Reflections sur l’étang du Gapeau

2015, December 19

Illuminatie Reflectie

Een herinnering die ik gehad zou willen hebben. De maker van dit olieverfdoek heet Louis Bonamici (1878). Hij schilderde dit in Le Lavandou. In 1966.
Ik tel. Zesenzestig plus tweeëntwintig maakt achtentachtig. Allemachtig! Ik was ooit in Le Lavandou. Geliefd bij kunstenaars op leeftijd. Onze buren gingen er vaak naar toe. Was ik er in 1966? Ik herinner mij niet die krasse grijsaard met een schilderezel in zijn karretje, op weg naar L’etang du Gapeau. Iedereen werd daar vroeg oud. Het was de zon en de drank, de late avonden.

Ook van die plas weet ik niets te zeggen. Jammer, je maakt veel mee, en je mist wat. De familie Rochat, onze wereldse buren, zijn dit pad vast ook misgelopen. Zo is het leven.

Ik kijk graag naar deze vijver, de weerkaatsing van het volle licht op het knus gedrapeerde wateroppervlak. Goed plekje. Met de aanvullende gegevens over de maker ontgaat mij nu niet dat kleine poortje aan de overkant. De sleutel tot de werkelijkheid en de waarheid.

Zoals een kunstenaar in de late Renaissance op zijn bezonnen doek een licht van linksboven liet stralen op een stukje gezegende aarde.

Tegenlicht, het mooiste licht dat er is. Objecten op de voorgrond kunnen voorzien worden van een scherpe aura, terwijl het object zelf een verdonkert. Maar dan is er op de voorgrond wel weer iets dat die straling reflecteert. Licht toevoegt op de voorzijde waar we tegen aankijken. Mooi, Rembrandtesk. Zo bouwde hij oude mannen portretten op.

Je kunt het zien, Louis is een vakman, met een gedegen, klassieke kunstenaarsopleiding. Naar zijn tijd een buitenschilder ook. Direct naar de natuur. Een trefzekere hand. En hij geeft weer wat hem bezield. Het hiernamaals is voor hem niet ver weg. Daar, aan de overkant. Het licht dat de schaduwrijke étang direct voor hem tot leven brengt.

Le Lavandou, L’étang du Gapeau.
Naschrift
2016, Januari 24
Er was tijd om nog even wat meer aan de weet te komen over deze schilder. Hij was in Italië al heel jong in het vak terechtgekomen, als leerling van een schilder die net als hij met het soepele stalen paletmes wist om te gaan. Eigenzinniger dan zijn leermeester heeft hij nooit anders dan de paletmessen gehanteerd. Een pasteuze techniek die een zekere gedurfdheid vraagt, levendig, ooit impressionistisch genoemd. Ik wordt er ook gemakkelijk verliefd op. Geen kwasten voor deze man.
Als volwassen man verhuist hij naar Le Lavandou, en bijna al zijn werk is daar gemaakt. Maar hij kwam ook in New York waar zijn aanpak veel aftrek vond. Salonfähig, zoals zijn onderwerpen dat natuurlijk ook zijn. En zijn habitus. In gezelschap, een gesoigneerd personage. In zijn bouwvallig atelier aan het strand buiten het stadje lag dat anders.
In de literatuur en op internet tref ik minstens zes andere doeken aan met l’étang du Gapeau als onderwerp. Het laatste doek, uit 1966 is nadrukkelijk het beste.
En wel allemachtig, mijn intuïtie  over dat lichtgevende poortje in de linkerbovenhoek wordt gestaafd. Op geen enkele van de oudere afbeeldingen is een poortje te zien. Het laatste doek met dit poortje is gedateerd 1966.
In zijn biografie lees ik dat hij op 3 maart van datzelfde jaar is overleden. En het licht! Het straalt helderder dan ooit tevoren. Hij moet zo, als een voldaan mens, afscheid genomen hebben van dit verstilde, aardse plekje.