21 A Fishermans War

◊◊◊

Ergens tussen zes en zeven in de ochtend stapt mijn vader op de fiets, op weg naar zijn werk in Hengelo, een stevige tocht van 14 kilometer. Aan het eind van de werkdag, na vijf uur gaat hij eerst even langs ons huis in de Troelstrastraat. Verlaten huizen zijn een geliefde prooi voor gelegenheidscriminelen.

◊◊◊

Maar onze buurt, de Hengelosche Esch ligt ook op dit punt niet echt in een gevarenzone. De naaste buren houden de zaak goed in de gaten. En de hele Esch heeft zich – onuitgesproken – verenigd om het gevaar, van welke aard en van welke kant ook, weg te houden.

Maar bovenal, in Hengelo heerst weliswaar schaarste, maar geen werkloosheid of hongersnood. De Twentse industrie, zoals ook de industrie elders, draait vijf oorlogsjaren lang op volle toeren. Er is tot op het laatst plaats voor immigranten uit het Westen op zoek naar werk en inkomen.

Onder het regiem van de Duitse bezetter komt voor het eerst een sociaal rechtvaardig ontslagrecht tot stand, dat zekerheid brengt voor de werknemers. Ook voor het kantoorpersoneel, de hogere beambten, de ingenieurs die eens op de tram stonden. Het is het ontslagrecht dat tot op de dag van vandaag in werking is gebleven, al wordt daar in toenemende mate op afgedongen.

Een systeem van voedseldistributie brengt tot in 1944 een eerlijke verdeling tot stand van de schaarste. Er is geen dringende noodzaak tot inbraak en diefstal bij particulieren. Ook op andere punten van sociale wetgeving betekent het Duitse regiem een opmerkelijke stap voorwaarts.

◊◊◊

De vergelijking dringt zich op met de Franse Napoleontische bezetting aan het begin van de 19e eeuw. Met de vorming van een Bataafse Republiek, waarmee vanuit het niets het beginsel van de politieke democratie in Nederland wordt geïmporteerd.  Zonder de krachtige tussenkomst van een Napoleon is geen Thorbecke denkbaar.

De Duitsers brengen abrupt de instellingen van een sociaal-democratie op Nederlandse bodem waarnaar de SDAP nog zoekende was. Zij overleven de oorlog en houden daarna nog vele jaren glansrijk stand. Parafraserend: zonder de nationaal-socialisme interventie is geen Drees, en geen naoorlogse welvaartsstaat in de vorm zoals wij die hebben leren kennen denkbaar. Als we nu spreken over het Rheinlandsche model, onze overleg-economie, en, nota bene, over het polderen, dan betreft het instituties en procedures die in de jongste oorlogsperiode aan ons zijn opgelegd, en vervolgens ingeburgerd.

◊◊◊

Met de lange jaren van vooroorlogse crisis nog in het geheugen heerst gedurende die vijf oorlogsjaren een besef van ongekende welvarendheid en werkzekerheid. Pas na de oorlog worden deze belevingen verdonkeremaand. Gehouden tegen het licht van de verschrikkingen en de slachtoffers van het oorlogsgeweld waarvan gelijktijdig sprake is, komen zij ons voor als volstrekt ongepast en incorrect. Het zijn herinneringen die uit het collectief geheugen moeten worden weggebrand.

Ons moreel besef verdraagt zich niet goed met zoveel complexiteit, dubbelzinnigheid, ambiguiteit, en gelaagdheid. Er is maar éen God, en derhalve maar éen geweten. En maar éen Canon van de geschiedenis. We dienen ons geestelijk erfgoed beschaafd, overzichtelijk, en vooral zuiver te houden.

◊◊◊

Voordat mijn vader ons huis in Hengelo verlaat op weg naar de boerderij in Saasveld kruipt hij nog even in de kast waar onze bakelieten radio staat opgesteld. Draait aan de knoppen om via de BBC, de Franse en de Duitse zenders, en de Amerikaanse Radio Free Europe op te vangen wat de ontwikkelingen aan het geallieerde front zijn.

◊◊◊

Na het avondeten, zetten wij ons aan de grote, brede tafel bij de manshoge open haard op de deel. Het vuur wordt opgepookt, van extra zware blokken voorzien, en mijn moeder schenkt kopjes surrogaatkoffie met echte slagroom. En mijn vader gaat er goed voor zitten en verhaalt ons en de verzamelde boerenfamilie van de jongste oorlogsontwikkelingen. Voorzien van uitleg en commentaar. Hij vouwt een krant open en maakt met zijn pen snelle schetsen van de verschillende frontlinies, met pijlen en cirkels. Hij vindt een aandachtig gehoor.

◊◊◊

De twee jongere knechts, die wij dan nog voor de boerenzoons houden, vertrekken na afloop en maken een ronde in de omgeving. De krant nemen ze mee. Zij komen pas laat terug. In het noaber-netwerk verspreiden berichten zich snel. En mijn vader speelt daarin weer als vanouds zijn lievelingsrol, als de razende reporter. Met een eigen editie van de Twentsche Courant. We raken misschien toch nog ingeburgerd.

◊◊◊

Zijn dagelijkse tocht naar Hengelo begint heroïsche proporties aan te nemen als hij zich, met het oog op de herftsregens en de naderende winter, weet te tooien in een ruim vallend visserspak. Voor deze streken een totaal onbekende uitrusting en waarschijnlijk afkomstig van een oud-marineman op zijn bedrijf. Druipend en blozend, met zuidwester, oliejack en regenbroek, gummilaarzen, op de met veel chroom beladen Raleigh-fiets, maakt hij elke avond in het donker als de Fisherman zijn glorieuze come-back.

◊◊◊