Nicolaas Wouter Nicolaas Teulings (1713-1775), de achtste voorvader in rechte lijn.

Nicolaas is tweemaal gehuwd. Uit het eerste huwelijk, met Antonetta de Goeij, worden zes kinderen geboren, drie zoons en drie dochters: Johanna- Maria, Josef, Jan, Cornelis, Johanna en Geertruid. Zoon Cornelis, geboren op 3 januari 1745, wordt later zijn opvolger in rechte lijn, mijn voorzaat in de zevende generatie.

Antonetta de Goeij (de Goy) blijkt op 11 april 1749 ernstig ziek. Kort voor haar overlijden wordt een testament opgemaakt. Haar jongste dochter Geertruid, alias Geertruy Tolinx, is dan nog geen twee jaar oud, geboren op 21 november 1747. Het is wel mogelijk – de kinderen worden kort na elkaar geboren – dat Antonetta overlijdt in haar kraambed.

Voor de jonge kinderen wordt een moeder gezocht. Het wordt de twintig jaar jongere Gertrudis Vermeulen. Als haar echtgenoot Nicolaas overlijdt in 1775 is zij nog vier jaar zijn weduwe en als stiefmoeder actief. Voor de kinderen behoeven geen voogden te worden gezocht. Zij zijn alle inmiddels meerderjarig en economisch handelingsbekwaam.

Genoemde Klaas Tolinx wordt kort voor 2 februari 1713 geboren te ‘s-Hertogenbosch en dan gedoopt in de Sint Catharina Kerk. De Sint Jans Kathedraal is sinds het begin van de Reformatie, rond 1580, geconfiskeerd en in handen van de Gereformeerde Synode. Bij de doop zijn aanwezig, de ouders Walterus Tolincx en Everada Griffien, met als getuigen Petrus en Catharina Tolincx, Deze Peter blijkt de oudste broer van Wouter. Catharina is hun beider moeder, dus de grootmoeder van de dopeling. Zij staat genoteerd als een Tolincx, maar haar familienaam is van Beurden, en dochter van Constant cq Stans van Beurden. Deze van Beurdens zijn, zoals de Tolincx, nazaten uit een ook al eeuwenoude Bossche familie. Via deze Stans van Beurden vindt het patroniem Stans zijn intrede in deze Tolinx tak. De eerste Constant Tolinx is de jongere broer van voornoemde Wouter.

Nicolaus Tolincx is Schepen en Raadsheer van ‘s-Hertogenbosch. Dat betekent dat hij tot de Nieuwe Religie is toegetreden, vermoedelijk als liberale Remonstrant. Hij bezit een aanzienlijk stenen huis, in feite meerdere panden naast elkaar op de Vughterdijk, bij de derde Vughterpoort, de buitenste ring, waarvan een van de torens van de poort deel uitmaakt. Een soortgelijk stenen huis met tolhuis bevindt zich aan de Orthenpoort, sinds de Reformatie in gebruik als Stadsgevangenis. In 1769 weet hij dit gebouw te verkopen aan het nonnenklooster en doet dan dienst als refugiehuis. Het Sint Clara klooster, de ‘Rijke Claren’ telde ooit een 400 religieuzen. Maar door het gereformeerde stadsbestuur en op gezag van het huis van Oranje – de laatstgenoemde in een welwillend gebaar – worden er geen nieuwe ordeleden meer toegelaten. Bij de verkoop is dit aantal gedecimeerd – er zijn er nog geen veertig zeer bejaarde zusters over.

De verkoop in 1769 van een pand dat sinds de stichting van de stad als hertogsleen in erfpacht is gegeven, en sindsdien een familiebezit is, kost Nicolaus Tolincx weinig moeite. Er mag geen wapensmederij meer gevestigd zijn, noch tol geheven. De panden aan de Vughterdijk blijven tot rond 1900 in erfpacht bij de familie.

Zij worden, o.a. in een akte van Mosmans genoemd als uithangend met de benamingen “De Drie Sterren”, Het Appelboomke” en de “De Pijp” – die laatste als een samenvoeging van drie woonhuizen, omgebouwd tot magazijn. Daarnaast is er nog het kleine Tolhuis aan de Vughterpoort zelf, een herberg als hoekpand waar ook de tol kan worden afgedragen, het Vughtereind rond de molen, een hof aan de Dieze waar de reizigers van buien hun paarden en karren kunnen stallen. Bijna tot 1900 blijft die constellatie bijna onveranderd, zoals dan op foto’s goed te zien is.