De Kerkfabriek van Goeswinus Toelinck (1252-1312)

Gozewijn 1302

Goeswinus Toelinck blijkt te zijn aangesteld als magister fabrice ecclesie (meester van de kerkfabriek) van Johannes de Evangelist. Hij ontvangt op die datum een gerechtelijk bevestiging, een schoutsbesluit namens de Hertog, bij de overdracht van het bezit van een huis.

Goeswinus: Database M. de Bruijn, 30 december 1302

Gozewijn is al voor 1270 lid van het Bossche smedengilde. In 1302 is dit het eerste gilde dat door de de hertog van Brabant wordt erkend. Hertog Jan II rijkt het gilde dan een pas uit, een tekst waarin de overdracht van de privileges en justitiële bevoegdheden schriftelijk is vastgelegd. De grenzen van het eigenmachtig optreden.  In wezen ontstaat zo – avant la lettre – een publiekrechtelijk bedrijfsorganisatie. De eigen bevoegdheden van het gilde onttrekken zich aan elke formele invloed van het stadsbestuur. Zij vallen buiten de wetgeving van de Bossche schepenbank.

Al ruim voor 1270 is Sint Eloy de patroonheilige van de smeden. Al in de oude romaanse Sint Janskerk die aan de latere gotische kathedraal voorafgaat bezit het gilde, en voert zij het beheer over het altaar en de kapel van Sint Eloy waaraan jaarlijks schenkingen worden verleend. Het pragmatisme van deze ordening staat een intensieve geloofsbeleving en doorleefde vroomheid geenszins in de weg. We bevinden ons in de late middeleeuwen, een Reformatie waarin de onverenigbaarheid van hogere en lagere motieven wordt geponeerd is nog ver weg.

De bedienende priesters en rectoren staan de facto in een dienstbetrekking tot het smeden gilde. Bestuur en boekhouding van deze instelling is in handen van een door het gilde uit eigen gelederen aangewezen, de magister fabrice ecclesia, de meester van de kerkfabriek, zoals de bovengenoemde Goeswinus Toelinck in 1302. We kunnen er van uitgaan dat deze Goeswinus daarvoor al zijn sporen heeft verdiend, als deken van het gilde, en vervolgens als lid van de stadsregering. Kerkmeester van de Sint Jan, in casu van de kapel van Sint Eloy, dat is dan een erebaan, de afronding van een overtuigend beroepsleven.  Ik schat zijn geboortejaar derhalve in op 1252. 

De leden van het gilde zijn verplicht – honoris causa -om bij de jaarlijkse ommegang ter ere van Onze Lieve Vrouwe in volle wapenrusting te paard aan deze processie deel te nemen. De smeden gaan daarbij voorop, met als eersten de harnas makers, waarin dan weer de Tolincxen het sterkst vertegenwoordigd zijn.

Hoewel het stadsbestuur formeel geen enkele invloed kan uitoefenen op het doen en laten van de leden van het smeden gilde is het omgekeerde wel het geval. Zij gelden als het derde lid van de stadsregering, naast de zeven Schepenen, en de wijzer geworden Raadsheren (de afgetreden schepenen). Vanaf 1306 beschikt het smeden gilde via zijn dekenen over het recht om rechtstreeks in te grijpen in de financieel-economische huishouding van de stad. 

Het huis waarnaar in de genoemde oorkonde wordt van 1302 wordt verwezen is waarschijnlijk het het huis in de Orthenstraat, in volgende generaties vaak genoemd als een Tolinc erfgoed en dat nu bij erfrecht aan Goeswinus wordt overgedragen. Overdracht, zegt de tekst. Dat is hier van belang omdat daaruit blijkt dat hij geen koper is maar een erfgerechtigde. De overdracht vindt plaats via de rentmeester van het Hof van Brabant, het gaat dus om een hertogsleen. Goeswinus is, zoals zijn voor- en nazaten,  een sHertogs leenman. En, bij gebrek aan nadere gegevens zijn voor mij alle details van belang: Het erfgoed kan niet afkomstig zijn van zijn vader. Het moet een broer geweest zijn die in 1302 komt te overlijden, de oudste zoon. Hun vader is dan geboren rond 1242. Een marker, waarmee misschien later nog iets te doen valt.  

Rest mij een laatste vraag: is Gozewijn kerkmeester van de oude romaanse Sint Janskerk, of van de nieuwe kathedraal van Sint Jan Evangelist? De romaanse kerk staat op een locatie net buiten de eerste, de oudste Vughterpoort. Ook wel genoemd als o.a Antwerpse Poort, Pieckenpoort, Lieve Vrouwe Poort, en Joodse Poort. De bouw de romaanse kerk start in 1220 en wordt in 1340 afgerond. Na 1370 wordt deze geleidelijk vervangen door de kathedrale Sint Jan. De bouw daarvan duurt tot 1530. Goeswinus Tolinc is dus als kerkmeester betrokken geweest bij laatste bouwfase van de eerste, romaanse kerk, toegewijd aan Johannes de Evangelist. Die kerk telt dan maar drie of vier kapellen, c.q. altaren, waarvan er dus een is toegewijd aan Sint Eloy, de patroon van het smedengilde.

Voor Mijn Grote Vergeetboek

3 reacties op ‘De Kerkfabriek van Goeswinus Toelinck (1252-1312)

    1. Dag Henk:
      De oorkond (regest). c.q korte samenvatting te vinden bij fiche de Bruijn, BHIC van die datum. Een copie van het manuscript – voor mij moelijk leesbaar, staat gewoon op het internet, publicatie BHIC Archief. Als jij in staat bent het manuscript zelf te ontcijferen, dan houd ik mij aanbevolen.

      Like

      1. Heb de datum gevonden in de Bossche Encyclopedie: 21 november 1302. De erkenning is nu opgenomen in het jaaroverzicht van 1302 op nl.wikipedia.org. In de nasleep van de Brugse metten waren dat jaar in en buiten Vlaanderen meer erkenningen van gilden. Het doet me denken aan het jaar 1848.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.