De Nieuwe Rembrandt van Jan Six

ΩΩΩΩΩΩ

De onbekende jongeman, door Rembrandt geschilderd in 1634, “waarschijnlijk een fragment uit een groot dubbelportret”. Wie is die man? Op zoek naar een antwoord.
ΩΩΩΩΩΩ
Het dubbelportret verwijst in die tijd naar een doek met een bruid en bruidegom. In de NRC van Dinsdag 15 Mei maakte Ernst van de Wetering daar een mooie ontwerpschets van. Te groot. Paste niet boven de schouw. Rembrandt berekende zijn prijzen per vierkante meter.
Dat de bruidegom deze doorsnijding overleeft heeft en de bruid niet is, in mijn ogen, als geboren detective, ook significant.
De schenker van deze huwelijksgift moet de vader of grootvader van de bruidegom geweest zijn. Van die kant valt bij overlijden nog meer erfgoed te verwachten, zonen hebben een paar streepjes voor.
ΩΩΩΩΩΩ
Dubbelportret als huwelijksgift. Dan een goed gebruik onder welvarende Amsterdamse patriciërs. Vooral bij immigrantenfamilies uit Brabant (‘s-Hertogenbosch), of West-Vlaanderen (Antwerpen). Jong getrouwden krijgen zo’n dubbelportret van hun vader ten geschenke. Of, bij leven, van hun grootvader. Moeders en grootmoeders deden in dit gezelschapsspel niet mee.
ΩΩΩΩΩΩ
Ik weet zulke dingen want ik heb die families in de loop der jaren op allerlei manieren een beetje in kaart gebracht.
Arnoud Tholincx, leeftijdgenoot van Rembrandt, immigrant in Amsterdam uit ‘s-Hertogenbosch, een voorvader in mijn eigen stamboom, is een mooi voorbeeld. Rembrandt schilderde een indrukwekkend portret van deze Arnoud, maar maakte eerst een ets. Op proef. Als dit de goedkeuring verwerft volgt de opdracht, kan met het werk in olieverf worden begonnen.
ΩΩΩΩΩΩ
Voor mij is dat weer een kleine aanwijzing. Er is van deze jongeman geen ets gevonden. Het voorontwerp kan klaarblijkelijk achterwege blijven. De vader of grootvader van deze onbekende jongeman is al door Rembrandt geportretteerd. De proef was al op de som.
Van de onbekende jongeman weten we ook al iets meer. Het doek is door Ernst van de Wetering gedateerd op 1634. Dank zij de kanten kraag.

 

ΩΩΩΩΩΩ

Die kraag is voor mij ook veelzeggend. De Calvinisten hebben het sinds kort in Amsterdam, in ‘s-Hertogenbosch, en in Antwerpen voor het zeggen gekregen. Die verafschuwen dit soort pronk en praalzucht. Dus onder de Calvinistische patriciërs hoef ik niet te zoeken. De Roomsen, daar moet we wezen.

ΩΩΩΩΩΩ

Maar de zuidelijke rijke Roomse kooplieden zijn vluchtelingen. In Amsterdam moeten zij zich ontpoppen als bekeerlingen. Op straffe van onteigening, ontburgerlijking, armoede, de achterbuurt.

ΩΩΩΩΩΩ

Het radicale leerstellige Calvinisme is vijf bruggen te ver. In vindingrijk Amsterdam zijn er oplossingen voor beschaafde RK afvalligen. Zij worden bijvoorbeeld Remonstrant of Mennoniet. Liberalen. De Remonstranten willen wel voorgangers die op Zondag uit de Joodse bijbel voorlezen, maar dat blijft vrijmoedige kost, en wat nog sterker speelt, het kan gewoon plaatsvinden in een voormalige Rooms-Katholieke kerk. Geen beelden, akkoord, maar wel met behoud van die rijke schilderijen en andere tierelantijnen.

ΩΩΩΩΩΩ

Het ligt voor de hand onze jongeman in die sociale omgeving te zoeken. De bewoners van de rijke grachtenhuizen, de parels van Amsterdam.

ΩΩΩΩΩΩ

Immers, de zuidelijke immigranten hebben voor hun vertrek al hun vast goed in liquide middelen omgezet. Of zij hebben in ‘s-Hertogenbosch en Antwerpen zaakwaarnemers achtergelaten, juristen die tot twintig of dertig jaar de tijd krijgen om voor hen een goede prijs te kunnen maken.

ΩΩΩΩΩΩ

En in Amsterdam stapelt dit geld zonder bestemming zich op. Met een grachtenhuis ben je er niet. Investeren, zoals in de VOC of de WIC. Daar is de ruimte. Daar vinden we ook de rijke klantenkring van Rembrandt.

ΩΩΩΩΩΩ

Opnieuw, onder gesteven kragen van de Calvinisten hoef je onze onbekende jongeman niet te zoeken. Die stijve kragen monopoliseren de ambtenarij, de vastigheid van het ambtelijk bestaan, de duistere wereld van de strijkstokken, de belastingfraude, de publieke onteigening en private toeeigening van omvangrijke kloosterbezittingen.

ΩΩΩΩΩΩ

Het wordt tijd voor een nadere genealogische bepaling van de onbekende jongeman. Getrouwd in of kort voor 1634. De huwelijksleeftijd voor een bruidegom is dan nog vanouds dertig jaar. Dus geboren rond 1604.

ΩΩΩΩΩΩ

Voorbehoud: Zonen van rijke patriciërs kunnen zich soms veroorloven om al te huwen vanaf hun 21e. Niet eerder, want op die leeftijd wordt je economisch en juridisch handelingsbekwaam. Je kunt een handtekening zetten onder een huwelijkscontract zonder dat er een voogd aan te pas kom. Dus: geboren tussen 1604 en 1613.

ΩΩΩΩΩΩ

We kunnen een stapje verder gaan. Een door Rembrandt geportretteerde vader. Die is dan geboren tussen 1574 en 1583. Zijn grootvader tussen 1544 en 1553. Dat zijn mijn standaardwaarden voor die tijd. Een paar duizend cases in mijn databestand, uit die periode, laten geen andere opties toe. Kortom: de grootvader als mogelijke schenker valt uit.

ΩΩΩΩΩΩ

De vader, dat kan. We moeten zoeken – als ik mijn eigen overwegingen serieus wil nemen – bij een vader die zelf aan Rembrandt de opdracht heeft verstrekt om zijn portret te schilderen. Rond zijn dertigste jaar, 1604, of wat later. Van een onbekende jongeman, zijn we zo terecht gekomen bij een bekende vader. Voor- en nadenken helpt.

ΩΩΩΩΩΩ

Een hypothetische constructie. Maar, zo gek nog niet. Zo gingen ze bij Cambridge Analytics ook aan de slag met eenvoudige Facebook data. We gaan kijken welke klanten van Rembrandt aan dit profiel voldoen.

ΩΩΩΩΩΩ