Bossche Knarren, De Teulings Stamboom top-down

Na mijn laatste WordPress strofe over de Teulings Stamboom in rechte lijn krijg ik van meerder kanten het dringende verzoek om mijn rechte lijn- van mijzelf als probandus opklimmend naar een mogelijke stamvader om de generaties niet bottem-up maar top-down weer te geven. En, terzijde, om alles zo eenvoudig mogelijk te houden. Ik heb daar begrip voor. Mijn enige twee bezwaren zijn (a) dat het desondanks toch een lange opsomming zal worden: 30 generaties ; en (b) ernstiger, dat de oudste generaties die ik noem soms hypothetisch zijn, in casu, niet altijd te voorzien van archivalia. Maar deze klus moet af, en ik houd mij verder aanbevolen voor correcties. Ad Teulings

Generatie XXX, Kekulé 67108864

Wouter Teulings (Wellen Tolinc), 1010-1070, mogelijke kinderen: Jan Wouter (Land van Waas, West Vlaanderen) en Henrik Wouter, geboren te ‘s-Hertogenbosch.

Generatie XXIX, Kekulé 33554432

Hendrik Wouter, (1140-1200), waarvan twee zoons bekend: Nicolaas Hendrik (Claes Henric Tolinc) – met drie zonen -en Wouter Hendrik (Wellen Tolinc), beiden geboren te ‘s-Hertogenbosch, waarbij van deze WouterII éen zoon, Dirk,  bekend. Er zullen meer kinderen zijn.

Hendrik Wouter wordt genoemd als erfelijk Rentmeester voor de Tolrechten in Brabant. Een hertogelijk privilege, dat hem maakt tot Ministeriaal van het Hof van Brabant. Daarvan zijn mij alleen enkele bekend in binnen de Meijerij van ‘s-Hertogenbosch. Hij ontvangt dit recht uit handen van zijn vader. Als erfdeel. Ook andere zonen blijken gerechtigd. Maar alleen zoon Wouter wordt ook wel de Tolnere genoemd. Hendrik is tevens ambachtelijk ondernemer van een befaamde harnasmakerij. Hem komt voorts een deel toe van het Steen aan de 1e Vughterpoort (de Lieve Vrouwe Poort, alias de Jodenpoort). Hij is mede-eigenaar van dit complex, inclusief de rechtertoren van de Vughterpoort en het Tolhuis – bekend als Het Verguld Harnas. Tenslotte is hij met zijn broers en verwanten aandeelhouder van de dubbele watermolen met twee hoeven te Berlicum aan de Aa, bekend als Seldensate, vernoemd naar het vroegere bezit te Zelzate in het Land van Waas. De tweede hoeve te Middelrode draagt de naam Poprode, vernoemd naar de burcht Poppenrode aan de Scheldeoever, erfgoed van zijn voorouders, als chatelains van de Graaf van Leuven.Het zal niet verbazen dat het wapen van de Vlaamse ene de Bossche tak in het schildhoofd identiek is: de drie merletten (ni pieds, ni bec).

In 1185 vindt de formele stiching van ‘s-Hertogenbosch plaats door Hendrik I van Brabant en ontvangt dan zijn stadsrechten. Bij de ontginning van de omliggende moeras- en heidegebieden spelen de nieuwe kloosters een belangrijke voortrekkersrol. In 1121 wordt de Abdij van Floreffe gesticht van waaruit in 1138 de Abdij van Postel voorkomt. Onder bescherming  en supervisie van deze Abdij worden langs de de oevers van de Dommel en de Aa, in ‘s-Hertogenbosch samenvloeiend tot de Dieze, tientallen watermolens gebouwd. Enkele daarvan worden in erfpacht genomen door de harnasmakerij van de familie Tolincx.

Generatie XXVIII, Kekulé 16777216

Wouter Hendrik Wouter Teulings , Wouter II (1170-1230)

Wouter II wordt, evenals zijn vader, genoemd als erfelijk Rentmeester van de Tolrechten voor Brabant. Hij ontvangt zijn deel van de erfpacht uit Het Verguld Harnas, het Steen annex de Vughterpoort. Zoals gebruikelijk in deze familie worden inkomsten benut voor investeringen binnen de Vrijdom van Orthen. Dit gebied begint bij de Markt en waaiert uit in Oostelijke richting via de Vughterpoort en de Hinthamerpoort. De aankopen betreffen hoger gelegen percelen op de Doncken, zoals Den Dungen en Rosmalen, zowel als de moerassige beemden langs de Aa, en de ‘woestinen‘ op de heide, die nog grotendeels tot ontwikkeling moet worden gebracht. De grazige weiden langs de Aa zijn daarvoor onontbeerlijk. Zij leveren de mest die nodig is om de ‘woestinen’ tot vruchtbaarheid te brengen. De monniken van de Abdij van Postel, Ora et Labora, zijn in die eerste fase onmisbaar.

Ook deze Wouter II wordt wel de Tolnere genoemd, de Rentmeester die toezicht houdt op de Brabantse Tolhuizen en Tollenaars en hun inkomsten afdraagt aan de Hertog, in casu het Hof van Brabant in ‘s-Hertogenbosch. Van Wouter is mij éen zoon bekend, Dirk Wouter Hendrik, maar er zijn meerder kinderen: Hij ontvangt immers slechts een deel van het ouderlijk erfgoed.

Generatie XXVII, Kekulé 8388608

Dirk Wouter Hendrik Teulings (1200-1260). Van zijn ouders een aandeel in de erfpacht van Het Verguld Harnas, in het Steen en de rechtertoren van de Vughterpoort, in diverse percelen binnen de Vrijdom van Orthen. Archiefstukken betreffende zijn leven en werken heb ik tot dusver niet kunnen vinden. Maar omdat aan zijn kinderen weer dezelfde eigendommen worden toebedeeld lijkt mij deze intrapolatie gerechtvaardigd. Omdat zijn vader, en zijn kinderen genoemd worden als harnasmakers, en als rentmeesters mag ik aannemen dat ook hij deze functies heeft uitgeoefend. Met zijn oudste zoon die ook Wouter genoemd wordt bereik ik nu een Wouter III. Die nummering I, II en III tref ik nergens in de archieven, maar het maakt de kans op generatieverwisselingen wat kleiner.

Generatie XXVI, Kekulé 4194304

Wouter Dirk Wouter Hendrik Teulings (1230-1290) is een Wouter IV. De naam van de stamvader wordt nog altijd in ere gehouden! Hij wordt weer genoemd als sHertogs Rentmeester van het Tolrecht, wordt derhalve ook wel de Tolnere genoemd, en ontvangt voorts zijn aandeel in de bezittingen van zijn vader. Als zijn echtgenote wordt genoemd Bela, dochter van Amelis ter Bruggen. Die naam is interessant. Ten Westen van Rosmalen ligt het kleine buurtschap ter Bruggen aan de overzijde van de Aa. Het omvat slechts enkele huizen, éen daarvan is het Tolhuis. Er wordt tol geheven op de scheepvaart over de Aa naar ‘s-Hertogenbosch, wat vrachtvervoer op pleyten, platbodems. En er is een bescheiden brug voor het wegverkeer, waaraan het gehucht zijn naam dankt. Vader Amelis is daadwerkelijk tolheffer, die een rente betaalt aan  Rentmeester Wouter, twee maal per jaar, op het Hof van Brabant.

De naam ter Bruggen verwijst naar het Tolhuis. Haar grootvader Geno heeft dit nog niet in zijn bezit en blijkt een lid van de familie van Boxtel (Geno Aert de Bucstel), mogelijk de van oorsprong Vlaamse familie die rond 1170, bij de stichting van de stad, in ‘s-Hertogenbosch  verschijnt. Een jaargenoot dus van Wouter Teulings I.

Bela brengt diverse erfgoederen mee als bruidsschat waaronder de erfpacht uit een zestal percelen te Hijnen onder Rosmalen, allodiaal bezit van de Heer van Boxtel. Voorts heeft zij een erfpacht op de watermolens in de nieuwe polder van Enghelant, ten zuidwesten van Rosmalen. Het geheel van deze bezittingen bevindt zich dus binnen de grenzen van de oude Vrijdom van Orthen..

Van het echtpaar Wouter Dirk Wouter zijn mij drie zonen bekend: Dirk Wouter Dirk, Gijsbert Wouter Dirk en Jan Wouter Dirk. Mogelijk is er nog een zoom Amelis Wouter Dirk, als vernoemd naar de schoonvader Amelis. De naam Amelis komt in volgende generaties meermalen voor. De oudste zoon Dirk Wouter Dirk heeft en zoon Wouter. Wouter V dus. Zoon Gijsbert trouwt met jkv Mechteld Wouter van Baest waaruit kinderen. Hun broer Jan Wouter Dirk trouwt en heeft kinderen. Het is de oudste zoon Wouter die de rechte lijn voortzet tot en met de probandus Ad Teulings, (1939), opsteller en auteur van deze stamboom.

Generatie XXV, Kekulé 2097152

Dirk Wouter Dirk Teulings (1260-1320), de oudste zoon van Wouter en Bela, laat bij een tot dusver mij onbekende vrouw in de hierop volgende Generatie XXIV vijf zoons na: Peter, Gerard, Arnoud, Amelis en Wouter. Met Amelis verschijn een nieuw  patroniem in de deze Teulings staak. Maar het is de oudste zoon Wouter (1290-1350), die in Generatie XXIV de rechte lijn voortzet. Het talrijke nageslacht van de drie broers blijft hier buiten beschouwing.

Generatie XXIV, Kekulé 1048576

Wouter Dirk Wouter Teulings (1290-1350), de oudste zoon. Hij heeft zelf vier zoons bij een mii onbekende vrouw: Jan, Hendrik, Peter en Willem. Met zoon Jan vervolg ik mijn afdaling. Ik laat de biografieën vanaf hier even achterwege. Daarover in een volgende versie. Ik heb er nu even grote behoefte aan om simpelweg de grote lijn te vervolgen. Vooral ook ten dienst van Mijn Grote Vergeetboek.

Generatie XXIII, Kekulé 524288

Jan Wouter Dirk Teulings (1320-1380) heeft bij zijn vrouw Sofie van Berlicum een dochter en vier zoons. Ik ontdek al snel dat Berlicum hier een toponiem is, niet haar familienaam. Haar herkomst kan ik terugleiden tot een Kempische lakenkoopman Hendrik Comans van Gerwen die in 1210 in  ‘s-Hertogenbosch staat geregistreerd. Hij behoort daarmee, in mijn terminologie, tot een familie van Bossche Knarren. Zijn broer blijkt dan raadsheer, schepen van de stad. Het gilde van lakenkopers heeft van de Hertog van Brabant als privilege het recht op zeven schepenzetels, wat hen de facto een meerderheid in het stadsbestuur oplevert. Een lokale oligarchie waaraan een lang leven is beschoren.

Jan Wouter Dirk is vanouds eigenaar of erfpachter van meerdere percelen in de Vrijdom van Orthen, waartoe behalve Berlicum, ook Rosmalen, Den Dungen kunnen worden gerekend. Hij is in dit gebied sHertogs (onder-) rentmeester. Zijn hoeve in Berlicum staat bekend als ‘die Toelinck’. Twee maal per jaar dragen de pachters daar hun verschuldigde rente af. Meestal in natura, zoals een mud rogge of een paar vette hoenderen. Het wordt dan in ‘s-Hertogenbosch te gelde gemaakt. Daar beschikt hij over een stenen graanpakhuis nabij de Markt. Die rogge wordt alleen verhandeld als de prijs gunstig is, in de stad, de regio of soms ver daar buiten, zoals in Antwerpen of Keulen. In de stad kent men Jan Wouter Dirk als ‘de corencoper’. Rogge is overal nog altijd het belangrijkste betaalmiddel. Het graanpakhuis ontwikkelt zich tot een wisselkantoor tussen de lokale economie in natura en de geldeconomie die zich alleen in het onmiddellijke werkgebied van de Hertog afspeelt.

Het huwelijk tussen Jan Wouter Dirk en Sofie (Fye), brengt hen vijf kinderen: Aleid (Leijte Jan Wellen), Willem, Lambert, Jacob en Roelof.  Dochter Aleid treedt in het huwelijk met Barnier Jan Frank van Overmeer (Overmere), eveneens afkomstig of gegoed tot Berlicum,waaruit zeven kinderen. Hij heeft in Berlicum de hoeve den IJvelaer in erpacht. De voorvaderen van Barnier zijn vorster, hertogelijk jachtopziener, Valant aan het Hof van Brabant.  Zijn voorvader Jan Barnier woont in 1150 in ‘s-Hertogenbosch, maar is afkomstig uit Temse in West Vlaanderen. Het gebied waar ook de Tolincx vandaan komen. Een Bossche Knar, zeker, maar ook, alweer van Vlaamse herkomst. Het begint er toch op lijken dat in deze de stad van oudsher een hechte gemeenschap is ontstaan, kolonisten die met de Graaf van Vlaanderen, eerste Hertog van Brabant,  zijn opgetrokken naar het novo oppidum, op dat tijdstip alleen nog bekend als de Vrijdom van Orthen. 

Genoemde Jan Wouter Dirk Teulings ontvangt van zijn vader zijn aandeel  in de erfpacht op de versterkte hoeve Seldensathe en zijn watermolens in Middelrode. Een interessant bezit waarover later meer.

Van zoon Willem Jan Wouter is mij alleen bekend dat hij een dochter Sofie heeft, genoemd naar haar moeder. Zij trouwt met Boudewijn Gijsbert (Bodo Ghiselbert) van Berlicum, met van Berlicum opnieuw een toponiem, geen familienaam. Er zijn meerdere opties voor zijn herkomst. Gegeven het bestaan van een Vlaamse kolonie in ‘s-Hertogenbosch, kom ik uit, het is niet meer dan een gissing, bij Giselbert Bodo van Aalst (Alost), uit het geslacht van Gent, rond 1070 kastelein, burgraaf van Aalst. Alweer, het gebied waar ook de Tolinx vandaan komen. In die periode als Tollins ook zelf kasteleins van Aalst.

Generatie XXII, Kekulé 262144

Jacob Jan Wouter Teulings (1350-1410) trouwt met een Beatrijs van den Dungen. Ik houd haar voor een lid van de familie van den Brekel uit Den Dungen, in welk geval zij een Wouter Willem van den Brekel als vader heeft.

Uit dit huwelijk komen zes kinderen voort, drie dochters en drie zonen. Dochter Sofie treedt in het huwelijk met Arnoud Jan Arnoud van den Drieborch.

En ik begin nu te begrijpen waarom de achternaam steeds een patroniem is, een verwijzing naar een locatie of een hoeve. De regesten waaruit ik hier put zijn ontleend aan leenregisters. Daarin worden bezitsoverdrachten opgetekend. De familienamen zijn in dat geval niet interessant: Als iemand zijn bezit overdraagt Behoudt hij alleen zijn voornamen, zijn patroniem. Zijn nieuwe bezit wordt zijn nieuwe achternaam. Arnoud Jan Jan is een nazaat van Lambert van der Heijden die in 1242 een hoeve van de Abdij van Postel in erfpacht heeft. De naam van der Heijden (de Merica) is opnieuw een aanduiding van de locatie. De Abdij heeft zeer veel kennis en ervaring in het tot ontwikkeling brengen van woeste gronden. Daarbij wordt altijd gewerkt met een drieslag. Een watermolen en twee hoeven. Een van die hoeven ligt op de heide die in productieve landbouwgrond moet worden omgezet. Dat is de hoeve van der Heijden alias de Merica. Het is niet vanzelfsprekend dat Lambert dan ook de andere hoeve, in de bewoonde wereld en aan de groene beemden van de Aa, en ook nog de bijbehorende watermolens in pacht heeft. Zijn voor- en nazaten ontvangen allen hun goed in erfpacht van de Abdij van Postel.

Dochter Beatrijs trouwt met Arnoud Boudewijn van den Water, ook een bekende familie in de Vrijdom van Orthen en ‘s-Hertogenbosch, gegoed te Berlicum, onder andere via zijn vrouw met een aandeel in de erfpacht van Seldensathe te Berlicum.

Al deze broers en zusters ontvangen een aandeel uit het bezit van de ouders in de Vrijdom van Orthen.

Gen XXI Kekulé 131072

Hier sluit ik even af. Een volgende keer gaan we verder. Doorgaan en niet vergeten adteulings@3merlets