Kleine Geschiedenis van de Lage Landen (2)

En dan, het was een feestelijke dag, krijg ik nog per email een tekening die kleinzoon Wolf maakte. Zijn zelfportret. Dochter Sabien was tevreden. Onze nieuwe Rembrandt had ze gezegd. Als we onze (klein-) kinderen prijzen pakken we het fors aan. Prijzen ze de hemel in.

Wolf heeft de leeftijd van elf jaar bereikt. Ik heb, zo het hoort, een forse Hema taart gehaald. Veel heel veel room, veel tierelantijnen. Dat is de echte verjaardag.

Het wordt een wat rommelige bijeenkomst. Vredig. Gelukkig, zou ik mij voorzichtig willen noemen. Het lijkt een gedeeld gevoelen. Ik sta op, vraag Wolf op de vloer, en begin een dansje. Wolf heef de bouw van zijn vader, Amerikaan, dus beduusd van alles wat zich daar afspeelt, maar desondanks een lijf dat voorbestemd was om een sterspeler in rugby te worden. Dat dit niet gebeurd is komt denk ik omdat zijn voorouders Presbyterianen waren. Zeldzaam goedaardige mensen, die gaan niet op de vuist. Mijn danspartner Wolf heeft datzelfde hybride karakter.

Er welt mij een lied op, en ik vind de woorden. Het lied van de Wolf, de Wolf in het Bos, in de boom zit een Vos. En daar is het gras, een Koe doet zijn plas.

Kleindochter Stella is er nu echt voor gaan zitten en schatert het uit. Opa maakt grapjes! Ze kan gemakkelijk jaloers worden op zoveel aandacht voor Wolf, maar ze wordt het niet. Een dansende opa, daar kun je opgetogen van raken.

Ik ga ervan over de schreef. Koe danst in de pis, zing ik onverschrokken. Denkt dat het voorjaar begonnen is. En ik maak mijn rondjes met Wolf.

Ik merk dat hij zijn wang tegen mijn borst gelegd heeft, zijn armen om mij heen geslagen. Een weldaad. 


Elf jaar, besef ik, jongeman in dit nieuwe millennium. Vrienden en klasgenoten, die begroet je met een omarming.

En de eerste schoolfeestjes, dan dans je gewoon close, met een vanzelfsprekendheid, die wij, veteranen, ik zelfs op mijn 19e nog nauwelijks durfden op te brengen. En dan nog hooguit met dat ene meisje, heel even, zonder woorden, aan het eind van de avond.


Onze wereld is er, ondanks oprispend Trumpisme, misschien toch niet slechter op geworden.