Ysselt, oc p 399-400

Een fundamenteel historisch bouwkundig onderzoek

In een recente, uiterst gedetailleerde studie van de Rijksdienst voor Monumentenzorg, geredigeerd door A. van Drunen vind ik alle denkbare gegevens over de bouwhistorie en een laatste aanvulling op de bewonersgeschiedenis van De Papagay.
De Moriaen met de Papegaij
fig 1. Reconstructiekening
op kelderniveau van
de Papegay (voorhuis) en
de Moriaan, 16e eeuw
Bron: van Drunen, ‘sHertogenbosch van Straat tot Stroom, p184
Het oorspronkelijke perceel liep aan de achterzijde via een stenen brug tot over de Marktstroom door. Op het achtererf stond een stenen mansio; over de brug een stal. De zijmuur met de Moriaan was gezamenlijk bezit.

◊◊◊

In 1513 verkoopt het klooster Mariënburg dit gehele complex aan Maarten, de zoon van Gerrit Hugensz. Hoe dit in handen kwam van het klooster laat ik hier even buiten beschouwing.
Het pand is dan bij meerdere mensen in gebruik: de kramer Arnold Dirxs, de snijder of kleerkoper Jan Andriessen. In het cijnsboek van 1520 wordt Lambert van Laerschot voor het bezit van een deel van het pand aangeslagen. Hij betaald 1½ pond was en 1½ pond pepers voor het erf, en een geldbedrag voor een keldermond en trap vóor het huis en een brug achter het huis. (Was en peper zijn luxe goederen @at). Als hij in 1553 overlijdt betaalt de weduwe voor vijf schouwen, wat betekent dat er tenminste vijf verschillende bewoners op deze locatie wonen. Haar zoon woont dan in een deel van het pand , evenals Marieke Broes, die in de kelder leeft. In 1573 wordt de kramer Wouter Boudewijns of Bauwens vermeld, die het huis in 1564 in bezit heeft gekregen. Hij wordt daarin opgevolgd door Hendrik Boudewijns, vemoedelijk zijn zoon.

◊◊◊

In 1624 komt het huis in het bezit van Dierck Aert Dierck Tholinck. Het wordt dan omschreven als

‘een voorhuis, genoemd de Papegay, met zijn kelders, plaats, zomerkeuken, middenhuis, andere plaats en achter – of brouwhuis, uitgaande in de Tolbrugstraat.’

De genoemde elementen zijn op de Reconstructietekening (Fig. 1) duidelijk herkenbaar. De aanwezigheid van een brouwhuis roept de mogelijkheid op dat Dierck ook als brouwer actief was. Van een taveerne is echter in de bronnen geen sprake. Zijn voorouders zijn corencopers, en soms leidt dit ertoe dat zoons optreden als coopbrouwer: er wordt geïnvesteerd in een brouwerij, die wordt verpacht. De productie wordt verkocht aan taveernes in de regio. Het coopbrouwerschap is een manier om bij de soms sterk fluctuerende graanprijzen een zekere risicospreiding tot stand te brengen.

De Moriaen met de Papegaij 7

Om dezelfde redenen worden vaak een molen gekocht en vervolgens verpacht. Tussen middeleeuwse graan- bier- en meelprijzen bestaat wel een relatie maar geen directe prijselasticiteit. Er is altijd sprake van vertraagde effecten. Burgers in de stad en in de regio slaan tonnen bier en meel in huis op. Het aantal tonnen bier op voorraad opgeslagen in een huisgezin is een van de grondslagen voor de stedelijke belastingheffing, en zo tevens een door historici en stadssociologen veel gebruikte welstandindicator.

We mogen daarnaast niet vergeten dat een belangrijk deel van het economisch verkeer, ook in de eerste helft van de 17e eeuw, niet middels geld, maar via goederen (barter) tot stand kwam. De Tolinc/Tollinck/Toelinck/Tholincx/Teulings-familie is vanaf 1250 tot 1620 vooral als regionale en boven-regionale corencopers in ‘sHertogenbosch, Antwerpen, Amsterdam en elders (Venezia, Genua, Valencia, Sevilla, Londen, Riga en elders) actief waren. Het graan was niet alleen voedingsmiddel, maar ook een essentieel transactiemiddel. Renten, pachten en cijnzen werden jaarlijks afgerekend, en vaak in harde korenmaat. Graanpakhuizen waren de ‘geldkluizen’ van de Middeleeuwen. Dirick Aert Dirck Thollinck was van huis uit vertrouwd met de volatiliteit van de markt voor economische transacties.

4 reacties op ‘De Moriaen met de Papegay

  1. Bijdr PGNB 1918-I-38: SA Brussel.
    Liasse 473 doss 11: genealogie van HEUSDEN vd SLUYSE, HS stamboom, vermoed. dl v h fam.arch v GODFRIED v Heusden v d SLUYSE geb Besoyen, adv. te BRUSSEL x Isabella Tholinck uit den BOSCH. Hij bezat huis met leenhof te WAALWIJK.

    Like

    1. Dag Hans,
      Ja dat klopt. Het familiearchief is in mijn bezit, de stamboom is door twee kleinzoons van Isabella opgesteld. Houd me aanbevolen voor je waakse blik!
      Ad

      Like

      1. PS Is dit een vorm van publicatie die voor jou leesbaar en zinvol is? Ik ben nog aan het experimenteren. Ik heb het de afgelopen dagen een beetje bont gemaakt met al die kwartierstaten. Ik wil ook daar een beetje deze stijl aanhouden.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s