Margrieten Vuchts Dirc Toelinx wijf (1400-1460) Ons Maagtken, aan een Broederschap ontstegen

ΩΩΩΩΩΩ

Op de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum is sinds kort een transcriptie verschenen waar ik verlangend naar heb uitgezien. Leden van de Lieve Vrouwe Broederschap, van 1316 tot, denk ik, rond 1550. Vele, duizenden namen, geen beginnen aan om dat allemaal uit te pluizen. Maar een eerste stap heb ik gezet: de leden van de Teulings stam, voedsel voor mijn Bossche Oude Knarren project. Het blijken er, door de jaren heen, meer dan honderdzestig te zijn. Ik denk dat ik er voorheen niet meer dan zeventig heb gevonden, te beginnen bij de vijfentwintig deugdelijke Roomsen die ik bij het verschijnen van dat majestueuze gedenkboek van Dr Lucas van Dijck in 2012 aantref: “Van vroomheid naar vriendschap. Biografie van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, 1318-2012”. Een niet ongepaste titel.

ΩΩΩΩΩΩ

Van mijn vader en grootvader heb ik er in mijn jeugd wel eens iets over deze Lieve Vrouwe beweging opgevangen. Later weten de vader en grootvader van mijn eerste vrouw te vertellen dat onder deze toch als Gereformeerde predikantenfamilie te boek staande familie Versfelt een overgrootvader voorkomt die in 1840 als lid wordt ingeschreven, en zelfs als Proost de verantwoordelijkheid neemt voor de instand-houding van de goede verhoudingen tussen een zondige mensheid en Illustere Heilige Maagd.

ΩΩΩΩΩΩ

De Ledenlijst. Een eerste bestudering van de eindeloze rij van namen, handzaam op naam en op  jaar van intrede te rangschikken, maakt opnieuw duidelijk hoe in de geschiedenis van onze maatschappelijke instituties beeld en werkelijkheid ver van elkaar verwijderd kunnen raken.

ΩΩΩΩΩΩ

Een van de eerste verrassingen die de ledenlijst oplevert is dat we hier beslist niet van een select gezelschap kunnen spreken dat voornamelijk bestaat uit leden van het stadspatriciaat, de gevestigde bourgeoisie, zoals dit de laatste tweehonderd jaar wèl en in toenemende mate het geval is. Vergelijkbaar met de Vrijmetselarij, waar aan nieuwe leden nog immer een romantische voorstelling wordt gegeven als zou deze ooit zijn ontstaan in de Loge, de werk- en slaapplaats van middeleeuwse kathedralenbouwers, een gilde van steenhouwers en metselaars. Zij beseffen het: De mens is als ruwe steen die moet worden bijgeschaafd en in verband gebracht. Alleen zo kan er iets moois ontstaan: de beschaafde samenleving.

ΩΩΩΩΩΩ

Eenzelfde soort van romantische verbeeldingskracht vinden we terug in het retrospectief van de Lieve Vrouwe Broederschap. Zo zou het ledenbestand de eerste paar honderd jaar uitsluitend uit gewijde priesters hebben bestaan. Daarna volgen dan enkele eeuwen van Mannenbroederschap, en tenslotte wordt de deur ook voor de Vrouw opengezet. We vinden daar helemaal niets van terug in de ledenlijsten.

ΩΩΩΩΩΩ

De ledenlijsten, het werk van vele nijvere rentmeesters die de boekhouding van de Broederschap moeten bijhouden. Bij toetreding is een intredegeld verschuldigd. Men wordt lid voor het leven, en als dat ten einde loopt moet er nog een tweede keer worden afgerekend,  middels de betaling van een doodsgeld. We mogen ons als onderzoeker gelukkig prijzen dat middeleeuwse Mariaverering ook een zaak is van strikte boekhouding, van winst- en verliesrekening. Winst is belangrijk, want er moet ook nog brood worden uitgereikt aan de armen in de stad, en dat zijn er velen.

ΩΩΩΩΩΩ

En dan moet er geld op tafel komen om jaarlijks een overvloedige maaltijd voor de broeders te kunnen houden. Als Peter Gijsbert Jan Toelinck met zijn vrouw Aleid van den Hezeacker in 1525 de medebroeders uitnodigt om bij hen beiden thuis aan te zitten voor een hoog opgetaste verzameling van wild en gevogelte, met garnituur  en wijn, dan kan dit gedetailleerd in rekening worden gebracht, te voldoen door de rentmeester van de Lieve Vrouwe Broederschap.

ΩΩΩΩΩΩ

Op die maaltijd wil ik in een van mijn volgende verhalen nog terugkomen. Check en double check. Elke broeder is er welkom, maar hoe groot is het aantal gasten in werkelijkheid, hoeveel stoelen moeten worden aangesleept, hoeveel kilo’s vlees komt ter tafel, wat is het totaalbedrag van de kosten, zo mogelijk omgerekend in hedendaagse Euro’s?

ΩΩΩΩΩΩ

Het voornemen moet wellicht een beetje onbegrijpelijk klinken. Waarom wil ik dit soort dingen weten? Eerlijk gezegd, omdat het nu, met nieuwe gegevens, mogelijk lijkt dit uit te vogelen. In het besef dat je, zo leert de ervaring, dan altijd weer voor nieuwe verrassingen komt te staan. Spoorzoeken. Het spoor terug.

ΩΩΩΩΩΩ

En dan, ik kan het al jaren met tal van voorbeelden illustreren, die culturele antropologie. Voor onze middeleeuwers is het vanzelfsprekend dat de menselijke ziel niet alleen het goede, maar ook al het kwade in zich bergt. Zo is bij deze Broeders geen tegenspraak tussen opoffering en genotzucht, tussen vroomheid en vertier. Geen welbehagen zonder onbehagen.

ΩΩΩΩΩΩ

De Maagd Maria is onmiskenbaar al eeuwenlang het meest geliefde aanspreekpunt in de bovenwereld der heiligen. Bij deze Maagd Maria kun je geen kwaad doen. Zij vergeeft de mens die haar benaderd al voordat deze iets hebt opgebiecht. Zij doorziet ons.

ΩΩΩΩΩΩ

Haar hemelse uitstraling reikt tot in de diepste duisternis van onze ziel. Ik kan er over meepraten, want zo ben ik in mijn prille jeugd vrijwel ongemerkt opgevoed. Opgegroeid past hier beter.

De Illustere Maagd. Dat is zij. Ik kom haar onder deze naam in mijn jeugd tegen in alle Europese landen die ik bezoek. Een benaming die dan al bijna tweeduizend jaar in zwang is.

ΩΩΩΩΩΩ

Daarom: Niet de Broederschap waartoe je kunt toetreden is Illuster. En al in het geheel niet de mannen of vrouwen die hun intredegelden betalen. Vermogend of onvermogend, dat kan gebeuren. Maar Illuster dat is er maar éen, Onze Illustre Lieve Vrouwe zelve.

ΩΩΩΩΩΩ

In de zevenhonderd jaar van zijn bestaan blijkt de Broederschap steeds verder van deze eenvoudige grondgedachte afgeweken. Met brandt geen kaarsjes meer voor haar gipsen beeltenis, men speldt elkaar medailles op de borst, in brons, zilver of goud. Zo kan het gaan, dat is nu eenmaal echte geschiedenis.

ΩΩΩΩΩΩ

Ons Maagtken, zij is geruisloos aan de broederschap ontstegen. Geen feestelijke en indrukwekkende ten Hemelvaart. Een mistige verwijdering tot ver achter de wolken.

ΩΩΩΩΩΩ

Terug naar mijn ledenlijsten. Mijn opdracht van nu. Ik haal en willekeurige aantekening uit de lijst naar voren. Het zijn extreem ingekorte teksten, in vast formaat. Zo ook Lid nummer 3275, we zijn dan pas bij het jaar 1430.

We leren het volgende over haar bestaan (bron BHIC):

  • 3275 Margrieten Vuchts Dirc Toelinx wijf
  • Datering: 1430-1431
  • Soort betaling: intredegeld
  • Toegangsnummer: 1232
  • Inventarisnummer: 117,
  • pag: 225v

ΩΩΩΩΩΩ

Kan ik daar wat mee? Ja, dat kan ik, dank zij mijn eigen databank. In de loop der vele jaren, een bestand van 230.000, vaak onderling relationeel of substantieel, met elkaar verbonden.

Het kost mij desondanks veel tijd. Maar dan als beloning voor mijn moed en trouw vind ik tenslotte het solide aanknopingspunt.

ΩΩΩΩΩΩ

Margaretha Wouter Jan Gerard van Vught (Margaretha Wolterus Johannes Vuchts), geboren voor 1410 en overleden in 1478, woont met haar man Dirk Jan Dirk Teulings (Toelinck, Tolinc, Toelinx) in een door Dirk verworven huis in de Bossche Sint Jorisstraat.

ΩΩΩΩΩΩ

Haar vader is Wouter Jan Gerard van Vught, een koopman, huydecoper. In de archieven staat hij meestal aangegeven als leerlooier van beroep. Maar dat komt omdat hij ingeschreven staat als lid van het Bossche looiersgilde. Een ‘ambachtsgilde’ want institutioneel bestaan er nog in de verste verte geen kooplieden. Je ontmoet je collega’s daarom, “vanouds”, in het looiersambacht. Haar moeder is een Margaretha Wouter van Gijssel. Over haar valt veel meer te vertellen maar dat laten we maar even rusten.

ΩΩΩΩΩΩ

Dirk Teulings is harnasmaker. Hij wordt regelmatig aangeduid als smid, want lid van het smedengilde. Soms ook aangeduid als sweertfaeger, wat dichter bij de werkelijkeid komt. Na de lakenkopers, al sinds de stichting van s-Hertogenbosch rond 1170, het meest invloedrijke gilde in de Bossche stadseconomie en in het stadsbestuur. Dirk heeft zoals een hele reeks van zijn voorvaderen, een harnasmakerij onder zijn hoede, en dat betekent, behalve de handel, de coördinatie aan een gezelschap van 14 of 16 gespecialiseerde ambachtslieden, die voor een groot deel hun eigen werkplaatsen in de stad hebben. Wat in elk geval overblijft aan vakwerk is – in het voortraject – een plaatwalserij die twee watermolens vereist, en twee lage staalovens. In het natraject volgt dan nog de assemblage en de ‘veredeling’, de verfraaïng met gravures en filigrain van goud, zilver of brons.

ΩΩΩΩΩΩ

Dirk Teulings (Tolinc) en Margaretha van Vught hebben vijf kinderen: vier zoons en een dochter: Elisabeth, Jan, Wouter, Hendrik en Gijsbert. Hendrik is mijn voorvader, en ook lid van de Broederschap.

ΩΩΩΩΩΩ

Alles bij elkaar heeft dit klusje toch nog meer dan twee dagen gekost, en, denk ik dan, dat zou kunnen uitlopen op bijna een jaar werk. Alleen voor de leden van die Teulings Clan, die genoemd worden in de Rekeningen van de Broederschap.

Maar als ik de lijst nog eens doorneem, is dat met de blik der herkenning, dan lijkt het erop dat al die 150 Teulings-leden loten zijn van eenzelfde stam.

ΩΩΩΩΩΩ

Echte Maria-klantjes, dat zijn het. En ik besef opeens: Ikzelf, en al mijn broers en zussen, dragen, zoals mijn vader en grootvader, als derde of vierde voornaam Maria met zich mee. De Illustere. Waar komt die trouw van vandaan? Precies. De geschiedenis kent zijn loop, en dan vaak achter onze rug om.

ΩΩΩΩΩΩ