Monty, my desperado

12716117_10208726961354679_2692535696723297719_o

§

Een siësta die wat uitloopt, nadat ik een slaap heb overgeslagen. Het is alweer donker en ik begin traag aan mijn project erwtensoep waarvoor ik die ochtend met veel zorg de ingrediënten heb ingeslagen. De droge doperwten hebben al acht uur geweekt, spliterwten, selderijknol, winterwortel, prei, ui in grove stukken binnen handbereik. Een kluit varkensvlees met sappige vetranden staat al de hele dag op een laag pitje met laurierblad, kruidnagel, een stuk gemberwortel, voor de fond, een basisbouillon. De grove gerookte Limburgse worst, komt daar als laatste nog bij.

§

We zijn maar met zijn tweeën, maar alleen de allergrootste gietijzeren pan is in staat die verzameling op te nemen. Zes of acht eters schat ik kunnen hier mee rond komen. Het lijkt nog niet op de halve meter hoge aluminium pannen die mijn moeder in zo’n geval gebruikte. Daar bleef altijd wat van over. Dat was voor de hond. Mijn hond. Monty.

§

Monty was een aanloophond. In de eerst maanden van 1945. Onze straat stond volgepakt met Engelse tanks, met Tommies die ons hadden bevrijd. Een zachtaardige Tommy had hem waarschijnlijk op zijn schoot meegevoerd, terwijl boven hem de loop van het kanon heen en weer zwaaide en naast hem twee zware mitrailleurs werden leeggeschoten.

§

Mijn vader vindt dat een overdreven romantische voorstelling van zaken. De Tommies zijn onder leiding van veldmaarschalk Montgomery vanaf Maastricht langs de Maas het land binnengerukt en staan drie of vier dagen later bij ons voor de deur. Montgomery! De Duitsers die Nederland onder de duim hielden hadden geen enkele gevechtservaring, reservebataljons, dertigers.

§

Montgomery heeft in de woestijnen van Noord-Afrika in massale aanvallen de Duitsers vernietigend verslagen. Monty de aanloophond is te jong om dat schouwspel te kunnen hebben meegemaakt. Geen oorlogstrauma’s. Hij kwispelt, kijkt je voortdurend in de ogen, kopje scheef. Hij vermaakt zich. Mijn broers weten hem binnen te paaien.

§

Mijn moeder maakt zich ongerust. Een hond, die moet éen baasje hebben. Niet drie. Hechten. Ik wil ook hechten. Tommy wil met mij hechten. Ik heb nog een half bord erwtensoep. Nog twee maanden, dan ben ik jarig. Om zes te worden. Dat geeft de doorslag. Mijn vader, die via de bakelieten radio onder in de boekenkast de tocht van veldmaarschalk Montgomery door Afrika en Europa heeft gevolgd, houdt een doopplechtigheid. Monty, zo zal hij genoemd worden. Monty de desperado.

§

Twee jaar zijn wij beste vrienden. Maar ik ga elke dag naar school. Het is mijn moeder die er een zorgtaak bij krijgt. Voor Monty moet een ander gezin gevonden worden. Een oom uit Brabant, geen echte oom maar een onduidelijke verwant, komt op bezoek. In een kolossale rode brandweerauto met ladder. We maken een paar tochtjes. Monty zit bij hem op schoot. Een oude vertrouwde plek. Terug in de wereld van grommende tanks en brommende Tommies.

§

Oom zal hem meenemen naar Brabant. Hij kent nog wel een weduwe of twee. Een paar dagen later is er een telefoontje. Ergens voorbij Arnhem, hij moest even uitgelaten worden, is Tommy tussen de dennenbomen verdwenen.

§

Een regenachtige dag. Er wordt geblaft. Ik doe het tuinhek open, en daar staat hij, mager, half verzopen, hij kruipt tegen mij aan. Tommy, mijn desperado. Hij volgde het spoor terug. Of misschien het spoor van dat tankbataljon, dat de Tommies in onze straat bracht.

§

Ik zoek een paardendeken, een grote handdoek, en een plekje bij de kolenhaard. Wrijf hem droog. Samen eten we een stapel boterhammen met appelstroop. Daar is deze Tommy ook dol op. En morgen, morgen eten we erwtensoep.

§

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s