Jan van den Plassche (1275-1325), fil.nat, van Hertog Jan I van Brabant

ξξξξξξ

Jan van den Plassche is een natuurlijke zoon van Aleydis van den Plassche, dienstmaagd van Hertog Jan I van Brabant. Zij is afkomstig uit Udenhout, waar zij geboren wordt rond 1240, op de hoeve Ten Plassche (ter Plasche). Udenhout is een hertogsleen, zoals de hoeve Ten Plasse (later den Plas).

De relatie met de Hertog ontstaat in 1275 op het kasteel Onsenoort, ook eigendom van Hertog Jan I, het verblijf van waaruit hij bij voorkeur zijn zaken in ‘s-Hertogenbosch en de Meierij  regelt. Het kasteel zal dan net zijn gebouwd. Meer vermeldingen over Onsenoort zijn van wat latere datum.

Na deze ridder Jan van der Plassche zullen nog meerdere Jan’s volgen. Ik noem deze Jan daarom JanP-I van den Plassche.

ξξξξξξ

Jan van den Plassche 1312

ξξξξξξ

De eerste berichten over hem , dateren van 1311. Hertog Jan II noemt hem dan “onsen bruder”. Dat hij een halfbroer is blijkt van geen belang. JanPI, 36 jaar oud, is dan rentmeester van Brabant en schout van ‘s-Hertogenbosch. We kunnen aannemen dat hij in die functie al vanaf 1300-1305 werkzaam is. Dat betekent dat hij rechtstreeks namens de Hertog het feitelijk bestuur stad en land uitoefent. Het beheer van het Rekeningenboek, de hogere Justitie, i.c. het strafrecht. De benoeming van de leden van de Schepenbank, op voorstel van deze raadsheren, behoeft zijn goedkeuring. En in laatste instantie het zegel van de Hertog.

  • Als rentmeester regelt hij in 1311 o.a de verkoop van een windmolen in Udenhout bij Helvoirt (ook een Hertogsleen) door Gheenken Visser aan Jan Broke.
  • Hij koopt vervolgens het hertogsleen De Leendonck in Udenhout onder Helvoirt, ook eigendom van deze Gerard Piscator (Gheenken Visser), en 7 bunder weide in het broek tegenover de woning van de priester van Helvoirt.
  • Hij bezit in 1311 daarnaast de hoeve Ten Heyst en Ten Plas te Udenhout.
  • De heerlijkheid Udenhout blijkt een ‘onsterfelijk leen‘, waaronder met name de hoeve Ten Pas, voorheen eigendom van zijn moeder. In zeer vele generatie daarna wordt Ten Pas van vader op zoon doorgegeven. Een gegeven dat voor mij aanleiding is geweest om de oorsprong van dit erfgoed te traceren.
  • In 1312 ontvangt hij, Johannis de Plassche (Jan-PI), tegelijk met enkele andere vazallen, ridders, van de Hertog een schadevergoeding, in zijn geval een bescheiden bedrag van tien pond (7 juni 1312). Waaruit die schade dan wel bestaat is mij nog niet duidelijk.

ξξξξξξ

Jan van den Plassche voert hetzelfde wapen als alle andere bastaardzonen van Jan I van Brabant. Het is wapen is duidelijk onderscheiden van de bastaardzonen van Jan II en Jan III van Brabant.  Op gezag van de heraldische bronnen neem ik dit wapen over, in de afgrijselijke variant waarin het rond 1870 in beeld is gebracht. Ik zal het ook gebruiken voor zijn afstammelinge in rechte lijn.

(Zie mijn werkbestand in MacFamilyTree8, Teulings Clan, gesynchroniseerd met o.a. Geni.com – let wel: een obsessief werkbestand van 320.000 Brabanders in stamboomfrag-menten, nog voortdurend aan verandering, verbetering onderhevig. De rechte lijn die van mijzelf en mijn voorouders ook bij het tijdperk Hertog Jan I uitkomt – de Bossche Knarren – is naar ik meen vrijwel correct}.

Wapen Jan van der Plas, bastaard Jan I
Wapen van de bastaardzonen van Jan I van Brabant, specifiek voor deze vader, bij wie een groot aantal concubines de revue passeerden. De ruit in de rechterbovenhoek zou een verwijzing naar Ten Passche kunnen zijn.

 

ξξξξξξ

Jan II van den Passche (Jan II) en zijn nazaten volgen in een aansluitend tekst

ξξξξξξ