Wouter Nicolaas Teulings (1681-1741), de negende voorvader in rechte lijn

Walter Nicholaus Teulinckx trouwt in 1712 met Edwarda, de jongedochter van Thomas Edward Griffin die dan 21 jaar is. Griffin, een naam die een Engelse herkomst doet vermoeden. Haar voorouders zijn inderdaad afkomstig uit Otley in North Yorkshire, een vriendelijk provinciestadje waar ik in de jaren zeventig twee jaar lang vanuit het Quaker Cottage op Asquith met mijn vrouw en twee kinderen de boodschappen deed. Pas nadat ik deze Edwarda tegen het lijf loop ga ik op zoek naar de familie. Het blijkt een familie van carriage makers en goudsmeden die hun ambacht uitoefenen in wat zoveel later mijn winkelstraat blijkt te zijn.

Als immigranten in ‘s-Hertogenbosch wordt hun naam al snel verhollandst. Edwarda wordt soms Everdina. Griffin staat ook te boek als Griffien. Omgekeerd laat Wouter of Wolterus zich in de Bossche archieven inschrijven als Walter.

Zonen van Wouter Nicolaas reizen af naar Yorkshire om daar het vak van rijtuigmaker te leren. Zowel in technisch als in esthetisch opzicht valt er veel bij te spijkeren. Ook economisch zijn er Engelse invloeden. Vanuit ‘s-Hertogenbosch vertrekken nu twee maal per week postkoetsen naar Antwerpen, Amsterdam en Den Haag. Postkoetsen, ja, maar zij dienen toch vooral het passagiersvervoer. Naar het voorbeeld van de Engelse stagecoaches. Het Bossche familiebedrijf is zijn vleugels aan het uitslaan. Behalve Engels vakmanschap wordt ook de Westfaalse vakkennis binnenboord gehaald.

Walter en Edwarda krijgen drie zoons. In 1713 wordt Nicolaas geboren, gedoopt op 17 juni van dat jaar. Rond 1721 volgt Thomas, vernoemd naar de vader van Edwarda. Rond 1725 volgt Constantine, vernoemd naar de grootvader van moederszijde, Constant van Beurden.

De oudste zoon Nicolaas zet het bedrijf van zijn vader voort, dan genoemd de Bossche Rijtuigfabriek Teulings. Hij wordt de eerstvolgende nazaat in rechte lijn. Zijn broers Thomas en Constant, in de leer in Yorkshire, keren niet terug als rijtuigmaker, maar – in navolging van een broer van Edwarda – als goud- en zilversmid. Tot voor kort een ambacht voor de vervaardiging van een omvangrijk met edelstenen gestoffeerd altaargoed. Dat zijn klandizie vrijwel geheel vindt bij de talloze roomse kerken en kloosters. Nu die is uitgeroeid wordt het de zich snel verrijkende klasse van kooplieden, ondernemers en groothandelaren die het goud en zilver breed op de gastentafel laten uitleggen. Kosmopolitische grootstedelijke patriciërs. Pragmatisch. Overgestapt op de Nieuwe Religie zonder belijdend aanhanger te worden.

Zo laat de jongste zoon Constantine een zilveren bestek na met een Teulings wapen op de handgreep. Drie merletten. Niet uitgevoerd als eenvoudige gravure, maar als opgehoogde reliëfs. Zij zijn voor de nazaten bewaard gebleven. Deze Constantine Teulinks, ‘synde van sijn hantwerck silversmit’, keert niet weerom. Gold- and Silversmith prijkt er op zijn Londense uithangbord. Hij kiest daar voorgoed zijn domicilie, en wordt zo stamvader van een van de Engelse Teulings takken. Niet de eerste, maar wel een van de opvallendste nieuwlichters.

Het is de tweede zoon Thomas die in North Yorkshire achterblijft en zich als goud- en zilversmid vestigt in Brompton bij Scarborough op de North York Moors. Ook dat is een stadje dat ik van zeer nabij ken. Hier zullen het vooral de talrijke katoen- en linnenfabrikanten geweest zijn – rond 1960 nog zichtbaar aanwezig- die voor klandizie hebben gezorgd, misschien naast de tien families uit de lagere landadel, vazallen, die hier van oudsher in hun ommuurde, stenen mansions een verzameling van landbouwbedrijven aansturen. De goud- en zilvermederij van Thomas wordt in Brompton voortgezet door zijn zoon John Thomas Walter, op wie ter plaatse ook weer een nageslacht volgt.

Tenslotte: Mechteld Griffin, een dochter van Thomas, geboren in 1682 in ‘s-Hertogenbosch, en gedoopt op 24 augustus 1692 in de Sint Catharina Kerk. Zij is rond 1716 getrouwd met een Reinerus Storm. Deze Reinier blijkt ook een immigrant, afkomstig uit Rheinland-Westphalen. Zijn naam is onvermijdelijk in de Bossche regesten ook wat vernederlandst: Storm is een verbastering van Sturm, wat weer een verbastering is van Störm, wat ook geschreven wordt als Steurem, Steurheim en Stoerheijm. Een locatie die ik in het Rheinland niet heb kunnen vinden.

De voorouders van Reinerus zijn militairen, maken deel uit van het omvangrijke Duitse huurleger dat na de Reformatie van 1570 door de Republiek in ‘s-Hertogenbosch wordt gelegerd om in het wingewest Brabant macht, recht en orde te handhaven. Ik stel nu vast dat ook de immigratie van de eerste Griffin uit Yorkshire kort na 1570 plaatsvindt. Dat maakt het voor de hand liggend dat hij tot het contingent Yorkshiremen behoort dat om dezelfde redenen in de stad is gelegerd. Dit sluit niet uit dat deze Griffin niet als fusilier, maar als ondersteunend carriagemaker aan dit peloton werd toegevoegd.

Huwelijken tussen ‘bezetters’ en ‘bewoners’ zijn in die tijd bepaald geen zeldzaamheid. Veel meer dan welke andere stad in Nederland dan ook wordt ‘s-Hertogenbosch zo een Europa in het klein. Meertalig en multicultureel.

2 reacties op ‘Wouter Nicolaas Teulings (1681-1741), de negende voorvader in rechte lijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.