De Billen Bloot

 

ℵℵℵℵ

 

Een plaatje uit de derde eeuw na Chr. Dus, voor mijn kleinkinderen: zo rond 250. Een schildering uit de catacomben. Een trotse moeder toont de stevige billen van haar pasgeborene. Die zeggen meer over wat er van komen gaat dan dat wat anderzijds nog op te merken valt.

ℵℵℵℵ

En, voor alle duidelijkheid. Hier zien we Maria en de kleine Jezus. De eerste Christenen, die hebben bij het licht van wat flauwe olielampjes, toch maar even een prachtige muurschildering neergezet. Dit is maar een van de vele.

ℵℵℵℵ

Wat we zien is prachtig, wat we niet zien mag er ook wezen. Het significante Neant, om het maar eens even wat broeierig uit te drukken. Bedenk wel, het tafereel dat ons wordt voorgehouden is, na dat van Adam en Eva hun slang, niet minder dan ons Tweede Scheppingsverhaal. Het verhaal van onze Wedergeboorte.

ℵℵℵℵ

Zie deze Jezus. Dat is toch beslist geen Romeins Cupidootje. Hij lonkt niet naar ons, hij reikt naar zijn moeder. Dat is éen.

Jozef, in onze tijden altijd in een adem genoemd met Maria en Jezus, blijkt in deze ons vreemde vergangenheid een bijkomstigheid te zijn, voedstervader, jager en verzamelaar, maar in dit Nieuwe Scheppingsverhaal overtollig. Het gezin? Het gezin bestaat niet. Het wordt pas eeuwen later uitgevonden. Waarom die uitvinding toen nodig was, zelfs bitter noodzakelijk werd, daar zijn steelse gedachten over te ontwikkelen. In onze gezinssociologie heb ik ze nooit aangetroffen. Dat is vers twee.

ℵℵℵℵ

Maa laten we snel terugkeren naar de catacomben en ons fresco. Wat zien we, of beter wat zien we nog meer niet? Vers Drie: Maria heeft geen Halo boven haar kruin. Een geur van heiligheid. Die Halo, daar zal ze nog minstens twee eeuwen en mogelijk veel meer, op moeten wachten. Op de tijd waarin zij een braaf en wat tuttig moedertje is geworden.

ℵℵℵℵ

Maar wat zien we hier? Een trotse, op zichzelf al indrukwekkende vrouw. In sommige teksten beschouwd als de overspelige verstoten dochter van een machtige Romeinse senator. Wat ze, mijn fantasie kent geen grenzen, best geweest zou kunnen zijn.

ℵℵℵℵ

Vier: Deze dame is ongesluierd. Dat is niet niks. In die Romeinse tijden dragen getrouwde vrouwen een hoofddoek. Wat we hier zien is dus een Maria als ongetrouwde vrouw met haar kind.

ℵℵℵℵ

Vijf: Deze Maria is een échte Moeder. Haar kind steelt niet de show. Zij laat haar kleine zien zoals alle moeders dat, voorzover mijn herinnering teruggaat,  altijd laten zien. Om het kleins te kunnen bewonderen moet je dichtbij komen, bij de linkerschouder naar binnen gluren, en dan zie je een kindje met zijn neus in die borst gedoken, het enige op de hele wereld dat er dan toe doet.

ℵℵℵℵ

Maar hier, juist op dit punt, heeft de schilder zijn eerste, ontluisterende vrijheid genomen. Hij heeft het kleine roze achterhoofdje van iets van een gezichtje voorzien. Een smoeltje. Het lijkt nergens op, want hij heeft niet echt kunnen kijken. Een icon. We zien, in de diepten van deze vroeg-christelijke catacomben, de kern van de schilderkunst: je krijgt een beeld van de werkelijkheid, maar altijd met die extra toegift van de kunstenaar aan zijn publiek. Jezus zien, Jezus zien! galmt het in de krochten.

ℵℵℵℵ

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s