Goeswijn Toelinc (1423-1486) en de Steen van de Orthenpoort

Orthenstraat-huis-Ysselstein-Goeswinus-Toelinc-1

◊◊◊

In 1325 is sprake van een vrijstaand stenen huis met een leien dak, dat gestaan moet hebben juist binnen de Noordwest hoek van de stadsmuren, naast de oude Orthenpoort, ongeveer op de plaats van de huidige Orthenstraat n° 36. Er waren niet veel van dat soort huizen in de stad. Uit een latere afbeelding blijkt dat het huis is afgedekt met blauwe leisteen en aan de linkerzijde uitgebouwd met een toren. Dat betekent dat we te maken hebben met een ‘stadskasteel’, een versterkte woning, zoals die in deze tijd in verschillende Brabantse en Vlaamse steden ontstonden. Voor het gemak spreek ik daarom over de Steen van de Orthenpoort. Een naam die in de literatuur niet voorkomt, waarschijnlijk omdat de eigenaren kooplieden waren en geen jonkers. Pas enkele eeuwen later, als er voor het eerst een jonker als bewoner verschijnt krijgt de steen een naam, zijn naam, het Huis van Ysselstein.

Goeswyn Toelinc Orthenpoort 2 krt Jac v Dev 1545

◊◊◊

Buiten de muur van deze Noordwesthoek ligt dan de Smalle Haven die verbinding geeft met de scheepvaart over de Maas,  op Dordrecht in het Westen, Utrecht in het Noorden, Tiel en Nijmegen in het Oosten. Door de poort gaande over land geeft Orthen aansluiting op de heerweg naar Brussel. De Orthenpoort staat daarom ook bekend als de Brusselse Poort.

◊◊◊

Dit Noord-West kwartier van de stad had een handelsfunctie. De eerste bewoner waarvan we de naam kennen is de corencoper Bodo van Tiel. Het is goed mogelijk dat het huis al ouder is, gebouwd al voordat de eerste stadsmuur werd opgetrokken. Dat zou een goede reden zijn om hier een steen met toren te zetten, op wat dan het grondgebied is van Orthen. Maar vanaf 1315 is vast te stellen dat de Steen ruim anderhalve eeuw, tot 1488 als erfgoed in handen blijft van deze familie. Het bezit is inmiddels sterk verdeeld over diverse, ook aanverwante familieleden. Maar ook in 1488 duikt nog een Bodo van Tiel op als eigenaar van een deel van het oorspronkelijke erfgoed.

◊◊◊

In de periode tussen 1325 en 1489 is er geen sprake van verkopen, maar steeds van overdrachten. Dit kan alleen maar betekenen dat de diverse eigenaren – en dat zijn er heel wat – aan elkaar verwant zijn.

◊◊◊

In 1459 erft zo een Goeswinus Toelinc, zoals Bodo zelf ook stammend uit een familie van corencopers, een kwart van het erf, gelegen naast het kwart dat hij al eerder had verkregen, en waarvan de andere helft in het bezit is van Bodo van Tiel, een nazaat van de oude Bodo uit 1325. In deze overdracht wordt het stenen huis niet met name genoemd. Maar als Goeswinus op zijn beurt het deel van zijn erfgoed gelegen bij de Orthenpoort overdraagt aan zijn zoon Mr Wilhelmus Toelinc, priester, behoort daar ook expliciet bij “een steenen huis met erf, staande aan de Orthenstraat bij de H.Kruispoort in de nabijheid van de Vischmarkt en het Bokhovenstraatje”.

Het is mogelijk dat Goeswinus het huis zelf al langer in bezit heeft, en dat de transactie met deze Bodo alleen gaat om een van de erven waarmee het huis is omgeven. De H. Kruispoort is weer een andere benaming voor de oude Orthenpoort, en zowel locatie als omvang laten er geen twijfel over bestaan dat het hier gaat om de Steen waarvan al in 1325 sprake is.

◊◊◊

In geen van de geschiedkundige teksten over de bewoningsgeschiedenis van de Steen wordt opgemerkt dat deze tot 1488 beschouwd moet worden als een familiegoed. Er valt dus het een en ander uit te leggen en van een redelijke bewijsvoering te voorzien. Daarover zal het volgende gaan, een deel voor de doorzetters.

Het is eerst met Goeswijn Toelinc, dat de Steen na vele jaren weer in éen hand komt. Het is ook als éen geheel dat hij dit oude erfeigendom, met instemming van andere erfgerechtigden, die van een naasting afzien, waarschijnlijk omdat die koopsom niet op te brengen is, via tussenkomst van een Willem Hinckart verkoopt aan Frederik van Egmond, heer van Ysselstein. Als deze het huis na een verbouwing dan ook nog zelf betrekt krijgt het de naam Huis van Ysselstein waarmee het de laatmiddeleeuwse geschiedenis in kan. De aanzienlijke koopsom wordt vervolgens door Willem gebruikt voor de aanschaf en uitbreiding van het kasteeltje Seldensathe, gelegen in Middelrode aan de Aa. Dit buitengoed is vanuit Orthen met een kwartiertje per koets bereikbaar.

◊◊◊

De reconstructie van de eigendomsgeschiedenis van Bodo in 1325 tot Goeswinus in 1488, een periode van 163 jaar, dus over zeker vijf generaties is gecompliceerd. Er zijn de nodige erfdelingen. Naast het steen zelf zijn er erven en houten bebouwingen. Er is een privé doorgang van van het erf rechtstreeks naar de kade van de Smalle Haven. Nazaten erven een deel van het bezit, maar worden niet noodzakelijk medebewoners. In dezelfde hoek, tegen de westelijke muur, worden een viertal houten vakwerkwoningen gebouwd, op het ‘grondgebied’ van de Steen. Of deze bewoond worden door nazaten of verhuurd aan anderen is niet gemakkelijk na te gaan.

◊◊◊

Ik ga mijn best doen om wat meer zicht op deze ontwikkeling te krijgen.

◊◊◊

(wordt vervolgd)

Noten

  1. A. van Drunen, ‘s-Hertogenbosch van straet tot stroom, Zwolle – Zeist, 2006
  2. A.F.O Sasse van Ysselt, De Voorname Huizen en Gebouwen van ‘s-Hertogenbosch, 1910

Orthenpoort stadsmuur 2 Goeswinus Toelinc 3

8 reacties op ‘Goeswijn Toelinc (1423-1486) en de Steen van de Orthenpoort

  1. Is dit Hans Vogels? De proeve van bewijsvoering, met jaren en zo moet nog volgen in deel 2, wellicht ook 3 en zo van dit verhaal, zoals aangekondigd. Ik ben nu even alle fragmenten over de Bodo’s op een rijtje aan het zetten. Zo uit mijn hoofd: ik volg van Ysselt op dit punt. zie aldaar. Ik zou eigenlijk van Doorninck er op moeten naslaan maar die heb ik niet bij de hand.

    Like

  2. Ik mis het jaartal, Ad, van de verkoop aan “schele gijs” (±1440-1521) want dat is de bijnaam van Frederik van Egmond 1464 hr van IJSSELSTEIN, 1472 heer van BUREN, 1477 heer van LEERDAM, 1498 pas (Bourgondisch) graaf van BUREN enz

    Waarom? Omdat ik wil gewoon wilde weten welke Willem Hinckaert daarin bemiddelde, maar dat kan zo niet..

    Like

  3. Ja, dat is prachtig geformuleerd, wat kun je zulke zinnen speels uit je gedachten zetten! Maar tegelijkertijd, we zijn wel in de middeleeuwen: onderscheidingen die wij nu weten aan te brengen bestaan dan nog niet: sediment = sentiment, belangrijke sociale relaties – zelfs de liefde en de relatie tot de Allerhoogste – worden dan àltijd onmiddellijk in geld, pondjes graan, vaten bier, of hoenders uitgedrukt, en omgekeerd (wat is het omgekeerde van cliëntelisme?).

    Like

    1. Excuses Ad, ik wist niet dat ik terug moest naar het origineel (de triggger van mijn reactie) om je return te zien. Het omgekeerde, of complement, van clientelismo is patronage: je ontfermen over je verleden om de baas over je heden te worden. Of prozaïscher: de administratie van het stoffelijke is het enige wat ons rest om het onstoffelijke –in dit geval het sentimentele van de wereld van je voorouders — te vermoeden, en daarmee jezelf beter te snappen. Dus geen intelligent design of zoiets maar bricolage. Je kunt dus ook niet voorzien wat er van je over is over duizendeneen nacht, alleen je tekeningen en teksten. I am a materialist, thank the Allmighty.

      Like

      1. Het is warm, benauwend zelfs, mijn hersenen krijgen te weinig zuurstof. Zonder materialisme is het geestelijk leven ten dode opgeschreven. Ik las zojuist een stukje over ‘s-Hertogenbosch rond 1300. Daar was wat politiek verzet, en dat bood de armlastige want oorlogvoerende hertog van Brabant een unieke mogelijkheid tot het opleggen van enorme boetes aan het locala patriciaat. Het betreft het besluit tot massale uitroeing van de Orde van de Tempeliers door de Franse koning in opdracht van de Paus. Ze waren als geestelijke mannenbroederschap in het heilige land actief geweest. Bouwden daar schitterende forten en verpleegden gewonden met behulp van de modernste arabische geneeskunde. Bij terugkeer waren ze buitengewoon rijk geworden, als veteranen voor eeuwig verknocht en ongrijpbaar machtig. De Paus gaf hen veel privileges en ontving in ruil ongekend omvangrijke geldleningen. Zijn opvolger kon de schulden niet meer betalen. Hij bedacht iets slims: veroordeling wegens ketterij (homosexualiteit lag moeilijk want een groot deel van het pauselijk hof was homosexuleel, ook toen al). Maar het geloof raakte net een beetje gecodificeerd en dat hield in dat vrijwel iedereen met zeker succes van ketterij kon worden beschuldigd (lijkt een beetje op de Chinese grondwet van nu). Dit was een voltreffer: Confiscatie van al hun bezittingen, schuldenlast weer op nul.
        De Franse Koning trad graag op als uitvoerder van het pauselijk vonnis, hij kon zo bewijzen dat Rome beter af was met Parijs dan met de Duitse Rooms-Keizer als patroon. (maar wie is hier de klant).
        Er was ook een arme Johannieter orde, gelijke laken een pak, maar die werd ingezet als hulpje om de Tempeliers naar een betere wereld te helpen.
        Kijk, dat is nou middeleeuwen, geen ingewikkelde verhalen, geen duizenden communicatiewetenschappers om alles te framen. Goed en kwaad is nog niet iets van weekdagen en zondagen, maar van alledag.

        Like

    1. Een van de bijvangsten van je omspitten van de tijd terug is dat het opmetselen van de (Nederlandse) taal en de puur-fysieke aard ( sediment ipv sentiment) van sociale verbanden zichtbaar worden: la société, c’est du bricolage

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.