De Hack-Tak van Arnd Tolinc de harnasmaker (abt 1230-1295)

harnasmaker genicom v photoshop_1

Arend Tolinc (Arnd, Aert, Arnoldus) is als een van de weinigen, misschien een tien of twaalf burgers van ‘s-Hertogenbosch die een stenen huis bewoont van twee tot drie verdiepingen, met dikke muren, een groot overkluisd keldergewelf. En – dat is wel heel bijzonder – een daar hoog boven uit torenend van kantelen voorzien stenen bouwsel. Arend Tolinc wordt daarom ook wel Arnd van den Toorn (Toren) genoemd.

De plek in ‘s-Hertogenbosch waar zijn toren gestaan heet is nu nog Achter Het Verguld Harnas. Er is van hem maar éen enkele bestelling bekend voor een Verguld Harnas. Althans, van het verhaal van zo’n bestelling. Een contract of factuur ontbreekt in de archieven. Maar: het is een tijdperk waarin vorsten en hoge adel zich een enkele keer zo’n schitterende tooi latenaanmeten.

Het zijn de families met eigen stadstorens, die zich moreel verplichten om de burgers voor te gaan in de verdediging van hun vrijheden. We vinden hun gelijken in Antwerpen, Brussel en andere Zuid-Brabantse steden. Daar worden de steden bestierd door de zeven of de twaalf families. Zoals dat ook van Italië (Venetië, Genua, Florence) en Spanje (Sevilla) bekend is.

De burgers, dat zijn dan vrijwel uitsluitend ambachts- en kooplieden die zich aan de feodale onderschikking van hun landheren hebben onttrokken. De Brabantse hertog breidt zijn macht uit door overal steden te stichten, de kastelen-economie stort in. De stadslucht maakt vrij, maar de vrije burgers hebben goede redenen om te investeren in stadstorens en omwallingen. De landadel is in de tang genomen, en heeft als het om stedelingen gaat, zeer gemengde gevoelens.

A 's-Hertogenbosch begin 13e eeuw
‘s-Hertogenbosch aan het begin van de 13e eeuw

De stad groeit snel, maar heeft nog weinig vaste kaders en instituties. Er is een begin van eigen rechtspraak, een begin van eigen belastinginkomsten, het begin van een Vrijdom, maar nog geen autonomie, het wachten is op een Hertogelijke bevestiging. Een Blijde Incomste, op een moment dat de Hertog zelf in de knel komt, veel geld en omvangrijke militaire steun nodig heeft. Dan kunnen de eisen voor volledige stadsrechten op tafel worden gelegd. De nieuwe steden gaan onderling allianties aan. De Bossche stadstoren-families smeden banden met de Antwerpse, de Brusselse stads-oligarchieën.

En in eigen huis werk het stadsbestuur aan zijn stadsvertoon. Een aarden omwalling wordt vervangen door een stenen vestingmuur, er komen drie stadspoorten, en er wordt al gedacht aan een verdere uitbreiding. Buiten de Leuvense poort, op de plaats waar nu de Hinthamerstraat begint is de Sint-Janskerk in aanbouw. Buiten de Lieve Vrouwe Poort, op de plaats waar nu de scheiding is tussen de Markt en de Vughterstraat groeit een zich snel uitbreidende besloten Joodse nederzetting. Op een enkele uitzondering na, de geldwisselaars, hebben zij geen stadsprivileges en wordt ‘s-avonds de poort voor hen gesloten.

Rond de driehoekige Markt liggen een aantal andere stadstorens en ‘stadspaleizen’. Waaronder een bescheiden Hof voor de Hertogen van Brabant. De torens zijn utilitaire bouwsels, niet voor de pronk, bescheiden bewoond en in de eerste plaats ingericht voor de verdediging tegen invallen van de Geldersen, de Hollanders en ander kwaadwillig volk. En de torens, dat betekent dat de vijand niet alleen op pek en vuur, maar op getrainde boogschutters mag rekenen. En waarschijnlijk, dat er vanuit de keldergewelven een verbinding bestaat met andere verdedigingstorens. Zoals dat bij de Moren in Andalusia het geval was.

Harnasmakers
Harnasmakers Het polijsten van het plaatwerk

Arend Tolinc en zijn familie zijn belangrijk binnen de stadsmilitie. Hij is harnasmaker, plaetmeker en gildedeken. Buiten de stad, in Rosmalen aan de rivier de Aa, bevindt zich een werkplaats waar meerdere smeden aan de slag zijn. Er wordt gebruik gemaakt van een rosmolen en – bij gunstige waterstanden – van een watermolen die de kracht levert om het ijzer te pletten en te smeden.  Maar na een of twee steegjes achter zijn huis is er ook een erf aan het water, aan de stadswal, met een werkplaats.

Er zijn nogal wat smeden in en rond de stad. Het smedenambacht is het eerste en oudste gilde. De leden vormen de kern van de stadsmilitie. Tegenover de vrijheden die de Hertog aan de stad heeft verleent staan een aantal verplichtingen, waaronder die om binnen twee dagen ten strijde te trekken als de Hertog daartoe oproept, waar ook in Brabant.

Er wordt aangetreden in volle wapenrusting, te paard, met lans, zwaard of goedendag. Een volle uitrusting kost meer dan een jaarinkomen. Maar er kunnen moeiteloos drie of vier generaties mee ten strijde trekken, en ook op het slagveld blijft het een en ander achter. De oorkonden die bij een erfdeling worden opgemaakt bevatten – als het om wapensmeden gaat – vaak interessante passages over borstplaten en potketels (hoofd-deksels), erfstukken die doorgegeven worden maar nog in leen berusten een ander familielid.

En, smedenzonen trouwen met smedendochters. In een stad als ‘s-Hertogenbosch zijn in elk geval zo’n dertig families op deze sociale ketenen nauw aan elkaar gesmeed.

De deken en oud-dekens van het gilde mogen zich in normale tijden armiger, wapendrager noemen. Het alledaags wapen is meestal een korte ponjaard. Dat recht komt verder alleen ridders en adel toe. Al met al maakt het de harnasmakers tot een merkwaardig hybride sociale groepering. Het zijn ambachtslieden, en ambachtslieden zijn maar bescheiden vertegenwoordigd in het stadsbestuur. maar de werkplaats is een manufactuur die hen tot ambachtelijk ondernemers maakt. Met hun producten richten zij zich bij uitstek op het luxe segment van de markt. Zij leveren op bestelling, de klanten komen aan huis, want er moet regelmatig gepast en gemeten worden. Zij geven leiding aan een militie-eenheid die gelet op de omvang van het smidsgilde, zelfs al in die tijd, op zo’n veertig tot vijftig man kan rekenen. Als zij uitrijden zijn het alleen de grote baanderheren die hen in gevechtskracht overtreffen. Want ook die heeft geen beroepsleger achter de hand, maar mannen die een enkele keer per jaar op oefening gaan.

Het Verguld Harnas
Het Verguld Harnas

Wie zich als armiger in een veldslag onderscheidt mag rekenen op een beloning in de vorm van een ridderslag. Het is een soort kruis van verdienste: een niet-erfelijke vorm van ridderschap. Wie meer ambities heeft, op eer uit is, zal het ambacht moeten verlaten en zich een weg moeten zoeken als schildknaap of ambtenaar aan het Brabantse hof. Dat zou in feite een aanzienlijke maatschappelijke achteruitgang betekenen. Een riddermatige familie die de titel als erfgoed in bezit verworven heeft leidt in termen van welvaart en waarschijnlijk ook in termen van macht een schraal bestaan.

Het harnasmaker-ambacht lijkt conjunctuurgevoelig. Maar, als het geweld uitblijft dan zijn er de ploegscharen, de kookpotten, en ander gerei waarmee de nering gaande kan worden gehouden. Voor de meest ondernemende wapensmeden is er de export. Niet alleen de Bossche mesmakers hebben een naam, ook enkele harnasmakers zijn ver buiten het Brabantse bekend. Toch vereist ook die omschakeling niet alleen een economische maar ook een sociale flexibiliteit. Van ridders en edelen als klanten naar boeren en buitenlui.

A Ploegschaar 2 color
Ploegschaar met vier ossen, de boer en de man met de prik om deze aan te sturen. De lengte van deze combinatie ontwikkelt zich tot een landmeters-maat: een acre (een akker), zoals ook een gras een maatstaf is waarin weilanden worden opgemeten.

Met de ploegscharen kom ik aan bij de Hacken. Het hack-ijzer dat de grond in gaat, en de Tolincx die de omslag van harnas naar hack duurzaam maken. Een kleinzoon van Arend Tolinc, de jongste uit een gezin van vier gaat in de productie van Hacken, ploegscharen, om, zelfs als er weer woelige tijden aanbreken, daaruit niet terug te keren naar het vak van harnasmaker. De hertog van Brabant is op grote schaal overgegaan tot de uitgifte van woeste gronden, beekdalen, bossen, heidevelden en zanddonken. Tegen een zeer bescheiden pacht, en op voorwaarde dat er een huysinge op gebouwd wordt en de hand aan de ploeg geslagen. De Hacken maken zich sterk om in deze projectontwikkeling een graantje mee te pikken. Zoals een andere Tolinc tak zich vanuit ‘s-Hertogenbosch als exporterende korenkopers sterk gaat maken.

In al de jaren dat ik mij met archiefonderzoek en Brabantse geschiedenis bezig houdt kom ik nooit iets tegen waarin het verband tussen de Hackens en de Tolincx werd gelegd. Dus er is een goede reden om daarover wat uit de doeken te doen. Al is het maar om andere geïnteresseerden, meestal stamboom-onderzoekers, uit te nodigen om aanvullingen te geven of kritische vragen te stellen.

Eerst even een stamboom-fragment

Arend Tolinc (abt 1220-abt 1265) de harnasmaker heeft twee zonen

  1. Gibo Arends Tolinc (abt 1250)
  2. Amelis Arends Tolinc (abt 1252)

Gibo Tolinc heeft drie kinderen

  1. Willem Gibo Tolinc genaamd Hack of Haeck (abt 1285)
  2. Roelof Gibo Tolinc
  3. Aleid Gibo Tolinc

Amelis Tolinc heeft vier zonen

  1. Thomas Amelis Tolinc
  2. Gibo Amelis Tolinc
  3. Dirk Amelis Tolinc
  4. Jan Amelis Tolinc

wordt vervolgd