Een Dame, in zwarte sluiers gekleed

Ets Burkhard Söll, gesluierde dood
Ets Burkhard Söll, Leiden, 2015 (detail)

◊◊◊

En dan doemt zij op, aan mijn bed,  de pijn, in de late uren van de nacht. Als een zwart gesluierde dame. Mijn vorige ontmoeting is nog niet zo lang geleden. Twee weken, drie? Een andere pijn, want voor getroffenen zijn er zijn soorten maten. Maar dezelfde gesluierde staat aan mijn zijde.

◊◊◊

 Nee, niet die lineaire pijn, van 1 tot 10, zoals op spreekuren door de arts als eerste vraag wordt voorgelegd: “Hoeveel pijn heeft U, op een schaal van 1 tot 10.” Ik ben geschoold als wetenschappelijk onderzoeker. Ik weiger mee te werken aan het voortbestaan van verkleuterde wetenschapsopvattingen. Mijn eer te na.

◊◊◊

Mijn pijnen zijn chronisch maar instabiel, wispelturig, beginnen gewelddadig of zachtmoedig, maar dat zegt niets over het verloop. Ik heb geen pijn maar wordt gepijnigd. Bovendien, ik kan er wat aan doen, maar wat nu helpt is misschien over een uur onwerkzaam. Om de filosoof Bachelard te gedenken: behalve zijn temps vécu is er ook een mijn douleur vécu. De pijnbeleving, niet de subjectieve, maar de reeële, empirische, individuele. Zet een paar metertjes op mijn hersenpan, en het wordt zichtbaar waar en met welke kracht mijn pijn toeslaat. Onregelmatiger dan mijn hartritmestoornissen. Geen enkele relatie tot het oordeel van de arts, geen enkele ook tot zijn schaal van 1 tot 10.

◊◊◊

Nog merkwaardiger, als ik de onderzoeksliteratuur van Harvard en Princeton er op nasla: De schaal van 1 tot 10 meet niet met de zucht naar overdrijving van de patiënte waarvoor zij is bedoeld, maar het inlevingsvermogen van de arts die de vraag stelt. Zijn sociabiliteit. Het stellen van de vraag zelf wordt door patiënten ervaren als het scheppen van afstandelijkheid. Dan ben je als arts in een keer van het gezeur af. Medische interesse voor de kwaliteit van leven vereist een meer directe wijze van bejegening. En kost meer tijd.

◊◊◊

Na het jaar waarin verschillende van mijn vergeten lichaamsdelen – is het slijtage?, is het verwaarlozing? – nadrukkelijk van hun bestaan laten weten. En ik realiseer mij dat voor de dame waarschijnlijk het jachtseizoen is geopend. De voortekenen zijn daar. Er komt een moment waarop zij haar zwarte sluiers zal oplichten. Mogelijk zijn de bezoeken vriendelijk bedoeld. Als milde voorbode van een ooit onvermijdelijk einde. Geen gif maar een gift. Een gebaar van respect voor het leven.

◊◊◊

Maar dat alles is van later zorg. Het leven is bij de dag. En de vraag is: hoe ga ik nu, met déze pijn om? Negeren, uitzitten, onder de wol kruipen met een spannend boek, de frisse winterlucht opsnuiven in een uitdagende wandeling?

Wandelen? Schuifelen. Kreunen bij het tuinhek van de buren.

Klagen? Mijn naasten belasten.

Er zijn alternatieven, maar veel maakt het niet uit. Het helpt niet, maar het leidt wat af. Het helpt een beetje.

◊◊◊

Dan doemen nog even de taferelen op van damesgezelschappen, die meest succesvolle Marktplaats van Nederland, waarin afwisselend elkaars kleinkinderen en elkaars lichaamsgebreken bij opbod worden geveild en afgeruild.  Maar vooreerst aan een briefing onderworpen. Een optie?

 ◊◊◊

Nee. Er zijn maatschappelijke omgangsvormen waarin ik mij nooit heb thuis gevoeld. Zoals deze. Misschien is het een angst voor magische cirkels en klopgeesten. Een tafel die bokkensprongen gaat maken als ik zou aanschuiven.

◊◊◊

Maar, een verstandige, trefzekere manier van omgaan met pijn is er niet, zeker niet als het een chronisch verschijnsel gaat worden. Je moet het nemen zoals het komt, hoor ik mijn oude moeder zeggen, en toen ging het over haar jaren van pijn. En ik denk dat zij, God hebbe haar ziel, het volste gelijk had. Of was het haar moeder? Zij was Nader tot God, sloeg haastig een kruisje als de hemel verduisterde en de bliksem ergens insloeg. Eiste wijwaterbakjes met palmtakken op elke verdieping van ons huis.

◊◊◊

Maar dan, en dat lijkt toch verstandig, is er nog de weg naar het medisch circuit. De medische discipline, die ooit begon met de magische handoplegging, en de medische wetenschap, die begon met de troebele piskijker. Maar de belangrijkste kracht van hun bestaan is, dat zij gezworenen zijn, pijndragers, zij hebben zich voor eeuwig verplichtend de pijnen die hen worden voorgelegd ook tot hun zorg te maken. Daardoor sta ik er niet meer alleen voor, ook voor mij geldt het overdrachtsrecht, de opluchting van een gedeelde verantwoordelijkheid.

◊◊◊

 Dokter, hier zijn mijn pijnen, ga Uw gang, misschien kunt U er iets mee. De relatie die wordt aangegaan is niet zonder kosten voor de aangever. Hij bekent zich tot patiënt. Het impliceert – op zijn simpelst gezegd – een scheiding van lichaam en geest, lijf en ziel; een vorm van zelf-fragmentatie.

◊◊◊

De arts weet zich geneesheer. Zoals een landheer zijn domein, neemt hij het lijf van zijn patiënt-vazal in rechtmatig eigendom. Tenminste het beheer van de pijnregio’s. Via de menslievende vraag: ‘Waar heeft U last van?’ wordt koele informatie vastgelegd.  Een nauwkeurige lokalisatie met lengte- en breedtegraden van de te bewerken pijnregio’s.

◊◊◊

Ik loop er al weken mee rond, zeurende lage rugpijnen die veranderen in scherpe zwaardsteken als ik een keukenkastje induik. Een – zo beleef ik het -scheurend heupgewricht, wat lager een gebarsten kniegewricht, daartussen versteende spierbundels die loodzwaar, bekneld, in staking zijn gegaan. In deze termen maak ik mijzelf duidelijk wat er aan de hand is.

◊◊◊

Maar nu ik ben bij de arts. En ik hoor mij zeggen:

“Het is vooral mijn linkerheup en mijn linkerknie. Bij mijn enkels houdt de pijn op. Met mijn rechterbeen: niets aan de hand. Ik kan niet zitten, niet lopen, niet liggen, niet slapen zonder die smerige pijnen”.

◊◊◊

Ai, foutje. Waar ik last van heb? “Onder in de rug?” – “Ja ook, vanaf hier”. “Niet in de enkel?” – “Nee, niets in de enkel”.

De topologie is compleet. Een conclusie snel getrokken. “Hernia, maar een atypische”. “Atypisch?” “Ja, die enkel, dat klopt niet. Maar toch een hernia – en we gaan die niet opereren. Daar wordt U niet beter van. Teveel risico’s. U zult het moeten uitzingen.”

◊◊◊

Hij heeft al acht ‘klantjes’ die het ook moeten uitzingen. De jongste is nu éen jaar in controle. De oudste vijf. “Wordt de pijn langzaam minder?” Soms, zo blijkt, geen garanties. Maar omgekeerd: Je kunt er oud mee worden.  Hij schrijft een briefje. “Opiaten”, laat hij weten, “over drie maanden terugkomen.” Opiaten! Dat klinkt goed.

◊◊◊

En vijf jaar respijt, misschien selectief, maar dat heb ik toch goed gehoord?  – het doet mij mijn pijn vergeten. Mijn dame in het zwart heeft het nakijken. Dan sta ik op, iets te snel, met het begin van een schreeuw, omgezet in een traan. ‘Excuus” zeg ik.

◊◊◊

“Sterkte!, hij kijkt op van zijn scherm en lacht me even toe: “Tot over drie maanden.” Hij spreekt mijn geest aan, dat is helend, en, wel, het voelt als een bemoediging.

◊◊◊

17 reacties op ‘Een Dame, in zwarte sluiers gekleed

  1. Ik zie niets op je blog. Of ben je nog bezig? Of moet ik wat doen? Ik wacht wel.
    Goed dat je strijdlust ontleent aan mijn returns: dat is de enige bedoeling. En zeg nooit dat je iets van een ander hebt. Dat zou het begin van capitulatie zijn. Dat is niet de bedoeling. A.

    Like

    1. Nog even recupereren, diabetes spiegel nog extreem hoog (17), moet nog wat dalen (5-7). We werken eraan, en, ik keer terug!

      Like

    2. Mijn volgende tekst zal gaan over gevallen engelen (zwarte heksen: zonder ballen maar met een flinke knuppel tussen hun dijen), en over stralend witte engelen in het aanschijn Gods, dat zijn in de kunst altijd mannetjes. Je ziet ze nog in groten getale innig gearmd lopen in Vaticaanstad, licht opgewonden op weg naar een heerlijke lunch. Zo is het plan, maar morgen of overmorgen of achter-overmorgen als ik mij tot schrijven zet sla ik misschien een andere zijweg in.

      Like

      1. En ik despereer natuurlijk niet. Dagen van slapen en soezen leveren talloze dromerijen op, een fijnmazige delta van wonderlijke associaties.

        Like

  2. beste Ad, goed te merken dat je zo blijft schoppen en trappen in de zak waarin je gestopt bent dat het de Zwarte weduwe niet lukt je ongezien het huis of hospitaal uit te smokkelen. Blijf misbaar maken. Een van de twee, de dame of jij, moet het ooit zat worden. Wees galant en laat de Dame voorgaan. Vandaar ook mijn eerdere verzoek (“heb je dit bericht ontvangen?”) de openbaarheid te blijven opzoeken: de weduwe opereert in het geniep; ze heeft aan niets zo’n broertje dood als aan helder licht; ontsteek alle kroonluchters, trek de gordijnen open; ontmasker de Dame, bespot haar streken. Maar realiseer je dat je in een ongelijke wedstrijd zit. Mannen zijn incomplete vrouwen. Mannen kunnen iets veroorzaken, vrouwen maken het af. Mannen voldragen nooit iets. Daardoor zijn ze inwisselbaar. (Vandaar dat je er 6 kunt hebben voor je stikt terwijl je al bij 2 vrouwen naar adem hapt.) De oplossing is niet het onderscheid af te schaffen (“Mesopotamie”, après nous le déluge) maar, in tegendeel, de volgende keer naar een transgenderkliniek of een travestietenklooster te gaan. Wil je de Dame echt ontmoedigen dan moet je haar methoden, haar receptuur, imiteren. Dan wordt het een gelijker wedstrijd.Onvoorspelbaarheid is alleen te bestrijden met onvoorspelbaarheid. Mannelijke incompleetheid met vrouwelijke complementariteit. Noem het shemancipatie (niet “feminisme”, maar “vrouwelijke mannelijkheid”, souplesse met ballen). Het gaat om improvisatievermogen, niet leervermogen. De fout in je organisatiesociologische uitstapjes is dat je van een ziekenhuis – een samenwerkingsverband van insulaire specialismen – verlangt, of verwacht, dat het een complete copie is, of zou moeten zijn,van het wonderbaarlijke improvisatietalent en selectieve geheugen van een menselijk lichaam. Afgezien van de compositiefout – een ziekenhuis is geen optelsom maar interactieresultaat van individuele en groepsroutines – is improvisatievermogen niet te leren, laat staan te organiseren. Organisatie en improvisatie zijn elkaars tegendelen. Althans zolang “organisatie” abusievelijk voor “routinisering” en “regelgeving” gehouden wordt. Draai je het om dan zie je dat uit improvisatie wel degelijk samenhang – georganiseerdheid – kan ontstààn, dat is: geïnformeerde varieteit, en georganiseerde weerbaarheid (“incassatievermogen”). Dat bedoel ik met onvoorspelbaarheid met improvisatievermogen bestrijden. De meeste mensen – hun bazen voorop – zijn als de dood voor dingen die niet herhaald kunnen worden. Ons onderwijs en onderzoek leiden op tot het reduceren van variëteit in plaats van te leren variëren op variaties. Maar misschien is dat inderdaad niet te leren in de schoolse, repetitieve betekenis van het woord, dat wil zeggen: alleen te vermenigvuldigen en te vervolmaken in de scheppende, de “vrouwelijke” betekenis van het woord (jouw “kunstjes”?). Vandaar mijn herhaalde oproep om op de Zwarte weduwe te variëren (in beeld of geschrift) als ultiem weerwoord. In het openbaar.
    Arthur

    PS. Ik heb Nicole’s douleur vecue-correctie niet als taalfrikkerigheid opgevat maar als (Proustiaanse) herinnering aan het Franse respect voor het “vrouwelijke” karakter van sommige verschijnselen of gebeurtenissen. Taal is machtiger dan je denkt. Niet het geslacht van het woord maar heur origine wordt daar mee benadrukt. Dat zal jouw Zwarte weduwe aanspreken.

    Like

    1. Beste Arthur,

      Ik werd gerevitaliseerd (een soort van reanimeren: de ziel in zijn waardigheid herstellen) door jouw waardige response, het zette mij aan het schrijven, en toen ik tevreden wilde afsluiten werd WordPress mij even te machtig. Ik vinkte een verkeerde toets aan, toen nog een verkeerde, en al mijn geschrijf verdween uit het zicht.

      Ik ga nu dus opnieuw aan de slag: In jouw termen: variëren op variaties. Kopieer jouw tekst even naar een blog-pagina in de Rubriek: de Zwarte Weduwe en ga daar dan op de inhoud in. Een tweede Incident-Management maatregel is dat ik jouw tekst integraal weergeef, en dan wellicht per alinea op je bemerkingen inga. Want die zijn elk op zich een overweging waard.

      Je zult merken dat ik het inhoudelijk volledig met je eens ben, maar, zoals de dialectiek van mannenpraat vereist, die instemming als herinterpretatie en tegenspraak vorm geef. Daarmee lijkt het – voor buitenstaanders – dat Adams hun zaken nooit afmaken, (de rib die hen is ontnomen om daaruit Eva’s te kleien) dat is valse schijn. Of tenminste, het is geen slechte mannelijke eigenschap, die vrouwen noodzakelijk maakt voor een finishing touch. Maar een prachtige, het levert contingentie op. Het onvoltooide is de absolute voorwaarde voor Super-chaos – het opnieuw beginnen van een scheppingsverhaal. Dus als je stelt dat mannen ‘van nature’ niets afmaken, dan kom je onvermijdelijk uit op het a priori dat mannen aan het begin staan van elke schepping en vrouwen niet. Gevaarlijk spul. Ik ga verder op de blog.

      Like

    1. Leuk om van je te horen Nicole. Op de lagere school toen ik mijn eerste Frans leerde was mijn grootste probleem al het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk. Ik heb later – het zal gemakzucht zijn – geleerd dat het niet nodig is om al je fouten te herstellen. Wel je misvattingen.
      Ik ben later ook feminist geworden (een van de mede-oprichters van MVM = Man, Vrouw
      , Maatschappij, de deftige variant van de Rebelse Meid, een Parel in de Klassestrijd, hoewel ook daarvan het deftigheidsgehalte niet moet worden onderschat.
      Ik had er voor moeten pleiten om de vrouwelijke woorden af te schaffen, of om de vrouwelijkheid van woorden te doen verdwijnen. Zo ongeveer als de ISIS jongetjes Babylon en en andere Mesopotamische schoonheden in gruzels slaan.

      Nu, op mijn leeftijd, zie ik scherp de enorme, onoverbrugbare verschillen tussen de mannen- en vrouwenwereld. Wat jarenlang zorgvuldig toegedekt komt weer ongeremd door zeventiger jaren conventies boven water. Ik heb het niet over ongelijkheid, maar over verschil. En niet over tegengestelden, maar tegenpolen, er ligt/staat/loopt van alles tussen man en vrouw, het hele scala is dagelijks en plein publique publiek zichtbaar.
      Maar, op mijn leeftijd, meen ik ook te zien dat vrouwen als groep (n=2 tot n=busvol) zich totaal anders gedragen – ik zit er niet graag tussen, zo erg is het met mij gesteld – dan mannen (n=2 to n=stadionvol). Bij vrouwen haak ik boven 2 af, bij mannen boven 6).
      La douleur vecue, het moet een typefout zijn geweest, ik heb net een berichtje geschreven geheel in het Nederlands, en daar staan toch drie of vier fouten van dezelfde orde, een letter niet stevig genoeg aangeslagen. Maar: het Frans wil graag volstrekt correct geschreven en gesproken worden. Allen Parijzenaars mogen er zelf een rommeltje van maken, en desondanks elke buitenlandse slak bezouten als zij de plank misslaan.
      Houd me alert!

      Like

  3. Omdat ik net als jij een historisch materialist ben, Ad, geloof ik niet in handoplegging maar wel in de hand ergens op leggen. De Zwarte Weduwe die je bezoekt injecteert haar pijn – een verloren zoon? een onbeantwoorde liefde?- in jouw lichaam. Gebruik de perioden van tijdelijke verlichting die de opiaten je geven om een afbeelding van de satanische Muze te maken – een schilderij of een voorwerp – waardoor je de kwelling retour afzender kunt sturen. De kunst is háár zwakke plek te ontdekken. Dat herstelt de balans. Ze hoeft je niet te beminnen, als ze je maar vreest. je alchemist, Arthur

    Like

    1. Wat ben ik weer blij met je reactie. In de eerste plaats òmdat je reageert.
      Jouw aansporing om mij een totem te laten maken herken ik als het historisch materialisme dat wij delen, maar dat er niet aan ontkomt zich tegelijkertijd als een magisch realisme bloot te geven. Ik wil je voorts als brutale durfal typeren, want mij blijkt dat ik met dit onderwerp niet geschikt acht voor het publiek domein. Zoiets hoor je onder de dekens te houden, iets tussen jou en je Lief Dagboek.
      De zwarte dame heb ik al omgetoverd in een goede fee, en dat zit haar behoorlijk dwars. Haar boodschap is in dubbelzinnigheid verstrikt geraakt. De dagen worden misschien wat korter, maar ik stook het haardvuur wat op, hul mij in mijn paardendeken en waan mij een Schotse Hooglander. Aan mijn voeten een lobbes, die af en toe een oogje op mij richt.
      Met de opiaten ben ik gestopt. Die zijn 24 uur in touw, en die pijnen komen op en gaan weer weg. Ik begin hun fratsen te kennen en merk dat je ook dat soort van kwelgeesten mores kunt leren.
      Zoals nu, ik houd mijn rug recht, schuif mijn rechtervoet op een kussen en ben als Lazarus zo opgewekt.
      Hou Zee!

      Like

      1. Juist wél het publieke domein, Ad! De zwarte Weduwe gedijt alleen in het geniep, biedt haar geen enkele intimiteit.Stook het haardvuur op en steek alle kroonluchters aan: een gemaskerd bal vraagt om zo veel mogelijk licht wil het een feest worden. Spot is je ultieme wapen. Ontmasker de Muze.

        Like

      2. In de literatuur vinden ontmoetingen met de Zwarte Weduwe altijd plaats om Middernacht en Op Het Kerkhof. Tja dat zij zo’n gelegenheid misbruikt om je definitief in de armen te sluiten. Maar toch: mijn nieuwste editie van dit feuilleton tref je – in het openbaar – in reactie op je andere bericht. Mijn betrokkenheid met de ZW is weer wat complexer geworden. Ik moet er de woorden nog voor vinden. Mijn Cardioloog, mijn White Lady, geen Luchtzuivere Engel maar meer een vastberaden White Knight, nam met mij haar tactiek door om de ZW de wind uit de sluiers te nemen. Die wordt gewijzigd naar gelang de ontwikkelingen. Met die aanpak kan ik goed leven.
        je Ad

        Like

      3. Dag Arthur, net weer thuis, na een anderhalve dag verschrikkingen extreme pijnen waarbij de Zwarte Dame door buitengewoon bekwame, zorgvuldige, transparante en toegankelijke cardiologen van het LUMC (ze bestaan!), de deur werd gewezen. Gisteren de dag van onderzoek en interventie. Vandaag weer thuis, met een kopje vol extra medicijnen, en een heel uitvoerig exit gesprek met de eindverantwoordelijke geneesdames (Ongesluierd). Ik betrapte mijzelf er op dat ik vrolijke en gevatte opmerkingen maakte, die mogelijk iets van flirterij in zich hadden, maar in elk geval als teken van vitaliteit mogen worden opgevat. Ik blijk (behalve chronische hernia en chronische hartritmestoornissen) al een tijd, misschien al een paar jaar, ook chronische diabetes te hebben. En die dingen versterken elkaar een beetje, roepen elkaar op, en fluisteren de Zwarte Dame in. Ik ben dus vandaag weer thuis. Mijn medicaties kunnen het hele complex – ik noem het mijn Slangenkuil, want het is niet meer duidelijk welke kop bij welke staart hoort – tot ust brengen. Het regiem dat ik als levensstijl meekreeg is volstrekt identiek aan het regiem waar ik zelf al toe besloten had (evidence based medicine). Dat is goed nieuws: te bedde als ik mij vermoeid voel raken (16 uur per dag, met af en toe een stukje Bruno Latour, Graham Harman en Quentin Meillassoux, de hedendaagse materialisten dus, die zich speculatief materialisten noemen. Mijn ding.). En twee maal per dag vier uurtjes achter mijn Mac/annex virtuele PC. Ik voel mij nu dus goed, en raak daarvan in opperbeste stemming. Over een paar uur is de energie opeens op, mijn hartslag wordt meer dan verdubbeld, wat riskant aanvoelt, mijn flutter wordt voelbaar tussen mijn ribben, en ik wordt plompverloren gereduceerd tot een hijgend, te vroeg geboren regenwormpje. Een ordelijke overgang van status vrolijke aap naar hulpeloos regenwormpje is mij niet gegeven. Maar omdat het, weer thuis, toch een beetje feest is heeft Loukie een inmiddels ritueel offermaal in huis gehaald. Als priester c.q verheffer van mijn eigen lichaam, peuzel ik dit maaltje zelf op. Jij als mede-bourgondier wilt natuurlijk weten wat hier van stoffelijk in boven-stoffelijk wordt omgezet: een wit bolletje met een mager tartaartje, gestoffeerd met rode uienringen, een paar kapertjes, drie halve gekookte eitjes, zwarte peper en een snufje zeezout. Omdat het eeuwige leven voor ons niet is weggelegd vier ik zo de herinnering aan mij jongensjaren. De ervaring van extreme, zelf verdiende luxe.

        Tenslotte jouw vraag: kun je dit bericht lezen? Die is moeilijk te beantwoorden want ik kan de tekst niet repliceren om te zien wat het gevolg is. Mijn stellige indruk is dat het gaat om de tafelbrede ets van Burkhardt Söll, waarvan ik een klein gedeelte uitlichtte. Het is een scène uit zijn, maar ook mijn grijs verleden, waarin we als 11-jarige twee maanden in het ziekenhuis lagen, ik vanwege een bloedvergiftiging die het hart aantastte (zwemmen en verdrinken in het kanaal Almelo-Nordhorn, volledig vergiftigd met chemicaliën, Burkhardt vanwege iets soortgelijks, op dit moment niet paraat, maar hij had de Zwarte Dame op bezoek, ik lag met drie volwassen patiënten op éen kamer, en om de andere dag werd een van hen stilletjes afgevoerd en kwam de familie de nachtkastjes leeghalen. Dat soort dingen grift zich onvermijdelijk in je etsplaat, die na een jaar of veertien in een diepe lade verdwijnt, maar op mijn leeftijd weer helder voor de geest komt.

        Ik heb vandaag, helder van geest, aan de hoofd van de afdeling cardiologie, die verbazingwekkend zorgvuldig haar boeltje in het gareel houdt, wat mogen vertellen over wat ik mijn kunstje noemde; uit mijn opmerkingen leidde zij af dat ik misschien antropoloog,was, of bestuurskundige, of filosoof. Ik zei dat dit – als het een beetje inhoud had – ongeveer hetzelfde was. Zij was een echte planner, en iedereen nadrukkelijk laten zeggen dat hij/zij zich verantwoordelijk stelde voor een gedelegeerde uitvoering of uitwerking. Ik had inmiddels ervaring opgedaan in haar afdeling (zeer vakbekwame, intelligente mensen) over hoe dat in de praktijk uitpakt, zoals ik het, ruim veertig jaar in vergelijkend onderzoek van ziekenhuis organisaties aantrof. Plannings-, delegatie- en collegiale communicatieproblemen die binnen het kade van het plannings- (en heropvoedings-) theorema onoplosbaar zijn, zelfs principieel onoplosbaar zijn. Dus ik bracht het begrip contingentie ter sprake. Gebeurtenissen die uit het niets elke planning invalide maken, waarvan ook niet een kans berekend kan worden, en waarvoor dus ook geen contingency plan kan worden voorbedacht (wat doen we als ze op de Twin Towers invliegen). Of een malafide ‘out of the box‘ denktherapie.
        Je mag hopen dat zo’n contingency je een paar maal in je leven ‘keihard’. Het is belangrijk om te weten hoe jij, en in haar geval, haar organisatie, daarmee omgaat. Open, flexibel, intelligent, inventief (uitvinderig) of besmuikt en besuikerd. Pijnlijke momenten, maar precies die waaraan je kunt afmeten hoeveel leervermogen iemand (of een conglomeratie van iemanden) verworven heeft.
        Wat ook even aan de orde kwam was het probleem van intercollegialiteit, communicatie tussen specialistische eilanden. Ook in hoge mate een onoplosbaar probleem. Algemeen herkend als probleem, maar in het model van de goedverdienende semi-organisatie-adviseurs en de dubieuze communicatie-jongens en meisjes, gezien als een oplosbaar probleem. Elke keer als ik de ziekenhuislucht opsnuif zie ik weer het zelfde. Er is een ijzersterk verhaal gepresenteerd waarin een (liefst nieuw) model communicatieconcept wordt aangereikt. Een idealistisch, hoopgevend model. Met cases en videos. Terug in de wereld van alledag – het ziekenhuis – gaan twee vrijgestelde stafleden aan de slag om dit te vertalen in een praktijk. Zij vinden een selectie tussen wat zij menen te hebben gehoord, en een selectie van wat de meest spraakmakende kriegerische stammen op de specialisten-eilanden nog voor hum rekening willen nemen. En, om met Socrates te spreken, dat is niet verderfelijk, maar dat is goed. Maar de kern ervan is bijna altijd: meer registratie, communicatieboekhouding.
        Er is een ijzersterk concept ontwikkeld van eilandverbindingen en communicatie-proto-collen (met, ik heb de databases kunnen zien ongelooflijk gedetailleerde registraties. “Het ID polsbandje van de heer Teulings, nr zoveel, is om 15.23 ingenomen”). En: “Cardiologie heeft overleg gepleegd met Interne over de te volgen behandeling, nl A en niet B”.
        Dat is ook goed, maar het betekent dat niet de specialist of arts, maar de laagst mogelijke ondergeschikte er een taak en een database bijkrijgt. Dat is onvermijdelijk. Dat is goed. De laagst ondergeschikte is vrijwel altij ook het laatst binnengekomen personeelslid. (DiG,DiO). Die kijkt in haar regels en kolommen, en vinkt af. Artsentaal omgezet in lekentaal, dat gaat snel fout. Alweer, fouten die op de koop toe moeten worden genomen.
        Het is niet anders. Een reeks van noodwendigheden. Niet goed en niet slecht, gewoon, verre van volmaakt. Een noodzakelijk gifpil voor de mediocre wereldverbeteraars, met name de organisatieverbeteraars die ingrepen te koop aanbieden die juist deze werkelijkheid, facticiteit, niet kunnen verhelpen.

        En zo zijn we weer terug bij af: Het zijn de Incidenten die daaruit voortvloeien, die een ingrijpen afdwingen. En iedereen in de organisatie is zich weer bewust dat zij minstens zozeer aangestuurd wordt door Incidenten als door Planning. Door Persoonlijke Verantwoordelijkheid Stelling voor Onoplosbare Systeemfouten als door geslaagde anticiperende planning.

        Als mijn temperatuur gemeten wordt, dan is de interpretatie eenduidig. Bij een ECG van het hart is dat al minder, als het beeld complex wordt is de interpretatie dubbelzinniger. Eenmalige meting, zoals bij de huisarts, of bij een cardioloog op controlebezoek, bleek in mijn geval vaak volstrekt misleidend. Zij vonden plaats in mijn goede 8 uurtjes, als de hartslag (te) laag was, zelden of nooit in mijn slechte 16 uurtjes, als mijn hartslag twee maal zo hoog en twee maal zo onregelmatig was.

        Dat heeft gevolgen voor de medicatie. Mijn gezondheidsbewaking was vele jaren dus afhankelijk van mijn Incidenten. Ik vind daar een woord voor uit: Incident-adequate gezondheidszorg. Het nadenken daarover zou een stap kunnen zijn op weg naar Ik hoop dat het volgend jaar in het Medisch Handwoordenboek wordt opgenomen.

        Meten is niet zomaar weten. Waar het maar even kan worden middelaars actief. Die metingen vertalen in iets anders. En worden delegatieprocessen toegevoegd, als het kan tot op het laagste niveau ij de organisatie. Op de plek waar op de eindverantwoordelijkeid ligt voor deze beslissingen, is zowel het begin als aan het einde van de rit uit het oog verloren. De enige basis denk ik, voor adequate besluitvorming is een professionele (uit ambachtelijke vakmanschap en met jaren verkregen actieve leerervaring ontsproten) bekwaamheid.

        Ten overvloede, ik schrijf dit hier op, omdat ik mijn vier uurtjes vitaliteit wil gebruiken voor reflecties van de afgelopen dagen die mij als altijd instaat stellen wat distantie te nemen van de dingen die mij soms overkomen. Uit het niets.
        Je begrijpt, Arthur, ik gebruik je weer even, reduceer je even tot een aanleiding. Maar zonder dat had ik uit ze pot niet het roeromme kunnen laten klinken.

        Like

  4. Dag Ad, Ik heb op de “leuk” knop gedrukt, maar leuk is niet het woord. Ik vind het goed dat je deze pijnervaringen deelt. Het delen via een gesprek, vond ik als ontvanger aangenamer en indringender. Maar ik snap dat het voor jou zinvol is om midden in de nacht, als de pijn weer toeslaat, dit soort ervaringen te analyseren en op papier te zetten. Ik concludeer dat het niet allemaal kommer en kwel is. Je poëtische beschouwingen in “een schrale winterzon” las ik met veel plezier, maar ook als een bewijs dat je erg veel kwaliteit uit je leven peurt, ondanks de beperkingen die je door het lot zijn opgedrongen. liefs,

    Truus

    Like

    1. Dank voor je woorden, je correcte inzicht in de verschillende beweegredenen van waaruit ik deze twee teksten schreef. Wat de zwarte tekst betreft. Die brengt mij tot een objectivering. Afstand nemen, dat helpt ook. Ik zou dat in een strikt privé dagboekje moeten doen. Ik herlees zo’n tekst een paar maal. En dan borrelt in mij op dat zo’n zwarte dame aan mijn bed eigenlijk een liefdevolle bezoekster is. Zij helpt mij een realiteit onder ogen zien: ooit begint die laatste fase van het leven. Het kan nog heel lang duren, misschien komen we daar op mijn 91e verjaardag op terug. Of iets eerder.
      En die beperkingen, ach, ik begin net aan een nieuwe dag. De zon schijnt, ik ga een grote yoghurt shake vanille opslurpen in het station. En dan is het terras van Lebkow&Sons weer kalm en rustig, en ligt er een roze krant voor mij klaar.
      Liefs, en werkze!
      Maar wie leest nou graag over dit soort zaken?

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.