Het rekenboek van de Broederschap gaat open: Oede, uxor Tolinc, 1322-na 1382

ζζζζζζ

De lange lijst van de Teulings-leden van de Broederschap is nu weliswaar wat geordend, maar het is natuurlijk zaak om met deze summiere gegevens in de hand een weg te vinden naar al die  Bosschenaren die hierachter schuilgaan.

ζζζζζζ

Proef op de som: de eerste de beste. Bovenaan de lijst prijkt een Oede getrouwd met een Tolinc alias Toelinc. In 1352 treden zij toe tot de Broederschap. De dienstdoende klerk en zijn chef, de rentmeester, noteren de ontvangst van het intredegeld in hun Rekeningenboek. In de tweede post, van 1382 is de man van Oede overleden, waarschijnlijk vrij plotseling. Oede betaalt nu als weduwe het achterstallige doodsgeld.

ζζζζζζ

De intrede vindt vrijwel altijd, eeuwenlang, van 1318 tot 1558 plaats op 30-jarige leeftijd. Voor de gehuwde vrouw kan dit soms wat lager liggen.  Ik stel 1322 als het waarschijnlijke geboortejaar van beiden, man en vrouw, maritus et uxor.

Wapen Teulings Toelinck Tolinc, LVBr AWMT Knarren

Het kost wat tijd om uit te vinden wie deze Oede kan zijn,  Maar mijn eigen massieve databestand geeft de uitkomst. Er zijn vele Oda’s of Ode’s in deze periode, er is er maar éen die trouwt met een Tolinc. Haar echtgenoot is Theodericus Tolinc, ofwel Dirk, de zoon van Wouter Dirk Amelis (kortschrift voor Dirk, zoon van Wouter, kleinzoon van Dirk, achterkleinzoon van Amelis Tolinc, mijn voorvader in rechte lijn. Dit is mogelijk dezelde Amelis als degene die zich gevestigd heeft in Middelrode, met een omgrachte stenen hof, bekend als Seldensathe, aan de oever van de Aa, waar hij behalve een tol over land en te water, ook twee watermolens bezit, de aandrijving voor een plaatwalserij. Want hij is een van de eerste familieleden die als harnasmakers werkzaam zijn. Ik vermeld dit met enig voorbehoud, de gegevens zijn schaars en fragmentarisch.

ζζζζζζ

Wouter heeft, zoals zijn vader Dirk, enig erfgoed in Broechem bij Antwerpen, maar de familie is van oorsprong afkomsig uit Gen en Aals, aan de Schelde.

Het echtpaar Dirck en Oede heeft meerdere kinderen, waaronder een dochter Oda Dirk Tolinc die met haar echtgenoot terugkeert naar Broechem bij Antwerpen. Vanuit Broechem zoeken meerdere Antwerpse families hun toekomst in ‘s-Hertogenbosch. In ossewagens, zoals veel later de hollandse kolonisten die de Oceaan oversteken om Oklahoma te bereiken.  Oklahoma, here I come!

Wapen van Balen, van Baelen LVBr VV60

Een tweede dochter, Aleid, huwt met Johannes Ambrosius van Balen, kortweg Jan Bruysten van Balen, zo genoemd omdat zijn voorouders in 1310 in Balen bij Antwerpen woonachtig zijn. De van Balens zijn vroegtijdige immigranten. Het zijn lakencopers, ‘s-Hertogenbosch is met zijn goede verbindingen naar Maas en Rijn, een interessante handelsvestiging. We vinden hen al snel terug in de Bossche Schepenbank. Het verbaast mij niet dat zij in die positie van meet af aan tot de erkende weldoeners, begiftigers van de Broederschap kunnen worden gerekend. De machtige corporatie van Bossche lakencopers, ondernemers van het eerste uur, zal blijken een duurzame financiële ondersteuner te zijn. Het leidt zelden tot een daadwerkelijk lidmaatschap. De van Balens verschijnen nauwelijks in de Rekeningen.

ζζζζζζ

Er zijn dus twee wèl onderscheiden betrokkenen, de leden en de kapitaalkrachtige ondernemers. We zullen nog meerdere onderscheiden partijen volgen. Al doende kan zo de Broederschap als sociale institutie in kaart worden gebracht.

 

Wapen Lyscop, Lijscap, Liscop, Liscap, Liescop LVBr VV486 AWMT

 

Oede, de vrouw van Theodericus alias Dirk, is en dochter van Andries Barnier (Andreas Bernerius) Lyscop, tot Berlicum en Oda (Oede) van Bucstel (van Boxtel). Andreas is de valant van Heer Willem van den Bossche (de Buscho) en wordt daarom ook wel Andreas Valant genoemd. Omdat hij afkomsig is uit Berlicum en daar nog erfgoed bezit wordt hij tenslotte ook nog wel als een van Beerlikem aangesproken.

ζζζζζζ

Opklimmend vanaf Andries langs vaderlijke lijn kom ik een voorvader tegen die rond 1150 tegen als een telg, waarschijnlijk een natuurlijke zoon, uit het huis van Henegouwen. In het wapen vind ik dit niet terug. We zijn dan bij de stamhouders van het Hertogdom Brabant dat rond die tijd aan graaf Jan van Leuven als erfgoed ten deel valt. Dit is waarschijnlijk de reden dat Andries als hertogelijk kamenier van Willem, heer van den Bossche en de Meierij wordt vermeld.

ζζζζζζ

Als ik de bezittingen van deze Willem in de Meijerij naloop, een stuk of 18 kerspels en buurtschappen, gelijkmatig verspreid over de regio, dan valt mij op dat in vrijwel al die eigendommen de Tolincx met een bescheiden cijnsgoed van éen of twee percelen aanwezig zijn. Het zijn akkers, zij bewerken het land niet, anderen verbouwen het graan naar eiegn goeddunken. Wel zijn zij een jaarlijkse afdracht in rogge verschuldigd.  De Tolincx behoren duidelijk tot een groep van achterleenmannen van Willelmus de Busco. Een cijns is een beloning voor iets dat Willem van hen vraagt, een verplichting jegens de heer, maar wat dat is? Ik zal het nog wel eens tegenkomen. Nu het hier in mijn Grote Vergeetboek staat, wordt zo’n speurtocht een stuk eenvoudiger.

ζζζζζζ

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.