Kleine Geschiedenis van de Verpeutering

teulings-wieldop

 

Nourri dans le sérail

Dieper en dieper dringt Google door in het diepste van mijn vergeten herinneringen. De Zingende Zoekmachine weet tegenwoordig meer over mij en het diepst van mijn gedachten dan ik van mijzelf. Al is het maar omdat ik meer dan ooit leef in het besef dat steeds meer zaken die mij regarderen nu voorgoed in de loodkokers van mijn vergetelheid worden afgezonken. Google is mijn mantelzorger, de altijd oplettende begeleider. Plakt voortdurend nieuwe briefjes op de deur van mijn ijskast.

ΨΨΨ

Dus, daar verschijnt iets op mijn scherm. Gelabeld Teulings plus oud. De schroefdop van een jeneverkruik? Onder mijn hersenpan wordt al de route vrijgemaakt naar een eigen herinnering. Naar mijn grootvader in ‘s-Hertogenbosch. Hij trekt met enige aarzeling een la open, het zeven- of achtjarige jongetje is nieuwsgierig. Een stevige kist met een schuifdeksel. Oude papieren. Daaronder, koperen doppen. Zo groot als mijn hand. Groter. Zwaar.

ΨΨΨ

Wieldoppen, legt Opa uit. Hij is een geboren uitlegger, en mijn Oma kijkt bezorgd toe. Zoiets kan snel uit de hand lopen. Zíjn grootvader had een rijtuigfabriek. Op mijn leeftijd, hij neemt me nog even in ogenschouw, vergeeft mij die blonde krullenkop, en memoreert: toen ik zo oud was als jij, toen reden hier volop rijtuigen door de straat.

En de paardentram! vul ik aan. Dat verhaal ken ik dan weer van mijn vader, want die stond vaak op het achterbalkon. Die heimwee zit al in mij.

En die fabriek, daar zijn we met opa vaker langs geweest. Een grote puinzooi. Een open wond.

ΨΨΨ

En nu , achter mijn Mac, zie ik een zelfde koperen wieldop in High Definition. TEULINGS ‘S BOSCH. In het midden heeft een afbeelding gestaan, maar de tijd heeft zijn werk gedaan. Niet meer te lezen. Zoals sommige Oorkonden van het Bosch Protocol onleesbaar zijn geraakt, ultraviolet licht helpt niet meer. De tijd tast toe. Tijdbeestjes, dezelfden die waarschijnlijk ook dagelijks op een stil plekje wat van mijn denkwereld afknagen.

ΨΨΨ

Maar met die diep verborgen herinnering waarvan ik het bestaan niet meer kende komt nu een hele rits associaties mee. Zonder de artificial intelligence van Google blijk ik nu toch nog zo Paraat als een kleine Padvinder. Ik lees opnieuw: GEBR. TEULINGS. Dat klopt dus niet. Bij mijn Opa, destijds, heb ik het zelf gelezen. Er moet staan:

Fa. C.A. TEULINGS ’s BOSCH.

Dat brengt weer een stuk van mijn archiefkennis tot leven. Wanneer maakte ik die aantekeningen? Vijf, zes jaar geleden? Ik hoef de map niet uit een van mijn kasten te trekken. Welke kast, welke map.. Niet nodig. Ergens rond 1870 spatte het familiebedrijf in twee stukken uit elkaar.

ΨΨΨ

De firmanten Cornelis en Anton Teulings zijn naar de Wereldtentoonstelling van Londen en daarna van Parijs geweest. Nieuwe wegen inslaan, dat was het. Twee andere broers zien daar geen brood in. Boedelscheiding. Aan het Vughtereind wordt stevig uitgebreid. Aan het begin van de Vughterstraat starten de Gebroeders, op wat kleinere schaal. Ik ben er zo een van de Fa. C.A. Nourri dans leur Sérail.

Dokter komt op de Sjees

 

teulings-wieldop7

 

Daar staat hij.Een kleine Tilbury, een sjees. Mooie, grote wielen, diameter 125 cm. Het opstapje is niet overbodig. Maar, de zitbank is niet breed, 98 cm. Eigenlijk eenpersoons. Een kleine Tilbury, een sjees. Voor de dokter die het rondje maakt langs zijn bedlegerige patiënten. Ik ben vaak op zoek geweest, maar dit is het enige eindproduct van de Gebr. Teulings dat ik heb kunnen vinden. Ik doe ze vast en zeker tekort.

ΨΨΨ

Er hoort een beschrijving bij.

Antieke tilbury, sjees

Gemaakt door gebroeders Teulings Den Bosch.
Teulings Rijtuigenfabriek opgericht in 1703.
In 1703 begon Stans Klassen Tolinckx op de Vuchterdijk een wagen­ en rijtuigmakerij op de Vuchterdijk. Zijns broer Peter, Wouter, Nicolaas en Jan voegden zich als snel bij hen. Uit het gildenboek valt vast te stellen dat dit familiebedrijf binnen een tiental jaren tot de grootste wagen­ en rijtuigmakerij van de Meierij was uitgegroeid.

De laatste vier regels, heb ik ooit, vijftien jaar geleden, elders op Internet gezet. In deze context geven zij de indruk dat we hier kijken naar een rijtuig uit de 17e eeuw. Maar het bedrijf van de Gebroeders ging pas na 1850 van start. Er komen details in beeld.

teulings-wieldop2

Deze inkijk zegt alles over de ouderdom: de vering met zeven bladen, dat is rond 1850. Het bevestigt de markering van de wieldoppen.

Aandacht voor het détail, dat loont. Het suggereert een vakkennis waarover ik niet beschik. Maar ik heb mijn archieven. Ik heb er over gelezen. Ik kan het naslaan. Blaas mijn voorgeslacht, al is het maar voor even nieuw leven in.

De Bakkebaard Mensch

De oude Cornelis Teulings (1745-1814) dus. Begint 1777 aan zijn dagboek. Waarin ook nog zijn rekensommen als 11-jarige van 1788 staan. Eerste klas van de École secondaire, bakermat van de katholieke emancipatie.

ΨΨΨ

Kan dat- een foto rond 1814? Nee dus. Het moet hier gaan om zijn kleinzoon Cornelis (1821-1895). Bewoner van De Metshamer in de Vughterstraat 155. Daar moet het boek van zijn grootvader ook in een la hebben gelegen, om het in 1895 toch maar over te dragen aan zijn oudste zoon zoon Jan, de kwajongen, de Majoor.

Er zal genoeg gelijkenis te vinden zijn tussen die twee Cornelissen om een portret op deze plaats te rechtvaardigen. De Bakkebaard Mensch. Verpersoonlijking van de Firma C.A. Teulings in die tijd. Wat krap in de jas. Lengte 2.12. Die stapt niet zo gauw in een Sjees. Daar wordt het nog krapper. Hij overlijdt in 1895.

 

ca-teulings-portret

Er zijn nog een stuk of tien rijtuigen over die indertijd onder zijn leiding (1845-1895) in de fabriek aan het Vughtereind worden gebouwd.

Een daarvan is het open rijtuig waarin al vele decennia lang de Prins wordt onthaald als hij in Den Bosch op bezoek komt. Dat is dan de Prins Carnaval. Een jaar of twintig geleden had ik het voorrecht in dit Teulings rijtuig te mogen plaatsnemen. De toenmalige Prins, Peer van den Muggenheuvel is net overleden, er wordt naar een opvolger gezocht.

Ontluikend Fetisjisme

Ik weet mij als buitenburger volstrekt kansloos. Maar ik ben niet gekomen voor de guit en glitter. Niet op, maar onder dit rijtuig valt het moment van geluk. In de aanraking van al dat goed geolied roest. In het bewustzijn van mijn wat sluimerend fetisjisme. Dat omvat ook de grote speurtocht naar die Patent As van de Fa. C.A. Teulings. Tastbare werkelijkheid. Oliegeur Zoals ik eerder in navolging van vele anderen even door mijn knieën zak om een grafsteen aan te raken in de Kathedraal van de Sint Jan  in ‘s-Hertogenbosch. Het koude marmer. De vage geur van de Rijke Stinkers. Mijn Coming of Age ligt in Samoa.

cat-as
Collins Patentas, AssenFabrikant: C.A. Teulings, Den Bosch

Betovergrootvader Cornelis beschikt natuurlijk ook over rijtuig om zich te kunnen verplaatsen, zeker nadat hij zich wat uit het bedrijf terugtrok en in Vught ging wonen. Ik heb in de loop der jaren wat foto’s kunnen verzamelen van rijtuigen die in zijn tijd bij de Fa. C.A. Teulings gemaakt werden. En zijn voertuig teruggevonden. Een Brik met Patentas. En zware koperen wieldoppen die lezen: Fa. C.A. Teulings, ‘s-Bosch.

ΨΨΨ

Zat Kleine Jozef op de Bok van de Brik?

Er moeten wat generaties overbrugd worden.

Mijn Opa Jos Teulings,  (1877) is erfgenaam van het dagboek van zijn voorvader Cornelis Teulings (1745). Het bevat boekhoudkundige berekeningen, aantekening van bedrijfsbeslissingen, uitvoering van opdrachten van klanten, de aanname van nieuw personeel. Maar ook van gebeurtenissen in het gezin en in de familie.  Alle kinderziekten passeren de revue.

ΨΨΨ

Hij ontvangt dit in 1905 met een kist paperassen uit handen van zijn vader Jan’ de Majoor, die enkele maanden later komt te overlijden. Het moet hetzelfde kistje zijn geweest dat mijn Opa voor mij als achtjarige destijds even uit de lade nam.

ΨΨΨ

Het is het handschrift van Cornelis (1745) dat mij is bijgebleven. De orde van de Calligrafie, zijn erupties van orde, op een tijdpad dat behoorlijk veel leemten bevat. Per Aspera ad Astra. En nu, achteraf, stel ik vast dat dit soort lustvolle schoonschrift van generatie op generatie is doorgegeven. Merkwaardig genoeg, niet aan alle nageslacht in gelijke mate. Het handschrift van mijn opa is een lust voor het oog, maar hij is de enige in zijn familie die daarin opvalt. Datzelfde geldt voor mijn vader, en dan zelfs voor mij.

ΨΨΨ

Binnen zijn familie is mijn Opa de aangewezen persoon als schatbewaarder en het verrichten van nader onderzoek. Uit zijn Bemerkingen die ook in het dagboek van Cornelis een plaats krijgen kan ik vaststellen dat hij zich al eerder uitvoerig in de geschiedenis van het bedrijf heeft verdiept. Zijn vader Jan  (1849) is oudste zoon van Cornelis (1821), maar na een wat wilde jeugd wordt hij eerst Zouaaf bij de Paus van Rome en dan Officier in het Franse Vreemdelingenlegioen. Het komt allemaal wel weer goed, want hij eindigt zijn loopbaan als Majoor voor het Brabantse Gevangeniswezen.

New Haven

Cornelis heeft nog een tweede zoon Anton die hem moet opvolgen als bedrijfsleider. Hij wordt daartoe naar Detroit uitgezonden om bij Ford en Chevrolet alles aan de weet te komen over die nieuwe motorrijtuigen. Dat pakt ook al niet goed uit. Al op de boot naar New York ontmoet hij het meisje waarmee hij bij aankomst in New Haven in het huwelijk treedt. Hij leert dan wel hoe je een automobiel moet bouwen, maar New Haven blijkt ook voor hem het Land van Belofte en zijn nieuwe thuishaven. Zijn bijdrage aan een technologische vernieuwing waar zijn vader in ‘s-Hertogenbosch verlangend naar uitzag bleef achterwege. Ook zijn nazaten houden hun vaderland voor gezien en verblijven nog steeds in Detroit en New Haven. In New Haven, bij Cape Cod, tref ik de allerlaatste familieleden aan die het vak van rademaker, wagenmaker, rijtuigmaker, carrosseriebouwer, door eeuwen heen, van vader op zoon, hebben uitgeoefend.

cat-cape-cod

ΨΨΨ

De vader van Cornelis (1821) is weer een Anton (1797), de man die de Fa. C.A. Teulings als vennoot inschrijft bij de nieuwe Bossche Kamer van Koophandel. Je zou hem dus tot oprichter kunnen uitroepen zoals wel is gebeurd, maar dat niet erg to the point: het is slechts de oprichting van de Kamer van Koophandel die hiermee wordt gemarkeerd en niet omgekeerd. Anton’s  vader, weer een Cornelis (1745 ) is al de zoveelste opvolger van generaties rijtuigfabrikanten en wagenmakers die van vader op zoon dit bedrijf uitoefenen.

ΨΨΨ

En als mijn Opa Jos op 21 december 1905 een schriftelijke getuigenis aflegt over de identiteit van de dagboekschrijver, dan komt hij uit bij Cornelis (1745).  Mijn Opa heb ik in mijn database vastgelegd als lid van de Generatie III. Dagboekschrijver Cornelis bevindt zich dan in Generatie VIII. Vijf generaties, vijf lagen dik. Het is opgravingswerk waar ik mij mee bezig houdt. Laag voor laag. Dieper en dieper. Scherven zoeken, schoonmaken, passen en meten.

In de genealogie wordt een omgekeerde beweging gemaakt. Daar klim je op, hoger en hoger. Als ware het treden van een Jakobsladder.

ΨΨΨ

In het dagboek heeft Cornelis (1745) als ouders een Nicolaas Teulings, gehuwd met Antonetta de Goey. Dat kan ik met mijn uitgebreid archiefonderzoek bevestigen. Maar mijn Opa Jos kan meer. Hij heeft dat heldere, fraaie en karakteristieke handschrift voor zich waarin Cornelis noteert:

1777 den 20 May heb ik Nicolaas Smits als stukwerker voor twee Jaren aangenomen – het eerste jaar voor vier duijten per week – en het tweede jaar voor eenen stuijver per week. 

En hij stelt vast: de andere aantekeningen (over de bedrijfsvoering) zijn van deze zelfde hand. Ook daarover lijkt mij geen twijfel mogelijk.

ΨΨΨ

En dan is er dit rijtuig dat zorgvuldig geregistreerd staat bij de CONAM als een Brik van het type Wagonette. Ik voel mij geroepen de levensweg van deze roerende zaak zo goed als mij mogelijk is te reconstitueren.

teulings-ca-rijtuig1
Brik, type Wagonette, gebouwd door de Fa. C.A. Teulings. Met koperen wieldoppen van die naam, en Teulings zelfsmerende patent-assen. Het schilderwerk is niet authentiek. In deze branche is het vast gebruik geworden om  rijtuigen ongeacht hun leeftijd het uiterlijk mee te geven van peuterspeelgoed. Spielerei. Gesunkenes Kulturgut.

Als Cornelis (1745) zijn aantekening maakt is hij 32 jaar. Na de aanstelling van Nicolaas Smits voor vier duijten volgen er in de jaren daarop nog een dozijn andere.

Hij trouwt een jaar later, in 1778 met Maria Christina, dochter van Gillis Teulings en Sybilla Steenmetz. Gillis is ook een actief en succesvol rijtuigmaker met een bedrijf op de Hooigracht in Leiden. Zij zijn achterneven, vierde graads. Er zijn geen huwelijkse belemmeringen. Sybille is een ondernemende Duitse dame van vlak over de grens, uit Kevelaer. Haar vader is waarschijnlijk in dienst als wagenmaker bij een van de Pruisische Legioenen, gelegerd in Breda en Bergen op Zoom. Het huurleger dat in Holland de dienst uitmaakt.

ΨΨΨ

Ook de struise tweede vrouw van mijn eigen Opa komt uit die kringen. Haar beide broers zijn majoor in het Nederlandse leger, en omdat mijn overgrootvader ook de titel van majoor droeg zal dit bijgedragen hebben aan de voorspoedige totstandkoming van een verbintenis.

ΨΨΨ

Bij wijze van huwelijksgift krijgt Maria Christina van haar Cornelis (1745) de beschikking over een oud Teulings erfgoed, de ontvangsten van het Barrièregeld dat betaald moet worden door wagen- en rijtuigvoerders die gebruik willen maken van de stenen Heerweg die vanaf het Vughtereind via de stadspoort willen doorreizen naar naar Vught, een verharde weg die verder leidt naar Antwerpen. Het is vanouds de drukste straatweg van de stad ‘s-Hertogenbosch.

ΨΨΨ

Het Tolhuisje aan het Vughtereind ligt ingesloten tussen de bedrijfsgebouwen van de rijtuigfabriek en het dranklokaal met brouwkuip op de hoek. Beiden al voor meerdere generaties als hertogsleen in erfpacht verworven. Het maakt Marie Christine tot een zelfstandige, financieel onafhankelijke dame. Een bijzondere vrouw met een bijzondere echtgenoot. Misschien staat zij bij gelegenheid ook zelf achter de tap en schrijft eigen-handig de permis de passage uit.

ΨΨΨ

In de documentatie van de CONAM vindt ik nog een intrigerend gegeven. De laatste eigenaar die deze Brik in gebruik neemt is bekend. Het is Jhr van der Pol te Den Bosch die op 16 Aug 1906 het rijtuig koopt van de Fa. C.A. Teulings, gevestigd op het Vughtereind in ‘s-Hertogenbosch. Ik raadpleeg mijn bestand en zie mijn vermoeden bevestigd. Op 5 Oktober van datzelfde jaar overlijdt mijn overgrootvader Jan, de straffe Majoor van het Gevangeniswezen, die al enige tijd met pensioen is en zich heeft gevestigd in Vught. Hij moet de voorlaatste eigenaar zijn geweest, en heeft aan de Firma gevraagd een nieuwe eigenaar te vinden. Hij beschikte nog over een voerman. Geen enkele van zijn vier zoons beschikte nog over dat soort quasi-feodale voorzieningen. Voor een Brik heb je een man op de bok, annex stalknecht nodig.

ΨΨΨ

Ik loop nog een jaartal na. Als mijn overgrootvader Jan (1849) komt te overlijden is mijn eigen grootvader Jos (1877) al drie jaar getrouwd met zijn bijdehandje Adriana van Mil. Zij hebben dan al twee dochters, Josephina en Gerardina, ofwel Jo en Dien. Te jong, als zij eens op een Zondags uitje op de Brik zijn meegereden, om zich daarvan later nog iets te herinneren. En mijn eigen vader Jos (1910) is nog niet eens ter wereld gekomen. Maar dat mijn grootvader koperen wieldoppen in de la had liggen van de Fa. C.A. Teulings, zijn leven lang, dat wijs op een sterke jeugdherinnering.

ΨΨΨ

Het sentiment, de glim van het koper, iets van dit sentiment moet bij mij zijn ingeplant. Zo heb ik die ene keer dat ik in een Teulings rijtuig verkeerde, dat korte moment gecelebreerd. Het verpeuterde uiterlijk van ook deze koets, het deerde mij niet. Hij stond op stal, met die scherpe paardenlucht om zich heen. Het geheugen koestert juist die waarnemingen die gepaard gaan met de meer primitieve zintuigelijke ervaringen. We zijn een beest in het diepst van onze gedachten.

ΨΨΨ

cat-carnaval-koets2

ΨΨΨ