Wouter Toelinck en Het Witte Fortuin

II

Hollandsche Nieuwe

℘℘℘℘℘℘

Er is nu, na mijn intensieve puzzelwerk (Op Zoek naar de Wolvenhoek), wat meer bekend over de woonomgeving van Wouter Toelinck, de man waarvan ik in overmoed besloten heb de doopceel te lichten.

℘℘℘℘℘℘

Hij bewoont in 1610 een huis, dat drie eeuwen later, in 1910, wanneer Sasse van Ysselt zijn Voorname Huizen enkele aantekeningen maakt, bekend staat als de Wolvenhoek 6. Waar die naam dan opeens vandaan komt is voor hem ook nog een raadsel. Ik kan die vraag laten rusten. Bij van Gurp (2013, p.201) lees ik dat ‘wolven‘ tijdens en na de Bossche Beeldenstorm en de Calvinistische machtsovername van het stadsbestuur soms door de Roomse bevolking gebruikt is als een schimpwoord, de ‘calvinistische wolven‘. Zij die zich tegoed doen aan bezittingen die door katholieke kooplieden op hun vlucht naar Amsterdam en Antwerpen worden achtergelaten. Die ervaring, als de herinnering nog levend is geweest en van toepassing op de bewoners in 1910, zou kunnen hebben geleid tot de benaming van dit deel van de de buurt als de Wolvenhoek. Panden met een bittere geschiedenis.

℘℘℘℘℘℘

Her huis op de Wolvenhoek bevindt zich in een wijk hartje ‘s-Hertogenbosch, nabij de grote Markt. In 1610 is diezelfde locatie bekend onder verschillende benamingen, waarvan “aan de Zijle” het meest wordt gebruikt. De Zijle blijkt niet een huisadres, maar de benaming van een kleine compacte stadswijk te zijn, vier steegjes, met elk twaalf tot zestien dicht tegen elkaar aangebouwde huizen. De hoekhuizen van steen, daartussen drie verdiepingen hoog, panden in houten vakwerkbouw, met ‘oversteken‘, sterk overhangende etages op de eerste en tweede verdieping.

℘℘℘℘℘℘ 

Om ruimte te winnen zonder een extra grondbelasting kwijt te zijn aan het Hof van Brabant en aan de stadsrentmeester, vergroten de kooplieden hun bezit  niet alleen door een overkluizing van de stadsgracht, de Zijle, maar ook door een forse oversteek van de bovenverdiepingen. Dat leidt tot een overkoepeling van hun steeg, zodat zij soms vanaf de tweede verdieping de hand van hun overburen kunnen schudden.

℘℘℘℘℘℘

De standaardbreedte van een huis in deze wijk is 36 voet, ongeveer 12 meter, maar zo’n pand telt na verloop van tijd meestal twee eigenaren, die elk 18 voet voor hun rekening nemen. Kortom, we zijn in een wijk van rond 200 gezinnen. Eén daarvan is het gezin van Wouter Toelinck. De speld in een hooiberg.

℘℘℘℘℘℘

De Zijle is een befaamde koopliedenbuurt. Het zijn veelal rijke kooplieden die dan, anno 1610 hun fortuin zoeken in de nieuwe wingewesten in de Oost of in de West. We moeten dus eerder denken aan reders die een kleine handelsvloot financieren dan aan marskramers. Het pand van Wouter staat in deze buurt bekend als In de Witte Fortuin. Dat is een passende benaming in deze omgeving van fortuinzoekers.

℘℘℘℘℘℘

De naam De Witte Fortuin ben ik een paar keer eerder tegengekomen. Enkele generaties eerder. Het is dan de naam voor een scheepvaartroute vanaf Amsterdam naar de Oostzee. Schepen die die kant uitgingen werden ook zo genoemd. En pakhuizen in Noorwegen, in Zweden, in Riga. Het zijn de bekende Amsterdamse Oostzeevaarders die de handel in die richting monopoliseren. Mijn Wouter Toelinck of een van diens voorouders, het kan haast niet anders, moet dit Bossche pand om die reden deze naam hebben gegeven. De Witte Fortuin, dat is dan in de eerste plaats de haringvangst op de Oostzee. Het zou ook nog naar een pakhuis van de bonthandel in Riga kunnen verwijzen, waar een kleine Hollandse Natie de Russische pelsjagers opwacht, maar die handel is veel bescheidener.

℘℘℘℘℘℘

In ‘s-Hertogenbosch is een heel netwerk van Bossche kooplieden ontstaan die via Amsterdam hun zaken doen. Specerijen, tabak, soja, een nieuwe wereld die wordt opengelegd. Identificatie van de leden van dit kooplieden-netwerk kan mij misschien leiden naar de voorouders van Wouter. In zo’n netwerk wordt veel ingetrouwd en aangetrouwd. Mogelijk een leiddraad. Al mijn inspanningen tot dusver hebben nog steeds niet een antwoord gebracht op de eenvoudige vraag: Wouter Toelinck! Wie is zijn vader, wie zijn grootvader?

℘℘℘℘℘℘

3 reacties op ‘Wouter Toelinck en Het Witte Fortuin

  1. Toelinck en zijn bastaarddochter.

    De boeiende bijdrage van Ad Teulings over zijn voorvader Wouter Toelinck en diens dochter Aleijd kan met verschillende details worden aangevuld. Voor mij was het een testcase om de rijkdom van de Bossche archieven te onderzoeken.

    Welnu, de door Ad bedoelde Wouter was de zoon van Peter Toelinck (overleden in 1531) en van Aleid van den Heesakker (overleden in 1546). Zij hadden een groot gezin, genoten veel aanzien en een van hun zonen was Wouter, die geboren werd in ca. 1500. Op 27 jarige leeftijd ontmoette hij de aantrekkelijke jonge vrouw Cornelia, dochter van de stadstrompetter Laureyns, zoon van Gerit, zoon van Gerit van Hoy (uit het Belgische stadje Huy). Uit Wouters en Cornelia’s amoureuze ontmoeting werd een buitenechtelijke dochter geboren met de naam Aleid. De jonge vader en moeder gingen vervolgens ieder hun eigen weg, Cornelia later trouwde met Jan zoon van notaris Lambert Hubrechtszoon van den Born en van Corneliske . De stadstrompetter Laureyns woonde in zijn huis “De Swaen” in de Kerkstraat samen met zijn vrouw Peterken dochter van Jacob Daniels en in 1535 zien we hem als gevolmachtigde van de kluizenares Margaretha van Erpe. Laureyns overleed in 1540. Zijn dochter Cornelia werd ook lid van de Illustre Lieve Vrouwebroederschap in 1523, vier jaar voordat zij zwanger werd van Wouter Toelinck: Zij werd bij haar inschrijving genoemd “Cornelia filia Lauwereyns de trumper”, (trumper is trompetter) en samen met haar dochter Aleid kregen zij als man en stiefvader een zekere Jan van den Born, die van beroep waarschijnlijk boekbinder was en overleed op jonge Wouter leeftijd, waarna Cornelia haar huis achter ’t Wild Varcken aan de Zijle schonk aan haar dochter Aleijd en haar man Ambrosius Willems. Aanvankelijk schonk zij alleen het gebruiksrecht van het huis, maar tegelijk het eigendomsrecht vanaf haar overlijden. Jan van den Born testeerde op 20 januari 1546 en stierf daarna. Vermoedelijk is Aleid het enige kind van Cornelia geweest en kreeg dus geen broers of zusters. Cornelia maakte haar testament op voor notaris Henricus Cloot van Zichenis op 16 maart 1560 en overleed in 1564.
    Keren we terug naar de oorzaak van dit verhaal, de amoureuze Wouter Toelinck: Als jonge man van 18 jaar meldde hij zich als buitenlid van de Broederschap aan. Op 8 mei 1540, toen zijn dochter 12 Jaar oud was, vestigde hij op haar leven een lijfrente van 12 Carolusguldens ten laste van de stad en bewees daarmee zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn buitenechtelijke dochter. Rond 1561 is Wouter overleden, nadat hij in een wettig huwelijk nog minstens zeven kinderen had verwekt, namelijk: Dirk, Peter, Anna, Jan, Goessen, Eymbertus en Hercules. Hij werd 61 jaar oud. Hopelijk is hiermee de vraag van Ad Teulings naar behoren beantwoord.

    Like

    1. Wat heerlijk Lucas om zo’n vergulde reactie van jou te mogen ontvangen! Helder, gedétaillerd en overtuigend. Bovendien inderdaad een bewijs dat jij meer thuis bent in de Bossche archieven dan ik ooit zal kunnen worden. Ik lees je verhaal net pas, stond op het punt om aan de oproep tot mijn oogjes dicht en snaveltje toe gevolg te geven maar ik check jouw love story nu toch nog even met mijn eigen bevindingen.

      Mijn vervolgverhaal volgt morgen of overmorgen. Er valt nog erg veel te vertellen over deze Wouter en het zal, wat mij betreft, een feuilleton in meerdere delen worden. Niet alleen de levenswandel van deze Wouter zelf is boeiend, ook die van de persona in zijn naaste omgeving. Daar heb ik mij de laatste weken dagelijks in verdiept.

      Er is een macro-analyse (de Bossche geschiedenis in deze periode), een meso-analyse (mijn werkterrein als wetenschapper van weleer, zijn sociale netwerk waarop ik stuit), en – wat zuiniger – de micro-analyse (wat gaat er allemaal in het hoofd van Wouter en zijn naasten om) in wording. Allemaal, in mijn ogen, leiden tot een spannende en verassende uitkomst.

      Terzijde: ik wist niet dat je al op 18-jarige leeftijd lid kon worden van de Broederschap. Ben er altijd van uitgegaan dat je minstens 25 moest zijn en gehuwd. Maar Wouter was zeer vermogend dus dat heeft mogelijk geholpen om deuren te openen die voor anderen gesloten bleven. De Broederschap was op hoogtijdagen zeker een vroom gezelschap, maar daar tussendoor niet ongevoelig voor royale giften. Het blijkt van alle tijden.

      Tegenwoordig worden onze bestuurders regelmatig aangesproken op hun beursgevoeligheid. In de tijd van Wouter was er nog niet die vrije pers en de democratische instituties die voor wat tegenwicht zorgden.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.