Een Gotische P. Peter Gijsbert Jan Toelinck, 1463-1531. De XVe generatie.

Een crisis voorbij

Ik ben op een punt van onderzoek beland, waarop het zoeken en puzzelen wordt in talrijke archieven, honderden oorkonden, manuscripten, publicaties.

Het internet is een onschatbare hulp. Toen ik 16 jaar geleden aan deze bezigheid begon was er op dat punt weinig of niets. Pas in 2015 komen de oude fiches en kaartenbakken van het Brabants Historisch Archief Centrum bij duizenden tegelijk in beeld.

Het verleidt om vele dagen achtereen, en vooral ook lange nachten gebiologeerd aan mijn beeldscherm te kluisteren.

Bij dag en dauw, voor het slapen gaan meng ik mij met de eerste treinreizigers die zich schrapzetten voor een nieuwe dag, bij Lebkov & Sons. Mij past een Medium Cappuccino, mijn Pain au Chocolat, mijn Ochtendkranten. Attributen van het Kosmopolitisch levensgevoel waaraan ik zo dringend behoefte heb.

Dan volgt de vredige ontspanning die mij sereen overrompelt. Als een donkerblauwe nachtvlinder zoek ik mijn vaste plekje waar ik mijn vleugels zal dichtklappen.

De Middeleeuwen: een hectische wereld

De wereld van Peter Gijsbert Jan Toelinck, mijn voorvader in rechte lijn in de vijftiende generatie, geeft alleen en met veel geduld en volharding iets van zijn geheimen prijs.

img_0032

Ik kan er niet omheen om veel gedetailleerder te gaan werken dan ik een aantal jaren terug gewend was. Weerbarstig materiaal, voortdurend moeten conclusies worden opgeschort. Niets ligt meer voor de hand. Soms verval in dezelfde misvattingen die ik enkele jaren terug ook al eens maakte. Schriften vol aantekeningen, te snel en te onduidelijk opgetekend.

Studie van Peters tijdgenoten waar ik te weinig van weet, niet alleen zijn familie maar ook zijn woon- en werkomgeving. er moet opnieuw naar gekeken worden.

Maatschappelijke instellingen waarvan de taak, de functie, de geschiedenis, de eigenaren aanvankelijk buiten zicht blijven. Straten en stegen, panden en erven, en stromen en grachten die op onverwachte momenten van naam zijn veranderd. Niet éenmaal maar soms wel vier of vijfmaal. Wie beweerde ook weer dat onze maatschappij pas in de 19e eeuw in een stroomversnelling raakte? Hectisch! Dat is het enige passende woord.

Families die zich nu eens met een patroniem, dan weer met een veldnaam, de naam van een als erfgoed verworven hoeve, of ook met hun beroep, functie of ambacht identificeren. Een Peter Smolners is in meerdere archieven terug te vinden, maar wel steeds onder een andere naam, op een ander tijdstip, een andere locatie. De onzichtbare verbanden moeten in het zicht gebracht worden. Dat gezoek hou je een halve dag vol, dan is het voorlopig weer even mooi geweest. Crowd Funding kan helpen. Een groep mensen met eenzelfde interessegebied, die hun vondsten op internet zetten. Maar het kan ook een hoop ellende opleveren.

Je kunt de zoekfunctie van Google erop loslaten, maar daar schiet je niet erg mee op. Hoewel, hoe meer je zoekt en snippers informatie bijeensprokkelt, hoe meer de Artificial Intelligence van dit programma je behoeften leert kennen. Om tenslotte na zo’n vijftig keer of honderd hulpeloze omzwervingen, opeens te overbluffen met uitkomsten die je stoutste verwachtingen overtreffen. Jericho! The Walls Come Tumbling Down. Maar daarvoor is wel nodig dat je alle snippers informatie opneemt in je gegevensbestand. En daarvoor moet je weer een systeem ontwikkelen van variabelen, categorieen, markers, tabs, en de gegevensinvoer moet aan een strikte discipline onderworpen worden.

Het is niet alleen uit sociaal-wetenschappelijke belangstelling dat ik al jaren alle personen, locaties en meer die ik in een oude oorkonde tegenkom in mijn bestand invoer. Het is de enige manier om zo weer bij de persoon die het object is van je onderzoek terecht te komen. Het opsporingssysteem van social media, zoals Facebook of LinkedIn, zeg maar. Dat is de enige onderzoek-methodologie waarmee op den duur succes bereikt wordt.

En dus heb ik na 16 jaar een bestand met een enorme omvang. Zou ik opnieuw moeten beginnen dan ga ik al mijn actoren inde Teulings stamboom, vanaf 1100, in een alternatief Facebook-programma invoeren. En praten met een Geheime Dienst, die ISIS-klantjes op moet sporen. Daar is vast ook nog wel wat aan bruikbare methodologische technologie te vinden.

Misschien ga ik het morgen uitproberen. Ik meld mij aan als Peter Gijsbert Jan Toelinck  en kijk of het mij lukt zijn hele complexe personen- en objecten-netwerk in te voeren en zo in kaart te brengen.

De achternaam van een grootmoeder die om een of andere reden in de plaats komt voor de naam van de vader? We zijn in de 15e eeuw: het kan, het mag, en het gebeurt. Een neus, een nek, een oog, een oor, een been, een voet die even afwijkt, en een nieuwe achternaam is geboren.

In een stad als ‘s-Hertogenbosch wonen de mensen dicht op elkaar in een blok, een buurt, een buurtschap. Het woord vicus – de meeste teksten zijn in het Latijn – wordt meestal vertaald met straat. Maar dat is een modern begrip. In de beleving van een 14e of 15e eeuwer woont hij niet in een straat, maar in een in elkaar gevlochten huizenblok, met gangetjes, steegjes, en waterdruppen, een erf een achtererf, een achterhuis met een poortje waarmee je aan de Diezestroom komt, met een bruggetje waarachter de doolhof zich gewoon voortzet. Huizen hebben geen nummer, maar een naam, de Hont, Int Lam. maar hun locatie wordt weergegeven door de belenders te benoemen: links, rechts, voor en achter. Bij naam, of bij de naam van het pand of het erf of het steegje of het bruggetje. Vicus, dat is de leefgemeenschap met een plek. Een netwerk naast het familienetwerk dat in de genealogie centraal staat. Ik zou naast mijn computer eigenlijk een tafel moeten maken met Legoblokjes. Bij het Brabants Historisch Informatiecentrum zijn ze daar al een flink eind mee op weg. ‘s-Hertogenbosch voor 1300, binnen de eerste stadsmuur, de eerste omgrachting. Zo’n zestien compacte ‘blokken’,  als ik mij goed herinner. Als er een brand uitbreekt gaat een heel blok in vlammen op. De mensen die zo dicht op elkaar wonen hebben veel gemeen. Een beroep, een welstandsniveau, een gedeeld immigratieverleden. Voor een sociale wetenschapper ook nog een nieuwe inspiratiebron: Zeg mij wie Uwe buren zijn en ik zal U zeggen wie Gij zijt.

sh-belenders

Inzoomen: Een vreemde P in de bijt

zegelstempel-toelinck-peter         Zegelstempel van Peter Toelinck, schepen van ‘s-Hertogenbosch 1514

Rond zegelstempel met aan de achterzijde een eenvoudig bewerkt handvat (voluutvormig met driepasvormige opening; deels afgebroken) en in gotisch schrift: peter toelinc. Aan de voorzijde een omschrift met aan de buitenzijde een band van drie cirkels, en aan de binnenzijde een cirkel. Een versierde zespas doorsnijdt de binnenste cirkel en omsluit een half-cirkelvormig schild.

Heraldische beschrijving: een zoom en drie drielingsbalken; in het schildhoofd een gotische p tussen twee vogeltjes.

Een voornemen om in mijn onderzoek meer aandacht te schenken aan details die wat onderbelicht zijn gebleven kan bij deze Peter onmiddellijk in daden omzetten.

Saga van de Drie Merletten

wapen_teulings_3_merletten_3_drielingbalken_tHet gebruikelijk Teulings wapen bestaat uit drie drielingsbalken met een schildhoofd van drie merletten. De Gotische P wijkt daarvan af. Dat vraagt om een verklaring. Misschien is het resultaat van zo’n tijdvretend speurwerk banaal en oninteressant. Misschien leidt het tot iets dat stemt tot nadenken. We zullen zien.

schermafbeelding-2016-11-12-om-00-30-52

De Gotische P zien we in spiegelschrift. Hij is in de plaats gesteld van de middelste merlet. Ook de “twee eendjes” zien we nu in omgekeerde richting zwemmen. Zij hebben aan heraldische kracht moeten inboeten. De voorouders van Peter proclameerden geen eendjes, maar merletten: Volgens overlevering, Ni Beque, ni Pattes.

Of, op zijn Vlaams: geen bek, geen patten. Want de Tolincx of Toelincx in de novo oppidum van ‘s-Hertogenbosch, behoren met een aantal andere families van kolonisten tot de eerste generatie immigranten afkomstig uit het Land van Waas, tussen Gent en Aalst, daar al actief bij de inpoldering en het beheer van het omvangrijke drassige moeras aan de zuidelijk oevers van de Schelde. Naar ‘s-Hertogenbosch gekomen, ook om ook daar dat enorm moeras tot ontwikkeling te brengen en winstgevend te maken. Ook in deze noordelijke moerasdelta zijn merletten volop aanwezig, zonder pootjes, want die steken in de modder, en zonder bek want ze zoeken driftig onder de oppervlakte naar de rijke voedselbronnen. Trekvogels.

Of, zoals de diepzinnige voorvaderen van Peter Toelinck afkomstig uit dit gebied de symboliek onder woorden brachten, het is woestenij, land zonder heer of opbrengst dat de polderaars tegen een bescheiden pacht in erfleen verwerven en kolonisten die zich deze natte woestenij toe-eigenden: Ni Terroir, Ni Pouvoir. Dat moet op eigen kracht en op eigen risico tot ontwikkeling worden gebracht. Dat vergt veel kennis van zaken. Het moerasgebied van de Busco Ducis is de nieuwe uitdaging.

Daarnaar verwijzen ook de drie drielingsbalken naar die we ook in veel andere familiewapens in en rond de Meierij tegenkomen: dat moerassige driestromenland, een delta op zijn beurt gevoed door kleinere delta’s. Een brede waaier van stroompjes, die, als Zoete Lieve Gerritjes, zonder kijven op weg gaan naar Den Bosch toe, en daar verenigd, opgelucht verder stromen op weg naar die Andere Schelde, de machtige Maas.

Het Teulings wapen is geen standswapen, maar geeft een mobiliteit weer: van de merletten aan de Schelde, naar de het veelstromenland aan de Maas.

Frans en Peter

Het portret hieronder is van een tijdgenoot van Peter, ongeveer dezelfde leeftijd, ook uit een Bossche koopmansfamilie, ook met een rechtenstudie in Leuven achter de rug- het geeft iets van een tijdsbeeld.

van-cleve-1519

Waarom nu die P in het wapen van Peter? Dat blijkt eigenlijk niet zo ingewikkeld. Er is een oudere broer mr. Frans Toelinck die net voor Peter al een jaar schepen is geweest, en dus na dat jaar als schepen moet aftreden.

Maar Frans blijft wel als Raadsheer actief binnen de magistratuur – buitengewoon actief zelfs – en zal dan in andersoortige akten een eigen, onderscheidend zegel-stempel gebruiken. In plaats van die Gotische P zien we bij Frans een zespuntige rode ster. Er kan zo geen verwarring ontstaan binnen het ambtelijk apparaat, of bij het publiek, het schept een unieke individuele signatuur, een handtekening, en daar gaat het om.

Totem of signatuur

Maar daarmee valt er nog een kanttekening te maken. Om echt te begrijpen wat er aan de hand is moeten we vergelijken.

Want Frans en Peter onderscheiden zich in de omgang met het familiewapen, in de functie die zij er aan toekennen, van hun medeschepenen. Van hun fractiegenoten, de andere kooplieden die in de schepenbank gekozen worden, en in het bijzonder van de fractie van de lokale adel die in het stadsbestuur qualitate qua is vertegenwoordigd.

Een maatschappelijk onderscheid dat overigens al overduidelijk aanwezig is wordt gevisualiseerd: de jonkers die als vertegenwoordigers van de landadel een vaste plaats innemen in de schepenbank kennen immers ditzelfde probleem: twee familieleden uit dezelfde generatie in de schepenbanken.

Het komt in die kring zelfs vaker voor omdat een aantal van deze families geldt dat hun verkiezing niet meer dan een bureaucratische formaliteit is. Zij vormen een dynastie die van den bloede altijd recht heeft op een plaats in de schepenbank. Van vader op zoon of van neef tot neef. Het familiewapen is dan op geen enkele manier op pragmatische gronden voor verandering vatbaar. Onvervreemdbaar. Onschendbaar. Sacraal.

Bij Peter en Frans Toelinck bestaat die schroom niet. Het stempel krijgt probleemloos een persoonlijke identificatie functie. Zij nemen individuele verantwoordelijkheid voor hun beslissingen.

Maatschappelijke revolutie: nieuwe stijlvarianten van vermolmde tradities

En zo dringt zich bij mij, onvermijdelijk, een volgende, laatste vergelijking op, laten we zeggen, een cultuur-historische. Tijdens, maar vooral na afloop van de tachtigjarige oorlog als de Roomsen uit bestuurlijke en maatschappelijk functies zijn verwijderd, hun bezittingen onteigend en voor weinig geld aan de aanhangers van de Nieuwe Religie worden doorverkocht ontstaat er een nieuwe rage. Nieuwe gefortuneerden bedenken een familiewapen, een dubbele naam, een helmteken met draperieën, een wapenspreuk, en bekennen zich zo tot lid van een respectabele nieuwe heersende klasse. Het kost wat geld, maar dan heb je ook wat.

Het familiewapen heeft geen functionele grondslag, maar een religieus-sacrale. Hervormde families dienen zich aan met ongemeen rijk aangeklede wapens maar niet als cumulatief product van een eerbiedwaardige oude geschiedenis, zij vinden die alsnog uit. Nieuwe wapenboeken vliegen de deur uit en wat er in geschreven staat wordt in woord en beeld buitengewoon serieus genomen. Als ware het een tweede bijbel.

De genealogische tijdschriften die na de Napoleontische tijd ontstaan ademen eenzelfde geest van Protestantisme. Familiegeschiedenis die de moeite waard is begint pas bij de eerste inschrijving in een Protestants doopboek rond 1550 en geen dag eerder. Daarvoor is niets van waarde te zoeken, een beschamend verleden, en de duisternis der Middeleeuwen.

Voor de Roomsen die terugblikken ziet die wereld er heel anders uit. Zij moeten, opklimmend in de tijd, een lang tijdvak van schuurkerken, sluipwegen en ontheemding overbruggen, om dan, eveneens aangekomen rond 1550 tot de verrassende bevinding te komen dat dan de poorten van die oude kathedrale wereld voor hen wijd opengaan.

Begint mijn besluit tot aandacht voor het detail, voor de Gotische P nu vruchten af te werpen? Misschien nog wat onrijpe vruchten, maar in elk geval, stof ter overweging, de moeite waard om even bij stil te staan, en tot nadenken stemmend. Niet meer dan een hypothese misschien. Maar zonder hypotheses wordt elk gezoek een volstrekt willekeurige bezigheid. Daar is geen enkele database tegen opgewassen. Zelfs niet met behulp van wat artificiële intelligentie.

Het verhaal van Peter Ghysbert Jan Toelinck moet nog beginnen, maar het zou wel eens een lang verhaal kunnen worden. Zijn verdere geschiedenis is zeker vermeldenswaard.

7 thoughts on “Een Gotische P. Peter Gijsbert Jan Toelinck, 1463-1531. De XVe generatie.

  1. In je zoektocht ben je dus al gevorderd tot 1394, misschien zelfs nog vroeger want je noemt ook het jaartal 1100. Het stemt tot nederigheid. Ik bezit sinds twee dagen een foto van mijn overgrootmoeder, vervaardigd door André Schreurs, v.h. firma P. Stutz te ’s Bosch (het zal je goed doen). Geboren in 1855. Zoals ze naar de fotograaf kijkt: zelfbewust en timide, een beetje zoals Sitting Bull op die mooie cabinet card van 1881, maar dan minder vervaarlijk. Daar staat tegenover dat haar pofferd veel fraaier is dan die veer. Ik wil weten wie ze was, hoe haar leven verlopen is, wat ze dacht. Hoe ze haar kinderen grootbracht lijkt minder belangrijk want ze stierf in 1922 en een van haar dochters, de moeder van mijn vader, in 1928, zes weken nadat mijn vader was geboren. Maar ik vermoed grote, allesbepalende devotie. Haar enige zoon werd pastoor en een van haar drie dochters werd non. Jij stelt vragen, ik denk vergelijkbare vragen, over mensen uit de veertiende en vijftiende eeuw. Fascinerend.
    Mijn overgrootmoeder heette Anna Smits, ze was getrouwd met Toon Steenbakkers. Ambachtsnamen. Maar ze hadden een boerderij, en hij was kerkmeester. ‘Goede boeren’. Als ik aanneem dat veel achternamen uit de Napoleontische tijd stammen (ik weet niet of die aanname klopt), dan zouden in de 19e eeuw ambachtslieden soms boer zijn geworden, dat wil zeggen grondbezitter. Een interessante mogelijkheid, al was het maar omdat ik er altijd van uitging dat degenen die boer zijn uit een familie komen die dat altijd al was.

    Like

    1. Wat een aangenaam leefbaar bericht! Ik zal er morgen op ingaan, er werd net zonder enige waarschuwing een Win of Mac update uitgevoerd, en dat leidt bij mij altijd tot een crash waar ik een uur of zes mee bezig ben, morgen dus verder, mijn email is al weer hersteld, maar mijn genealogie gegevensbestand is nu zoek. Vind ik we weer terug, maar moet dan kijken of ik er nog in kan, of een oudere zip-file moet terugladen, met een halve nacht dataverlies. Dit alles terzijde.
      Zo’n foto, als 26-jarige, van je overgrootmoeder, daar kun je mee aan de gang! Dat moet je inspireren tot een pront verhaal. Die fotografen van 1880, die maakten er nog echt levenskunst van. Over die achternamen, wanneer die werden ingevroren in een register, Napoleon maakte een centraal, landelijk register, de tijd van patroniemen was voorbij (of het werd Janssen of Andriessen, Peterse, maar dat lag dan voorgoed vast. Maar Smits of Steenbakkers, dat zijn namen die in 1550 ook al voorkomen, en hun functie als verwijzing naar het daadwerkelijk uitgeoefende beroep al snel konden verliezen. Jouw grootvader was vast ook geen visser.
      Jij ging er van uit dat ik onmiddellijk begreep wie je was. Ik heb toch even op LinkeIn moeten zoeken. Mijn korte termijn geheugen werd enige jaren geleden door een bloedstolseltje op reis in mijn hersenen uitgeschakeld. Dus dat is op zo’n moment, als ik daar te rade ga: Geert? een voorgoed afgesloten boek. Maar jij had een plaats in mijn Leidse docententijd. Zoveel is zeker. En er komt via omwegen nog wel meer boven. Of was je ook een van mijn promovindi? Ik zal eens in mijn boekenkast snuffelen. Rij acht, van de bovenste plank. Voel je niet door mij geTrumpd.

      Like

  2. Ad , wonderbaarlijk beste groet uit Tiel, nog voordat ik je nieuwe bijdrage ga lezen, alvast mijn reactie:
    Je schreef op 11 november: “Het internet is een onschatbare hulp. Toen ik 16 jaar geleden aan deze bezigheid begon was er op dat punt weinig of niets. Pas in 2015 komen de oude fiches en kaartenbakken van het Brabants Historisch Archief Centrum bij duizenden tegelijk in beeld.”

    Ik deel dat gevoel ! Het internet is de nieuwe factor, historisch op zich. Niet de oude media maar de sociale. Ik zinder er dagelijks van ! Mijn werklust kan er amper tegenop met smart scripts en protocollen.

    Gisteren dus een dag eerder kwam niet den Bosch maar dus wel het niet minder schone Antwerpen als nooit eerder tevoren online in beeld na een tweet dat 2422 regesten maar liefst online zijn en ik heb ze (32 MB) nu vanwege digitale beschikbaarheid nu via http://zoeken.felixarchief.be/zHome/Home.aspx?id_isad=464974

    Ik dacht meteen aan wat je schreef over het zoeken en puzzelen in talrijke archieven, honderden oorkonden, manuscripten, publicaties. Ze waren nooit eerder online. Niet den Bosch maar Antwerpen. Twee bestanden 1394-1437, 1431-1476. Dat zijn mooie jaartallen in een oplopende reeks.

    Ik kan het niet verklaren noch geloven maar geen enkele Thol* of whatsoever … in die regesten. Toch waag ik het Ad om je dit nieuws te melden. Voordat ik aan Tholinck dacht, dacht ik eerst aan Jeroen Bosch, ook al komt diens voorgeslacht uit Nijmegen en niet uit Antwerpen. Maar den Bosch komt zeker wel veelvuldig voor in die nieuwste regesten uit Antwerpen zoals
    SR # 5 f°370 V – 003 01/01/1415 31/12/1415 Peter van Vucht van tsHertogenbossce en Jan Boeye van tsHertogenbossche deb Janne van Aken.
    SR # 5 f°512 R – 002 01/01/1415 31/12/1415 Lonijs Brijns zone van Wijck van tsHertogenbossche machtigde Peteren van Halmale alias van Hoboken van Jan van Wezenbeke.
    Hier laat ik het bij. Mocht het je niet lukken dan zet ik een link klaar via we transfer.

    Zojuist nog een ander hoopgevend ingekomen derden-bericht: “Ik baseer me nagenoeg volledig op het Bosch’protocol. Je weet dat ik het hele protocol op een externe schijf heb staan: 980 gigabyte. Ik heb het inclusief de index die er vanaf 1500 van bestaat. Dat werkt zeer veel gemakkelijker dan de site van het stadsarschief, waarbij je elke pagina afzonderlijk moet downloaden.” Omdat de scribent me een bezoek aankondigde ga ik kiezen voor zijn handiger format. It’s getting better all the time !! Dat die gigabyte megabytes zijn mag niet deren.

    Met beste groet, en nu zoals steeds, even je bijdrage lezen.

    Hans uit Tiel

    Liked by 1 persoon

    1. Gevonden! Het eerste deel van het eerste jaar, 1394, bevat 100 folio’s. Op het eerste vel staan vijf acten dus dat is minstens 500 acten – en dan zijn we het jaar nog niet uit. Opluchting: de teksten zijn in het middelnederlands. Op 200 % uitvergroot goed leesbaar, nou ja, op het eerste gezicht. Veelbelovend allemaal. Maar ik moet snel twee levensjaren erbij vragen, daarboven, want het op jeugdige leeftijd overlijden van Lenart Cohen heeft mij weer even bewust gemaakt van mijn eigen sterfelijkheid.
      Mag ik je vragen om een copie van je Gigabyts? Als je scribent daarmee kan instemmen. Ik deel graag in de kosten…

      Like

  3. Succes met deze ook voor mij als ex-bosschenaar fascinerende zoektocht. Alle bewondering voor je ontembare doorzettingsvermogen, de wankele gezondheidssituatie ten spijt Jacques van Hoof

    Like

    1. Dag Jaques! Wat plezierig om van je te horen! Hoe lang is het al geleden dat we elkaar regelmatig zagen en de wereld veranderden? Ben je zichtbaar op zoiets als LinkedIn f Facebook? Of gaat jou dat te ver… Beste groet, je Ad PS. Tussen af en toe wat barre momenten door gaat het mij wonderbaarlijk goed…

      Like

      1. Hans!
        Dat is een onverwacht cadeautje, het zal ook zijn vanwege de 11e verjaardag van mijn kleinkind Wolf, daar kreeg ik al een aantal pakkende gelukwensen op, maar met jouw bericht krijg ik een schot in de roos. Zoeken naar een Teulings lijkt een speld in de hooiberg, maar met 41 varianten van de naam is er niet alleen inventiviteit maar ook volharding geboden. Het zal zeker gaan lukken. Als ik mij wel herinner dan is er vóor 1394 niets meer in het Bosch Protocol zelf te vinden vanwege de enorme brand die de stad toen teisterde. Maar er waren toen al meer kloosters, kerken en liefdadige instellingen in de stad dan waar ook elders in Brabant. Eén op de 19 stadsbewoners was een presbyter of een moniale, een paap of een non. Die zaten niet de hele dag in hun cel opgesloten. Stel je voor: het zag zwart van de habijten op straat. En omdat een groot deel van die 19 aardse stedelingen er soms een beetje op los leefde (Roomse streken, je kent ze), werd er veel geld geschonken aan al die kerkelijke instellingen. Want daar zaten de mensen die de tijd namen voor gebeden tot de allerhoogste. Om de zondaars iets van genade te schenken, toegang tot de hemelpoort. En voor ons, nu, zoeklustigen, betekent dit dat we ook over de 150 of tweehonderd jaar daarvoor heel wat Bossche akten hebben om te raadplegen. Bovendien schreven de priesters en nonnen in een wat netter handschrift dan de schrijvers op het stadhuis, die krabbeldesn soms wel 60 akten op een vel perkament. Dus: ik ga kijken op jouw link, en zal je melden van mijn eventuele successen. Opgewekt, met ferme pas, zoals de kleine 11i-jarige padvinder in mij het heeft geleerd. Want zoveel ben ik ook wel wijzer geworden, een mens wordt niet echt ouder, hij krijgt er steeds meer leeftijden bij.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s