De bezieling van Öde en Bödny

Illuminatie De Broche

Er zijn maar een paar mensen, te tellen op de vingers van een hand, nou, misschien nog de pink en de duim van een tweede hand, die zullen begrijpen waarom ik vandaag deze illuminatie aan mijn brevier toevoeg.

Het ziet er uit als een asbak, maar dat kan maar voor even zijn. Een soort ring, maar te groot voor zelfs een stevige vinger. Bovendien, er is maar éen opening, en dit kwartsachtig materiaal, je bent er niet zomaar doorheen. Kortom het is een broche die de eeuwigheid kan doorstaan.

We merken op dat rechts de plek is voor een ijzeren naald, links de opening waar we de naald achter kunnen haken. Zo maken we onze broches nog steeds. Deze is oud, gedateerd op het eind van de tiende eeuw. En wat we zien is een bijzondere broche. Een kostbare ook, want zo’n steen kom je niet zomaar tegen. En dan, het harde materiaal moet bewerkt worden, gespleten, geslepen. Een broche voor op een feestelijke mantel, waarmee deze midden op de borst bijeen wordt gehouden, maar de armen vrijlaat. Voor een man of een vrouw, dat maakt niet uit. We zijn onder Vikingen. Dat blijkt uit de inscriptie ingekrast in het rechter bovenkwartier.

De inscriptie staat op de achterzijde waar we tegenaan kijken. Het is geen publiek bericht. Runentekens. Runentekens?. Nee, geen geheimschrijverij. Geen mystiek of tovenarij. Wel tekens die per definitie niet naar een visueel waarneembare werkelijkheid terug verwijzen. Maar wel met een even groot realiteitsgehalte.

Zoals andere vroege schriften, van Mesopotamiers, Egyptenaren, geven zij toegang tot de wereld van onze denkbeelden. Even werkelijk als onze zintuigelijk waargenomen werkelijkheid. Zonder denkbeelden, een wereld van denkbeelden, bestaan we niet. Voor mij is dat maar al te duidelijk. Na een hartoperatie van een paar jaar geleden werd een deel van mijn verleden onwerkelijk. Ik heb er geen toegang meer toe. Voor mijn gevoel kan ik moeiteloos zonder, maar, ik kom soms mensen tegen die mij kennen maar ik hen niet. Ik loop door straten in de stad, hele wijken, die ik als nieuw ervaar, ik besef dat ik hier vaak geweest ben, maar er is geen herinnering die mij op het spoor brengt. Wat ik kwijt ben geraakt, mis ik niet. Mijn denkwereld, het deel dat nooit gevoed werd door een fysieke buitenwereld, die lijkt onaangetast. Omvangrijker dan ooit. Maar, wie zal het zeggen? Ik was de enige die daar toegang toe had. Ik blader door mijn decennia-oude, gecalligrafeerde collegenotities, ik hoef er maar even een blik te werpen en ik kan mijn colleges gewoon voortzetten. Scherper geformuleerd dan ooit tevoren.

De werkelijkheid die alleen in het bewustzijn kan bestaan, het zelfbewustzijn vormgeeft, en dat van de anderen die ons na staan. Een metafysica, die geen afspiegeling kent in de fysieke, materiële, visuele werkelijkheid en daar ook nooit zijn oorsprong heeft gevonden.

Ik herken de runentekens in deze broche van mijn ruim tweejarig verblijf in Yorkshire. Dertig jaar geleden? Ze roepen nu weemoed op. Hoog in de Yorkshire Moors, massieve, opstaande. eivormige keien. Zij verlevendigen onze achtertuin. Met mijn twee oudste kinderen ben ik regelmatig op pad en we proberen ze te ontcijferen. Vruchteloos.

Maar voor geschoolde Noren is deze broche geen probleem. Zij lezen: “Öde kerfde deze runen op de broche van Bödny”.

Een man schonk dit zijn vrouw. Is hij te beschouwen als de eigenaar, zij als de ontvanger van een gift? De bezegeling van een langdurige relatie? Voor het leven?

Zo’n materiële interpretatie zou een ontkenning zijn van de werkelijkheid. Keltische inscripties verwijzen naar de denkwereld. Een kei die tot runensteen wordt uitverkozen, van inscripties voorzien wordt daarmee tot leven gebracht, geanimeerd. Er wordt een ziel ingeblazen. De broche is, met zijn inscriptie door Öde bezield geraakt. De vrouw Bödny draagt dit nu op haar borst. De verbeelding van een zielsverwantschap. Ik kijk nog eens naar die weerbarstige, kleurrijke broche. Mooi ding. Uit zijn pure dingigheid verheven door een prachtige eigenhandige inscriptie. Een kunstwerk. Wonderbaarlijk.