Het Vroegkapitalisme van de katholieke kerk

Illuminatie- Voorbij dei mooie zomer 2

ΨΨΨ

Een zondags uitje

Mijn dagelijkse arbeid is eenvoudig monnikenwerk. Op momenten dat ik over een overschot aan energie blijk te bezitten maak ik een Zondags uitje naar een van de vele moeilijke puzzels die zijn blijven liggen. Of naar een ongekuiste exploratie van inzichten – misschien zijn het alleen maar invallen – die al doende ontstaan en op een uitwerking lijken te wachten.

Modello’s in klad van een muurschildering die ik ooit nog eens in het groot zou willen maken. 

ΨΨΨ

De periode waarover mijn onderzoek zich uitstrekt ligt meestal tussen 1200 en 1550. Daar liggen ook de grootste puzzels. Schaarse, obscure,  niet getranscribeerde archiefstukken. Moeilijk toegankelijke, specialistische bronnen, een veelheid van interpretaties vaak vanuit een heel andere doelstelling geschreven dan die welke mij voor ogen staat. In het gebied van ‘s-Hertogenbosch en omstreken zijn het niet alleen de hertog van Brabant met zijn Hof en machtige vazallen die de dienst uitmaken. Er bestaan nog oudere regionale graafschappen en zelfs hertogdommen die hun wijd verspreid familienetwerk van neven en nichten in het geweer kunnen brengen. Er zijn, soms – historisch gezien – nog oudere Heren, in de Franse bronnen spreekt men van Princes, die een eigen rol spelen, nadat zij de protectie hebben verworven van een niet-Brabantse ‘buitenlandse’ machthebber. En dan zijn er die merkwaardige figuren, die onder de naam van bisschoppen met precies dezelfde zaken van macht, gezag, invloed en heerschappij bezig zijn als hun ‘wereldlijk’ genoemde tegenspelers.

ΨΨΨ

In de periode die ik probeer te begrijpen, tussen 1200 en 1550, in het gebied dat, alleen in strikt topografische termen als Brabant wordt aangeduid is er nog geen sprake van een statelijke organisatie en van een geordend centraal gezag. Brabant is een Brabantica, een soort van archipel. Op oude kaarten worden wel grenzen getekend, maar dat is een overlay die de werkelijkheid niet dekt. Elke vorm van cartografische arbeid leidt tot een andere uitkomst. Alleen op heel kleine schaal worden piketpaaltjes uitgezet die aangeven waar het ene bezit eindigt en het volgende begint.

ΨΨΨ

Elk diagram dat een weergave probeert te zijn van hiërarchische verhoudingen tussen locaties, regio’s, bestuurscentra kent een grote mate van willekeur. De vraag naar de heerschappij-verhoudingen is niet te beantwoorden zonder een studie van familienetwerken. De hertog van Brabant trekt ten strijde met zijn baanderheren. De grote en kleine baronnen die hun aandeel inbrengen in de ridders, de manschappen, de paarden, de karren en de voedselvoorraden die aangevoerd moeten worden. Het zijn zijn getrouwen, mon fidèles, zoals hij ze aanschrijft. En dat klopt maar al te letterlijk. Trouw aan de vorst is alleen denkbaar als er getrouwd wordt. De grote Adellijke Huizen raken aan elkaar verplicht als hun dochters en kleindochters, zonen en kleinzonen met elkaar in de echt verbonden worden. Alleen dan is vorstentrouw echte trouw. En, niet te vergeten, als aan die echtverbintenis ook gewicht gegeven wordt door een passende gift.

ΨΨΨ

Ooit waren het de prachtig geslepen stenen strijdbijlen, massieve edelstenen, uit zeldzame doorzichtige ertslagen gewonnen. Dat jachttijdperk is voorbij. Passend is nu, in de landbouweconomie, een territoriale gift. Een gebiedsuitbreiding die aantrekkelijk is voor de partij die een dochter of zoon ten geschenke geeft. Een graaf is genoodzaakt ten strijde te trekken om zo de verzameling van kleinere graafschappen aan te leggen waarmee hij uit voorraad zijn bruidsschatten kan leveren als de tijd daar is. Een beetje vorst heeft ook nog een extra set gebiedjes ongeregeld waarmee hij zijn bastaarddochters en -zonen onder dak kan brengen.

ΨΨΨ

Anders gezegd: er is wel sprake van een boven-privatelijk systeem, maar dat is een maatschappelijk stelsel waarvoor nog geen eigenstandig publiekrecht bestaat, anders dan binnen het kader van het sterk ontwikkelde familierecht, erfrecht, en natuurlijk, het private strafrecht. Er zijn verdragen tussen Huizen, en daar blijft het bij.

En dat roept dan bij mij de vraag op, hoe zit het dan met die bisschoppen en hun bisdommen die in die tijd als paddestoelen uit de grond schieten. Bisschoppen hebben wel zonen en dochters, zoals de meeste van hun tot priester gewijde onderdanen maar dit nageslacht – het kerkelijk recht laat daar geen misverstand over bestaan – wordt als bastaardij gezien. En ze kunnen geen gebieden veroveren en verzamelen om daarmee hun nageslacht tot geschikte partij te maken.

ΨΨΨ

Ik volg een lijstje van Coppens (1841) waarin hij een opsomming geeft van de eerste dertig bisschoppen die hun gezag laten gelden in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch. Het zijn Aarts-bisschoppen van Luik. Prins-Bisschoppen. Ze zijn opvallend jong, onervaren, en – hier ligt al het begin van een antwoord op mijn prangende vraag – meestal op pad als legeraanvoerder. Langs de Rijn, de Maas of andere oevers, gericht op de expansie, uitbreiding of consolidatie van hun grondgebied. Eventueel met het excuus dat er aanleiding toe is vanwege de ketterijen die daar worden gesignaleerd. Of gewoon van een Germaanse heidendom dat zich nog steeds onder oude eikenbomen aanwezig stelt. Ook kwaadwillige bisschoppen die weigeren zich aan het gezag en de belastingverplichtingen van het oppergezag te onderwerpen worden met de wapenen tot de orde geroepen. Nadat eerst de Paus om instemming wordt gevraagd. Die wordt altijd zonder pardon gegeven. Want daar zit men met hetzelfde probleem.

ΨΨΨ

Veel Luikse veldtochten krijgen zo de naam van Kruistochten. En onder het rode kruis op de witte vlag van de wapperende kruisvaarders-banier begeeft een stoet Brabantse ridders zich strijdvaardig langs ‘s-Heren wegen. De geschiedenis open altijd weer nieuwe bizarre werelden waarvan ik het bestaan nog niet kende. Kruistochten langs de Maas! Een stad wordt veroverd waar in een enkele dag achthonderd slachtoffers gemaakt. Totdat de overige burgers op hun knieën vallen, de ketterij voor eeuwig afzweren, en hun bisschop aan een touw laten bungelen. Het lijkt de IS wel.

ΨΨΨ

Het zijn de jongere zonen uit kringen van hoge adel, die op deze wijze door hun ouders op avontuur gestuurd worden. Om zich een plaats te veroveren op de enige maatschappelijke positie van importantie waar je ook als jongere zoon macht kunt verwerven, die anders voorbehouden is aan de oudste zonen van het stamhuis. Het Bisdom biedt een machtspositie die buiten het heersende familierecht om toegankelijk is. De weg er naar toe leidt via een proces van verkiezingen, binnen een college van kanunniken. Maar er zijn meerdere mogelijkheden om, op zijn Amerikaans, een meerderheid bijeen te brengen van stemgerechtigden die tot de gewenste uitkomst leiden.

ΨΨΨ

Bisschoppen zijn vorsten. Even wereldlijk als de rest van hun familie. Kerkvorsten die er niet voor moeten terugschrikken om in een spel verwikkeld te raken waar omkoping of zelfs vergiftiging van tegenkandidaten niet ongebruikelijk is. Een voorschenker aan tafel is voor een bisschop een strikt vereiste. Ook na een benoeming volgt vaak nog een lange strijd, soms langs een reeks van rechtbanken. Meestal, wat meer gewaardeerd wordt, door met een zo groot mogelijk leger het goed van een tegenspeler te belagen, om het hem dan afhandig te maken. De Bisschoppen van Utrecht, en Keulen doen hierin niet voor elkaar onder.

ΨΨΨ

Bisschoppen worden niet van bovenaf, door een of andere Kardinaal of Paus benoemd. Zij komen van onderop. In de hoogste kringen wordt er meestal alleen maar bevestigd en bezegeld. Veel Kardinalen en Pausen zijn verstandig, dus verdienstelijk zegelaars.

ΨΨΨ

De kathedraal van bisschopsstad Luik heeft zoals elke kerk van importantie een collegiaal bestuur van kanunniken. Hogepriesters om het ouderwets te zeggen. Ze bezitten misschien in diezelfde kerk een of twee altaren, waarvoor zij een beneficie ontvangen, maar de bediening en zielzorg tegen een bescheiden maandloon wordt uitgeoefend door lagere priesters. Ze wonen vaak niet in de stad maar ergens buiten. Bijvoorbeeld in een vriendelijk dorpje nabij ‘s-Hertogenbosch, want de Meierij hoort nog net bij de kerkprovincie Luik.

ΨΨΨ

Het kanunniken-college is grotendeels een college van absentee owners. Zij bezitten een kanunniksdij, een gebeeldhouwde eikenhouten bestuurszetel in de onmiddellijke nabijheid van het hoofdaltaar. Een kerkgebouw bestaat uit een verzameling van privé-bezittingen. De graven op de vloer zijn privé-bezit. De kerkbanken. De altaren. De glas-in-loodramen. de kapellen. De altaren. De misgewaden. De ‘kerkfabriek‘, het geheel van de uitvoerende diensten en functies. De pastoor en andere geestelijken genieten een private prebende, een vast inkomen, uit éen of meer beneficies, de opbrengsten van een boerenhoeve, een deel van een heide-ontginning, een twaalfde van een molenopbrengst, een tiende van een jaarlijks belastingopbrengst geïnd uit het bieraccijns van een dorp twee dagreizen verderop.

ΨΨΨ

Ook de kanunniken genieten een inkomen uit prebenden, uit het bezit van een adellijke familie, geschonken aan de kerkfabriek, maar met het recht voor eeuwig te kunnen beslissen wie op deze kanunnikenbank plaats mag nemen.

ΨΨΨ

Het heeft mij enige tijd gekost om aan deze werkelijkheid te wennen. Om deze te beschrijven in de woorden die duidelijk maken wat hier gebeurt, ontdaan van alle quasi-theologische veredeling. Om er een logica in te zien. Hoe zou het anders kunnen worden ingericht als de publieke overheid nog geen voet aan de grond heeft gekregen en als de Staatskerk nog niet is uitgevonden. En ook kost het mij tijd om te bedenken dat dit systeem – ontdaan van theologische verbasteringen – in elk geval heel transparant is, niet alleen achteraf gezien, maar ook in de ogen van de tijdgenoten zelf. Zij weten, zien, en proeven waar Abraham zijn mosterd haalt.

ΨΨΨ

Last but not least, het vergt ook tijd en afstandelijkheid, om te kunnen zien dat ook deze vroegkapitalistische productiewijze van een religie ook nog ruimte laat voor een authentieke, respectabele geloofsbeleving, zowel op persoonlijk niveau als in zijn collectieve uitdrukkingsvormen.

ΨΨΨ

Een kerk gegrondvest op een complex stelsel van private eigendom. Met een soort Raad van Bestuur. Commissarissen. Aandeelhouders. Een naamloze vennootschap? De vergelijking met deze instelling van de vrije, kapitalistische onderneming dringt zich op. Maar die vorm uit de wereld van de internationale handel ontstaat pas veel later.

ΨΨΨ

De VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, wordt – wereldwijd gezien – beschouwd als allereerste organisatie waarin deze vorm van ondernemen werd ontwikkeld. Zij heeft altijd gediend als de icoon bij uitstek van de overgang naar een nieuwe tijd. Het vroegkapitalisme van de katholieke kerk leidt tot enige relativering.

ΨΨΨ

Zelfs Luther en Marx hebben nooit het vroegkapitalistisch karakter van de katholieke kerkorganisatie benoemd en in de vorm van een aanklacht aan de kerkdeuren genageld. De aflaten, ja. Maar dat is het kruimelwerk.

ΨΨΨ

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s