Cornelis Teulings (1821-1895) en Francina van Erp (1817-1861)

wapen-teulings-toelinck-tolinc-lvbr-awmt-knarren-kopie-2

Cornelis en Francina trouwen op 6 mei 1848. Cornelis is dan bijna 27 jaar, Francina ruim 30 jaar.

Uit dit huwelijk komen drie kinderen voort. De zoons Jacob (18 november 1848), Jan (28 september 1849), en Anton (21 mei 1851).

Jacob (Sjaak) trouwt op met Wilhelmina Evers, waaruit zeven kinderen: zes dochters en een zoon Gerard, met een kleinzoon Willem, en een achterkleinzoon Wouter.

Dochters van deze Jacob: Elisabeth, Sofie, Antonia (Too), Sjaan, Maria (Marie). en Wilhelmina (Mien).

Wapen van Erp van Middegael

Ik vervolg mijn – soms wat gedetailleerde opsomming – en wel met de voorouders van genoemde Francina van Erp. Zij speelt een belangrijke rol als grande dame van de eerste generaties van mijn voorouders, maar buitendien: Ook deze familie van Erp mogen we rekenen tot het conglomeraat van Bossche Knarren, die evenals de Tolincx de eerste generaties vormen van het Bossche patriciaat, de stedelijke burgerij die zich vestigt binnen de Vrijdom van Orthen. In het tijdsbestek van 1100 tot 1800 treffen we dan ook meermalen een nauwe of nabije verwantschap aan. Zij maken deel uit van wat in de Engelse en Schotse geschiedenis een Clan genoemd wordt. Ik hoop dat het opsporen van deze verwantschappen wat inzicht gaat opleveren in de groei en ontwikkeling van deze clan, en van de sociale processen die daaraan ten grondslag liggen. Als terzijde voeg ik details toe, zoals geboorte- en overlijdensjaren,  om opgeslagen te worden in mijn Grote Vergeetboek.

Francina is de dochter van Jacob (26 maart 1766 – 31 augustus 1853)  bij Nicolasina (Clasina) van der Struijk. Dit huwelijk vindt plaats op 5 februari 1815 in Boxtel, waaruit 7 kinderen:

Arnouda (Ardina), (23 juli 1815 – 1857) ev Marinus Jan Hurks (23 juli 1815)

Francina (als genoemd)

Engelbertus (1819 – 13 juli 1838), overlijden op 19-jarige leeftijd

Engelina, (2 october 1820) ev Leonard Nicolaas Aarts ( 3 januari 1819 –  10 october 1893)

Johanna Maria (10 november 1824 – ), waarschijnlijk ongehuwd. Heeft een dochter Maria van Erp ( 3 april 1851), die trouwt met Frans Beekwilder (17 Maart 1853), waarschijnlijk uit een immigrantenfamilie. Mogelijk ook een militair uit het Wesfaalse garnizoen dat dan nog in de stad gelegerd is.  Maar via deze Frans is er een directe relatie met de families van Roosmalen en Lathouwers, beiden actief in de rijtuigmakerij, aanvankelijk in de leer bij de Fa. C. A. Teulings, maar daarna als zelfstandig ondernemer.

Over de andere aangetrouwden valt niet veel te zeggen. Het zijn waarschijnlijk ook immigrantenfamilies. Zij hebben geen achtergrond als kooplieden, zijn ook niet werkzaam als ondernemer in een ambachtelijk bedrijf. In wat verwijderd verband is er een relatie met twee verschillende families van meesterslagers. Dat zijn in die tijd welgestelde ambachtslieden c.q winkeliers (leden van het Bossche slagersgilde zoals de van Roosmalens die later verwant raken aan de drukkersfamilie Teulings).

De Lathouwers, hierboven genoemd, zijn in voorouderlijke generaties weer verwant met dezelfde familie van Erp als die waarin we Francina aantroffen. Deze familie van Erp blijkt dan over meerdere generaties stevig geworteld in Sint Oedenrode, met kinderrijke families.

In die verzameling van Erps raak ik nu het spoor even bijster dat ik voorheen wist door te trekken naar de generaties van voor 1550, het tijdperk waarin zowel meerdere van Erps als meerdere Tholincx het Bossche erfgoed achter zich laten om in de bloeiende koopmansstad Amsterdam een nieuw bestaan te vinden. Het is in die contreien dat ook de Tholincx en de van Erps elkaar weer weten te vinden, en nu als welvarende internationale kooplieden. De welstandsverschillen tussen de Brabantse achterblijvers en Amsterdamse pioniers zijn al spoedig zeer aanzienlijk. Maar goed, dat zoeken we opnieuw uit, om het daarna definitief op te slaan in dit grote vergeetboek.