De Monnik en de Glavijman

Illuminatie- Een Bijbelminiatuur, de Glaviman

ζζζ

Mijn oude belangstelling voor illuminaties in middeleeuwse gebedenboeken en bijbels is weer eens opgerakeld. Het komt voort uit een soort van nieuwsgierigheid die misschien vergelijkbaar met die van het type archeoloog dat bovenal afvalputjes van burchten en bisschoppelijke paleizen tot op de bodem wil uitschrapen om dat wat ooit in achteloosheid werd afgescheiden als de waarachtige waarheid onder ogen te zien. Het verdonkeremaande als tegenwerping tegen de aanblik van van al de pronkstukken in het zondagsmuseum.

ζζζ

Illuminaties zijn die kleine tafereeltjes verborgen in de holten van een overmaatse letter waarmee een nieuwe alinea feestelijk wordt geopend. Maar vooral ook de tierelantijntjes en peuterige poppedijntjes in de marge. Illuminaties zijn natuurlijk geen verdonkeremaningen, maar juist opsmuksels. Toch is er sprake van een soortgelijke tegenstelling. De heilige teksten die het volle gewicht torsen en centraal staan, de supplementaire franje waaraan geen inhoudelijke betekenis wordt toegekend.

De heilige tekst, onveranderlijk en onveranderbaar. Door een zorgzame kopiist naar eer en geweten zonder éen enkele afwijking overgenomen uit de voorliggende, bijna versleten brontekst.

ζζζ

Maar hij gunt zichzelf bij al deze gestrengheid wat ontspanning door in bescheiden marges de vrijheid te nemen voor wat anomische, anekdotische scènes. En zo wordt als terzijde toch het bestaan van een andere, niet minder serieuze wereld aan het licht gebracht. Soms zit er in opeenvolgende plaatjes een verhaal, een cartoon. Kleine pesterijen in de richting van hoger geplaatsten, prinsen die moeten hangen, abten die altijd hun hielen lichten. Fantasieën ook van de makers zelf over romances die in dit schrale kloosterbestaan geen pas geven, maar daarom niet minder heftig de geest in beroering brengen.

ζζζ

Soms ook herinneringen aan een vorig bestaan, dat volle leven, waarvan men voornemens was voorgoed afscheid te nemen.

Tot die laatste categorie reken ik dit riddertafereel, een opname in het heetst van de strijd, bij de bestorming van een burcht. Drie ridders te paard dragen potketels op hun hoofd. En zo is het, een ketelaar smeed etenspotten voor de keuken, en potketels voor de strijd. Met een vrijwel gesloten vizier. Een gewaardeerde vorm van hoofdbedekking in die tijd. Kan tegen een stootje.

ζζζ

Dat blijkt als we letten op die ridder met de degelijke blauwe potketel op die met zijn zwaard in éen klap de elegante groene helm van zijn tegenstander met alles wat daarop en daaraan zit weet te doorklieven.

Zijn achterbuurman, onder een bronzen potketel, op het wit bemantelde strijdros, hanteert bekwaam de glavij. Een stevig stuk gereedschap, met handgreep en al wel drie meter lang, een snijblad van 10 tot 15 centimeter. Om daar een uithaal mee te maken, daarvoor is een stevige borstkas en een stel goed getrainde bovenarmen nodig. Alleen met beide handen aangevat is het mogelijk dit slagwapen voldoende kracht mee te geven. En zo is dat in deze illuminatie ook werkelijkheidsgetrouw weergegeven. De man op het zwarte paard voor hem wordt met éen houw in tweeën gekliefd. Voor alle duidelijkheid wordt een darmen-spaghetti te kijk gesteld.

ζζζ

In de bijbeltekst die toch het hoofdbestanddeel blijft van deze pagina is geen enkele verwijzing naar zoiets als een bloederig slagveld. Misschien zijn er elders, in een ander hoofdstuk, wel Bijbelteksten te vinden waarbij dit plaatje als passende illustratie welkom zou zijn. Maar, dit is geen illustratie maar een illuminatie. De kopiist is weer eens ver van de weg afgedwaald. Verloren geraakt in een eigenstandig moment van Verlichting. Illuminatie. Verluchtiging. Ontspanning. Deze kloosterling is weer eens buiten de orde getreden.  In de moestuin wordt een luchtje geschept.

ζζζ

In de stad ‘s-Hertogenbosch komen vanaf 1300 meerdere familievaders voor die bekend staan als ‘de Glavijman‘. Het wordt hun familienaam. Hij heeft zich geen ridderschap verworven in de strijd, maar wel een reputatie als strijdlustige. Met zo’n krachtpatser in de familie, Gerit de Glavijman, maakt zoon Heijman goede kans om niet met zijn patroniem, als Heijman Gerits, maar – met het ontzag dat zijn vader heeft verworven – als Heijman Glavimans te worden aangesproken. Met zo’n ontzagwekkende vader, daar kun je generaties mee voort.

ζζζ

Waarom voeg ik deze détails toe? Uit deze miniatuur is af te lezen, dat deze monnik zijn verhaal in de marge niet alleen maar van horen zeggen kan hebben. Hij was erbij. Alles gezien, alles meegemaakt. Een trotse maar ook traumatische ervaring. De schrijver die de hele dag heilige teksten kopieert leest niet meer wat hij overschrijft, maar vermijdt zich bij het vooruitzicht dat hij straks in de marge of onder aan de pagina wat over zijn eigen leven kan vertellen. Zijn droomwereld, maar dat is tegelijk ook de wreedaardige buitenwereld die hij achter zich heeft gelaten. Met de doorkliefde lichamen van zijn medestrijders of tegenstanders.

ζζζ

Dat is zijn eigen verhaal, maar ook – zijn heilige moraal, waarbij die vermaledijde vorst, alsnog zal hangen aan de hoogste paal, als er tenminste op deze wereld nog van enige gerechtigheid sprake is. Het is zijn brief aan de vorst, of aan een van die andere grootheden die deze vorstelijke bijbel in gebruik gaan nemen. Anders dan het bericht van Machiavelli, die zelf het volle gewicht van de glavij nooit in handen heeft gehad, het lange mes geslepen, of uitgeprobeerd. Al was het maar op een schapenkop.

ζζζ