10 Klein Bier

Ook Opa is een rijzig man en torent zelfs boven mijn vader uit. Hij draagt altijd een onberispelijk zwart costuum, met vest en gouden horlogeketting. Als hij naar buiten gaat, wordt dit een complet met lakschoenen waarover een witleren geveterde enkelomslag, een bolhoed en een ebbenhouten wandelstok met zilveren knop.

In Twente zou zijn verschijning op zijn minst de lachlust hebben opgewekt, maar hier midden in deze Brabantse stad past hij, inclusief bolhoed en wandelstok, wonderwel in het straatbeeld.

Af en toe neemt hij mij in vol ornaat onder zijn hoede, zo ook op een onvergetelijke  Zondag voor het kerkbezoek aan de Sint-Jan. Mijn vader blijft thuis, maar gaat eerst nog even, gewoontegetrouw, met de natte kam door mijn haar om een scheiding op orde te brengen.

Voor Opa blijk ik het excuus om een half uur voor het einde van de Hoogmis vanaf een van de eerste banken in de kerk op te staan, om dan, na een betekenisvolle blik op de dames en heren om hem heen, in straffe gang  met mij de kerk uit te snellen. Hoge Nood! schijnen zijn ogen uit te zenden. En de gelovigen die vanuit hun missaal opkijken, bezien met vertedering het aandoenlijk tableau van een opa met kleinzoon die het samen niet droog kunnen houden.

We houden de pas erin naar het nabijgelegen Marktplein, waar ter linkerzijde de eerste kroeg zijn opwachting maakt.

“Naar achter jij”, zegt mijn grootvader.

“Maar ik hoef helemaal niet nodig!”.

Opa kijkt om zich heen. “Ga nu maar gauw”.

Ik bewonder zijn vooruitziende blik. Er valt meer te plassen dan ik verwacht heb.

De escapade van mijn grootvader heeft de bijzondere aandacht van een aantal andere kerkgangers getrokken. Zijn spel is doorzien, en in zijn voetspoor druppelt de een na de ander de kroeg binnen. Hun kroeg.

“Mijn kleinzoon!” roept  mijn grootvader, die zijn vaste plek heeft betrokken bij de tap. Hij maakt een breed armgebaar. “Hij is acht”.

“Zeven!” breng ik uit maar in het geroezemoes gaat de nuance snel verloren. “Acht jaar!” roept mijn grootvader nog eens.

“Geef deze jongeman een klein bier”.

Hij draait zich om naar zijn buurman. “Hij is nog wat klein van stuk, maar let op, voor je het weet schieten ze op deze leeftijd ineens uit de kluiten. Je weet niet waar het vandaan komt.”

Buurman knikt mij bemoedigend toe, alsof dit nu elk ogenblik kan gebeuren, en schuift het biertje door: “Op je gezondheid”.

“Lekker”, zeg ik, want als achtjarige mag ik me niet laten kennen. En ik wil al jaren maar al te graag een stukje groeien.

Opa kijkt even scherp naar beneden. “Rustig aan, hier moet je het mee doen vandaag.”

Zelf heeft hij aan éen glas niet genoeg. Een paar glazen verder wordt hij onrustig. Hij komt niet voor het bier alleen. “We stappen weer eens op”, meldt hij de barkeeper.

“Ajuus dan maar weer!” Ik kijk om mij heen, een verdieping lager. “Ajuus” roep ik ook, maar niemand neemt de moeite om even naar mij om te kijken.

Buiten gekomen betreden wij onmiddellijk het naastliggende café. “Even wat vrienden spreken”. Opa schuift aan bij een tafel voor het raam. Er zitten inderdaad vrienden op hem te wachten. Ik word voorgesteld maar het gesprek gaat over politiek en Opa is onmiddellijk ver henen.

Er is een glas prik voor mij bezorgd, en ik krijg alle tijd om mijn chaotische indrukken op orde te brengen.

Voor mij is dit publieke optreden van mijn Opa een openbaring. En in sterk contrast met het sociaal gedrag van mijn vader. Die heb ik nog nooit een café zien binnengaan. Pas op mijn veertiende dronk ik ergens op een terrasje met hem een pilsje.

Zowel mijn vader als mijn opa beschikken over het opmerkelijke vermogen en de interesse om met vrijwel iedereen een gesprek aan te gaan. Maar mijn opa schudt dat gedrag achteloos uit zijn mouw, luistert en kijkt. Als hij vervolgens het woord neemt wendt hij zich uitsluitend tot een voltallig gezelschap. Zijn café-bezoek lijkt tot niets te dienen, is doel in zichzelf, een vitale eruptie. Hooguit kan er een emotionele functie aan worden toegedicht. Een uitlaat voor knellende maatschappelijke verplichtingen, van Kerk, Köpke, en Kapitaal.

De gesprekken die mijn vader en plein publique aangaat zijn van een totaal andere orde. Hij eigent zich daartoe de rol of wapenrusting van stadsverslag-gever toe. En zijn aandacht gaat uit naar mensen die – meestal in hun eentje – ergens in ambachtelijke arbeid verzonken, zinvol bezig zijn.

Stapt dan van zijn fiets, met mij aan het stuur bungelend, en vraagt de man die in zijn vizier was gekomen, het hemd van het lijf.

“Is dat nou een geit of een bok?” Hij kent het verschil donders goed, zelfs ik zou het hem kunnen vertellen. Maar de ondervraagde is al in de veronderstelling gebracht dat hier een gesprek gaat ontstaan tussen een domme stedeling en een slimme landman.

“Hoe oud is deze nu?” is dan een volgende vraag. En dan: “Wanneer is deze rijp voor de slacht?” En: „Ga je hem zelf slachten of breng je hem naar het slachthuis?”; “Wat krijgt zo’n beest nou te eten?”; ”Wat brengt hij straks op?” Er zit een lijn in, en als hij de antwoorden zelf al kent al wist beschouwt hij de exercitie als een voor zijn kinderen belangrijke vorm van aanschouwelijk onderwijs. Wij zijn de incarnatie van het verloren lezersvolk van de Provinciale.

Wij dienen te weten wat er in deze wereld te koop is, te leren hoe je daar zelf, zonder het intermediair van onderwijzers, priesters en politici en andere orakels, achter moet zien te komen. We moeten zien hoe onbekenden, vreemde gasten,  om ons heen aanspreekbaar zijn om zich dan met hartstocht over hun bezigheden en beweegredenen uit te laten.

Mijn vader schoot graag en vaak terug in de rol van razende reporter. Het gezin maakte veel fietstochten. Zeker de eerste de jaren na de oorlog was een tijd waarin veel mensen een geit hielden, knollen in de grond stopten, konijnen te koop aanboden, of roggebrood met zonnepitten. De velden en hoven die wij passeerden bleken altijd vol verrassingen. Als hij ons en passant wees op de schoonheid der natuur, bleef de vaart erin. Maar een bord „Hier Versche Eieren” hield ons onmiddellijk staande.

De hoevelingen misten misschien de aandacht van de stedelingen die in de oorlogsjaren daarvoor nog hunkerend bij hen aanklopten op zoek naar wat voedsel. Hij vulde even de leegte op, ontstaan na het vertrek van de Duitsers met in hun kielzog de stedelingen die hun broodheren wel heel snel waren vergeten of er zelfs kwaad over spraken.

Soms werd mijn vader voor zijn empathie rijkelijk beloond, werd hij door een boer en boerin even terzijde genomen, naar een grote kast in de opkamer geleid, nog immer gevuld met stapels stedelijk zilver en serviesgoed. Dan heette het mission accomplished waarover hij dan nog vaak stralend verhaalde.

Het werden dan toch de verse eieren, in stro genesteld, die bovenop de volle fietstassen werden gevleid waarmee we tenslotte naar huis reden.

Veel later in mijn leven begon ik mij te realiseren dat hij zich deze nuttige sociale kwaliteiten pas was gaan toeeigenen op zijn twintigste of eenentwintigste, als de per ongeluk tot vliegende stadsreporter gepromoveerde medewerker van de Provinciale. Schoolfoto’s van hem als 18 en 20-jarige laten alleen maar een ernstig, bescheiden, op zijn minst wat verlegen jongeling zien. Van uitbundigheid of branie is geen sprake.

Nog wat later, in het jaar van zijn verloving verschijnt hij op foto’s als de smaakvol geklede, zelfbewuste, opgewekte en energieke jongeman die hij al veel eerder had willen zijn. De jaren van economische crisis, waarover hij altijd zo duidelijk liet weten dat dit een traumatische periode was geweest, hadden hem misschien ook wel iets moois gebracht, de kans om enkele van zijn ketenen af te werpen, vrijzinniger en onafhankelijker te worden in zijn doen en denken.

Uit: Op de groei

Bilbao, El Arenal, sept 2012

One thought on “10 Klein Bier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s