Verloren zoon. Gezworen broeder Staes Wouter Tolinc,1392-1452

stadsbeeld haven oud voot tol Eustaes

℘℘℘℘℘℘

Na de kritiek van Lucas van Dijck (zie zijn reactie hieronder), mijn beschermer en schutspatroon, zou er alle aanleiding zijn om deze gehele tekst per onmiddellijk in de doofpot te stoppen. Maar, zo is het nu eenmaal, wie schrijft, die blijft. Ook mijn misvattingen behoren mij toe, intrinsiek deel van mijn geschiedenis. Mijn advies aan lezers: laat deze tekst gerust vallen. Als een baksteen. Wat mijzelf betreft, ik heb mijn beperkingen, en heb ze lief.

Ad Teulings

 

In het Rekenboek van de Lieve Vrouwe Broederschap wordt hij genoemd onder Fiche 1650.

Fiche 1650: 1442-1453, brueder Staes Tolinc, doodschuld betaald na de dood (nr 1232, inv 119, pp 058r).

Staes Tolinc. De eerste vraag moet hier natuurlijk zijn: hij wordt genoemd als brueder, niet als gezworen broeder. Een toevoeging die ik eerst na studie van zijn persoon en leven, meen te mogen maken. We zullen zien of dit hout snijdt.

In het epos van Lucas van Dijck, Van Vroomheid naar vriendschap (2012), stelt hij vast dat eerst vanaf 1450 de gegevens over broeders en gezworen broeders in de Rekeningen op orde raken (VV19). Mijn Staes Tolinc is vóor 1452 overleden. Hij kan de dans zijn ontsprongen. Maar dat is wat al te gemakkelijk. Maar het laat de optie gezworen broeder open.

℘℘℘℘℘℘

Mijn gulden regel geeft een inschatting van zijn geboortejaar:

  • 1382 geboren
  • 1412 intrede
  • 1442 overleden

De doodschuld is betaald door een van zijn nabestaanden. Dat blijkt zijn vrouw Jutt te zijn:

Fiche 6415: 1452-1453, Jutt Staes Toelynx wedue, doodschuld betaald na de dood. (nr 1232, inv 119, 265v).

Ik lees hieruit dat Jutta in 1465 nog in leven is. Zij heeft in 1452 een eerste termijn van de doodschuld betaald. In 1465, 13 jaar later, een tweede en laatste termijn overgedragen.  Is zij de echtgenote? Mijn gulden regel zegt mij over Jutt:

  • 1405 geboren
  • 1435 intrede
  • 1465 overleden (of kort daarop).

Een echtpaar, zoals Staes en Jutt, doet vrijwel altijd gezamenlijk zijn intrede. Dus Jutt is eveneens in 1432 ingetreden, op 27-jarige leeftijd. Geen probleem.

stadsbeeld haven oud voot tol Eustaes

℘℘℘℘℘℘

 

Ik kom in de Rekeningen nóg een Staes [Tolinc], uit deze generatie tegen. Getrouwd met een Mary (Maria). Via die rekeningpost begint er zicht te komen op deze familie.

Fiche 6891: 1466-1467, Mary Staes Wauter Staes s . wyff in Waspyck, ook zij betaalt de doodschuld van haar echtgenoot na diens dood. (nr 1232, inv 119, 286r).

Ik begin weer mijn reconstructie. Nodig, ook voor mijzelf, want deze fragmenten zijn bouwstenen voor mijn Grote Vergeetboek.  Ik begin met de Staes Sr.

  • Staes Sr vader van Wouter
  • 1346 geboren
  • 1376 intrede
  • 1406 overlijden

 

  • Wouter Staes vader van Staes
  • 1376 geboren
  • 1406 intrede
  • 1436 overleden

 

  • Staes Jr zv Wouter Staes, echtenote van Mary (Marij, Maria)
  • 1406 geboren
  • 1436 intrede
  • 1466 overleden, Fiche 6891

℘℘℘℘℘℘

 

stadsbeeld haven oud voot tol Eustaes

 

Deze Staes Jr treffen we óok aan in de volgende Rekeningenpost, Fiche 1431. Om af te ronden:

Fiche 1431: 1471-1472, Staes Wauters z. in Waspyck , doodschuld betaald deels tijdens het leven, deels na de dood (nr 1232, inv 120, 051v). Naar mijn reconstructie:

  • Wauter vader van Staes in Waspyck
  • 1381 geboren
  • 1411 intrede
  • 1441 overleden

 

  • Staes Wauter in Waspyck
  • 1411 geboren
  • 1441 intrede
  • 1471 overleden, Fiche 1431

Deze Staes heeft een deel van zijn doodschuld al bij leven afgedragen. Zijn weduwe, dat zal dus de bovengenoemde Mary zijn, betaalt na zijn overlijden het restant. Mary is dan in 1471 nog in leven. Zij is dan 62 tot 65 jaar.

℘℘℘℘℘℘

We hebben hier dus een gesynchroniseerd stamboomfragment. Maar, kan Brueder Staes hierin nu óok in opgenomen worden? Brueder Staes, geboren rond 1405, en Staes Wouter tot Waspyck, het scheelt 6 jaar als ik mijn Gulden Regel handhaaf. Maar, er is in het bestek van deze twee generaties binnen mijn omvangrijke werkbestand (230.000 min of meer verwante Brabanders, geen andere Staes aanwijsbaar. Ik beschouw ze als identiek en heb daar eigenlijk geen twijfels over. Brueder Staes Tolinc waarmee dit hele betoog is begonnen, heeft dus een vader Wouter gekregen. En de laatstgenoemde uit deze reeks, Staes Wauter heeft waarschijnlijk nog een zoon Staes (Fiche 920), waarover later meer.

℘℘℘℘℘℘

 

De Tol van Waspyck

 

Schermafbeelding 2018-09-01 om 13.59.10
Tollen in 1454

℘℘℘℘℘℘

Schermafbeelding 2018-09-01 om 15.06.52

℘℘℘℘℘℘

De Tol van Waspyck

Waspik aan de Rijn, de opvolger van Strienermonde, erfgoed van de graven van Holland moet na een aantal verloren veldslagen en brandschattingen tegen de Hertog van Brabant aan deze worden prijsgegeven. Een gewapende strijd tussen beiden heeft overigens nooit over Waspik zelf plaatsgevonden, maar de Hertog eist die losprijs op. Het ligt ook aan zíjn kant van het wassende water, dat Strienermonde heeft verzwolgen.

Een aanzienlijke losprijs. Het drukke scheepvaartverkeer over de Rijn moet in Waspik tol betalen, zowel op de heen- als de terugweg. Toe Waspyck op tStermonde. Alleen Brabantse kooplieden beschikken van oudsher – al sinds de stichting van ‘s-Hertogenbosch – van de Hertog over een vrijdom. De tolheffers worden beveiligd door een kleine gewapende macht – die Wacht am Rhein – die achter de hand gehouden wordt om van den onvryen kopman het tolgeld te innen.

℘℘℘℘℘℘

Staes Wauter Tolinc (Fiche 1431), derhalve onze Brueder Staes Woutersz, prominent en in elk geval welvarend lid van de Lieve Vrouwe Broederschap behoort tot de familie van harnasmakers in ‘s-Hertogenbosch, aan wie door de Hertog bij de stichting van de stad de tolrechten voor het Land van Brabant in erfleen werden gegeven. De overdracht vindt plaats tezelfdertijd als aan de energieke en ondernemende Graaf van Leuven het Hertogdom Lotharingen en het Hertogdom Brabant ten deel valt.

℘℘℘℘℘℘

De voorouders van de Bossche Tolincs, met de Franse slag meestal Tollins genoemd, zijn aanzienlijke leenmannen van Vlaanderen. Burggraven, kasteleins, ridders, kruisvaarders. Zij zijn met name ook door deze graaf begiftigt met het ‘eeuwig’ erfleen over de Tollen aan de monding van de Schelde, bij Gent, Aalst en Antwerpen. Zij zijn bekend met het klappen van de zweep. De zonen die met de jonge Hertog meetrekken naar Orthen ontvangen als beloning voor hun moed de tolrechten van een zich vanuit ‘s-Hertogenbosch uitdijend Land van Brabant. Totdat in 1431 die oude grensrivier de Rijn wordt bereikt. Bij Waspyck. De tol van is de opvolger van de Tol aan de monding van Strijen (Strienen) op het eiland Putten. Deze Tol, genaamd Strienermonde wordt in 1421 voorgoed door de zee verzwolgen en dan naar Waspik verplaatst. Het is waarschijnlijk dat Staes Wouter al in 1421, dan 40 jaar oud aan de overkant van het water, als tolheffer van Waspik gaat optreden.

℘℘℘℘℘℘

De tolheffing is zeer winstgevend, de afdracht aan de Hertog van Brabant blijft bescheiden. Kostenposten zijn daarnaast het onderhoud van tStermonde, de in soepele maliënkolders gestoken manschappen. Er wordt een nauwkeurige boekhouding bijgehouden, met vaste tarieven voor verschillende categorieën lading van passerende vrachtschepen. Ik lees met genoegen een deel van het Tarievenboeck:

  • Vathen ende tonnen
  • In een bereven vat off mande
  • Iser, staell, coperoedt
  • Wullen laken
  • Lynnen laken, canefas
  • Wass
  • Copper ende messinck
  • Hueden ende vellen (huiden)
  • Wolle, vachten ende noppen
  • Weeth, mee ende lycmoes
  • Hoppen off hoppensaet
  • Glaess
  • Oly
  • Speck, tallich, smeer
  • Alderhande koern
  • Salpeter, sulphur, sem, seelbramen
  • Seep, vleysch, assche, ter, peck, oly, botter
  • Coperroets
  • Calmy, salpeter, sulfer

℘℘℘℘℘℘

De tolhouders Tolinc reizen zelf niet af naar Waspik aan de Rijn. Zij behouden hun verblijf in ‘s-Hertogenbosch, zijn lastgevers van de onderneming in Waspik, gaan vast af en toe op lokale inspectie, laten de boeken controleren door een gedienstige Bossche klerk.

We zijn weer een stapje verder gekomen in het lichten van de doopceel van onze Brueder Staes Tolinck. Voor het vervolg van dit verhaal kunnen we terugkeren naar ‘s-Hertogenbosch. Daarover valt, zo moge blijken, nog heel wat te vertellen. Spannende verhalen, dat ook.

℘℘℘℘℘℘

 

Een reactie op “Verloren zoon. Gezworen broeder Staes Wouter Tolinc,1392-1452

  1. Beste Ad

    Je bijdragen zijn altijd boeiend en lezenswaard… maar deze keer moet ik helaas riposteren: Staes (Eustacius) Toelinck was geen gezworen broeder. Hij was echter wel broeder namelijk Birgittijn. Met de Staes Wouters uit Waspik heeft hij niets te maken. Lees mijn boek over de Bronnen van Coudewater en je vindt in het obituarium mijn commentaar over Staes. Jammer, maar ik blijf je wanderings interessant vinden.

    Hartelijke groet, Lucas

    ________________________________

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.