De Kleine Hekel

 

℘℘℘℘℘℘

Ik ben met mijn hoofd even heel ergens anders. Mijn uitzicht op De Kleine Hekel. Bescheiden prent van de hand van Valentijn Klotz. Een pentekening door hem gemaakt in 1683.

Ik moet onmiddellijk aan de serie uitzichten denken (in het Germaans noemen ze dat geen Aussichten maar Ansichten) die Barthel Brussee de laatste tijd de wereld instuurt. Ik kijk daar met genoegen naar, zoals ook naar deze prent van wat oudere datum. Elk nieuw Ansicht van Barthel brengt iets verhalends bij mij boven. Een stemming die wordt opgeroepen en dan nadrukkelijk verzoekt om onder woorden te worden gebracht.

℘℘℘℘℘℘

Dat gebeurt bij associatie. Mijn denken moet het tegenwoordig vooral hebben van mijn ongerept vermogen tot associatie. Die neurale netwerken blijken heel actief te worden, nu mijn propvolle geordende boekenkasten daar boven in dat hoofd voor mij vaak een gesloten boek blijven. Je raakt wat kwijt maar een milde gever van hogerhand geeft er spontaan iets moois voor terug. Een speeltje voor de oude dag.

℘℘℘℘℘℘

De Kleine Hekel is een in vergetelheid geraakte Bossche waterpoort. Hij wordt al beschreven in een regest van het Bossche Protocol van voor 1399. Het is éen van de oude waterpoorten die waterhoogten in het centrum van de stad op het gewenste peil moet houden.

℘℘℘℘℘℘

Het stenen bruggetje dat we in het verschiet van de pentekening zien liggen heet De Zwengelbrug. Want daar staat de forse ijzeren zwengel waarmee je een waterkering handmatig wat hoger of lager kunt zetten. Zodat de Grote Markt met de Lakenhal en de Vleeshal voor kooplieden altijd bereikbaar blijft. De Kleine Hekel, dat is een kleine sluisdeur. Zo’n deur noemen ze rond 1300 een Zijle of Zile. Maar het water achter het sluisdeurtje werd ook wel de Zijle genoemd, zoals je in Leiden nog een Zijl kunt zien stromen, traag of wat wilder, naar het gelieven van de aanwonenden en de schippers in hun pleiten.

℘℘℘℘℘℘

Het is kenmerkend voor het alledaagse Middeleeuwse taalgebruik: woorden mogen meerduidig zijn. Van betekenis veranderen als ze in een andere context worden gebruikt. Zoals dat ook in het Latijn gebeurt. Een Latijns of een vroeg-middeleeuws woordenboek raadplegen is een omslachtige bedoening. Heel anders dan een moderne rechtlijnige van Dale. Die tekstzuiverheid en rechtlijnigheid is er met gereformeerde gestrengheid rond 1570-1630 ingehamerd. Ook ons woordenboek werd een bijbel.

℘℘℘℘℘℘

Die paar huizen die je links op de pentekening ziet staan met hun achtererf gericht op de Zijle. Aan de voorzijde ligt de Hinthamerstraat, waarop de karren naar de Markt trekken. Die straat dankt zijn naam aan het eenvoudige gegeven dat je, in omkeerde richting karrend, bij de buurtschap Hintham uitkomt. Later een stadje.

Ik heb na dit aanzicht een aantal dagen vol onbenul met mijn oorkondenboeken uit die tijd geworsteld. Dat aanzicht zonder inzicht. !

Daar trof ik panden en percelen aan, beschreven als: gelegen achter de Zijle. Er zijn dan nog geen huisnummers, de huizen en percelen hebben namen. Of links en rechts belenders. Zo komt hun locatie bij bezitsoverdrachten en erfdelingen vast te staan. De Roempot of De Witte Fortuijn. Gelegen met hun voorhuis Achter de Zijle lees ik. Of zijn ‘uitkomend op de Dieze‘. Maar in andere bronnen liggen De Roempot en De Witte Fortuijn gewoon aan de Hinthamerstraat.

℘℘℘℘℘℘

Ik maak complexe  plattegrondjes. Kijk naar andere plekjes in de onmiddellijke nabijheid. Locaties die een voor en achter hebben. Een ter linker- en ter rechterzijde. En een toen en nu. Daar doet zit het zelfs probleem voor. Straten en stegen die ooit ook De Zijle werden genoemd. Maar daarna op oude plattegronden worden aangeduid als Achter het Wild Vercken, Achter het Verguld Harnas, en Achter Het Stadhuis. Chroniqueurs, locale geschiedschrijvers maken het extra moeilijk. Hun kronieken worden in een specifiek jaar uitgegeven. Zij schrijven voor hun tijdgenoten. Die krijgen locaties en namen voorgeschoteld zoals die gelden op het moment van publicatie. De lezers willen immers weten over hun huis, het huis van hun buren, hun straat.

℘℘℘℘℘℘

Een paar nachten verder ben ik er uit. De benaming van nu, op het moment van publicatie, wordt ingegeven door de logica van een voetganger die wegwijs wordt gemaakt. Alles is veranderd maar er zijn nog een paar markante punten van oriëntatie die verijzen naar een grijs verleden. Via deze historische markers leert de Bosschenaar of de vreemdeling zijn omgeving kennen.

Kijk, meneer, daar op de hoek ligt het grote stenen huis met het oude torentje, dat opvallend bouwwerk staat hier bekend als Het Verguld Harnas, al meerdere generaties een bezit van de Toelincx. Als je daar de hoek omgaat dan liggen daarachter een stuk of tien huizen Achter Het Verguld Harnas.

℘℘℘℘℘℘

Dan volgt een eerste dwarsstraatje, met op de hoek aan de overkant de grote oude herberg die iedereen hier kent: ook een Steen, genaamd Het Wild Varken. Eeuwenoud, meneer! Reizigers van buiten weten die herberg, nu beschreven als gelegen Achter Het Verguld Harnas altijd te vinden. Maar als U vanaf daar gewoon verder rechtdoor loopt dan volgen de huizen gelegen Achter Het Wild Varken.

℘℘℘℘℘℘

Gaat U bij de hoek voor de herberg naar links, dan komt U bij de huizen Achter Het Stadhuis. Dat verwijst naar het Oude Stadhuis, het nieuwe ligt nu direct aan de Grote Markt. Als U hier waar we nu staan naar links zou lopen dan komt U ook bij dat Oude Stadhuis, aan de voorkant. De eerste steeg naar rechts heet dan al weer Achter Het Stadhuis.

℘℘℘℘℘℘

Maar, let goed op, als U onderweg aan iemand opnieuw de weg vraagt, en hij is een dagje ouder, dan vertelt hij U dat al die straten hier Aan de Zijle liggen. Want ja, van het punt waar we nu staan tot al die drie straten die ik net noemde, daar stroomde vroeger een zijarm van de Dieze. De Binnendieze. Een van de armen van de Binnendieze. Een arm die al kort na de stichting van de stad, na meerdere overstromingen in dit oude stadscentrum in deze buurt beter beheersbaar gemaakt. Voorzien van waterpoorten, en zo werd dus een zijle, De Zijle.

℘℘℘℘℘℘

U ziet hier nu geen water meer. Alles is nu volgebouwd, tot op de laatste voet. Alle bewoners in deze buurt hebben hun huizen vergroot, vaak met geleend kapitaal, toen nog in een roggemaat. En de Dieze, de Zijle met zware natuurstenen gewelven overkluisd. Vrachten natuursteen die dan via de Maas uit Luik worden aangevoerd. Fundamenten voor een voorhuis. Smalle voorgevels, want je betaalt als eigenaar een forse hertogscijns plus een stadsrente per voet. Alleen welvarende kooplieden kunnen zich zo’n pand permitteren. Lakenhandelaren, harnasmakers, bontkopers.

℘℘℘℘℘℘

Tegenwoordig varen de schippers met hun pleiten gewoon onder al die huizen door. Zo staan we hier boven een scherpe bocht in de Zijle. Daarom staat voor onze bejaarden de hele route hierachter bekend als de buurt Achter de Zijle.

℘℘℘℘℘℘

Als ik nu opnieuw naar de pentekening van Valentijn kijk dan zie ik een heel verhaal voor me. Een hele geschiedenis ook, dat is zeker. En aan die geschiedenis zit bij associatie nog iets van een eigen jeugdherinnering vast. Mijn Opa en Oma woonden aan de Hinthamerstraat. Daar staan eeuwenoude huizen, al van ver voor de komst van de Nieuwe Religie.

Maar een aantal van die huizen zijn nog van veel oudere datum. Gebouwd op een echt middeleeuws fundament in harde Luikse zandsteen. Zoals dat smalle huis van mijn Opa, met een heel lange gang, een achtererf en een achterhuis. En die ligt aan een stroom, niet overkluisd. Waarlangs ik als logeetje mijn weg zocht naar de Zwengel Brug een paar huizen verderop.

℘℘℘℘℘℘

Bij een zich vastklemmende deur achter de voordeur leidt een zware zandstenen trap met een bocht naar beneden. Met mijn Opa bereik ik zo de massieve gewelven, overkluizingen, zoals die van de Dieze waarlangs nu de pleiten gevuld met toeristen in kaarslicht voorbijkomen.

Als ik mijn oor tegen de wand leg denk ik het geklots te horen. Er lopen overal kleine straaltjes vocht langs de wanden. Geen kelder om aardappels in te bewaren zoals mijn moeder ooit vaststelt die dat wel in ons eigen huis doet.

℘℘℘℘℘℘

Grote duistere vochtige holten. Standaards met dikke gele waskaarsen die heel even mogen worden aangestoken. Ik ben misschien pas acht jaar. Maar ik heb het vaak kunnen uittekenen. Aan de hand van mijn rijzige, indrukwekkende Opa. In Diesen Heiligen Hallen, fluister ik als zangknaap, waar de duistere middeleeuwen nog altijd tastbaar zijn gebleven.

℘℘℘℘℘℘

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.