De Grote Zuivering: Hendrickje Stoffel de Jaeger (1610-1663), vrouw van Rembrandt Harmensz van Rijn

℘℘℘℘℘℘

Stof voor mijn Grote Vergeetboek: op het Whiteboard achter mijn rug aangestipt als de reeks Verstoten Vrouwen. De Grote Zuivering die plaatsvindt rond 1650. Een verbazend initiatief van de kersvers aan de macht getreden Lidmaten van de talrijke locale Gereformeerde Synoden.

℘℘℘℘℘℘

Aan inschrijving van aspiranten, liefhebbers genoemd, tot lidmaat van de Synode, de wereld van de Mannenbroeders, zijn enkele voorwaarden gesteld.

De Roomse religie moet worden afgezworen, vanzelfsprekend. Maar dan? De liefhebbers, mannen van boven de dertig, zijn vrijwel altijd gehuwd. Met een vanouds ingebrachte Roomse echtgenote. Die zal ook de Oude Religie moeten afzweren. Dat kan problemen opleveren.

℘℘℘℘℘℘

De mannen zijn meestal koopman, de vrouw werkt mee in de zaken, is in elk geval bekend met de mogelijkheid om een eigen oordeel te vellen.

Zij is niet onvermogend, soms even welgesteld, beschikt van huis uit over een aandeel in het voorvaderlijk erfgoed, in de vorm van huizenbezit, percelen bouwland tot in de wijde omgeving, in pachten en cijnzen. Zij kan, ook zonder bijstand van haar echtgenoot, in haar eigen levensbehoeften voorzien. En zij is, meer dan de veelvuldig naar vreemde jaarmarkten afreizende echtgenoot, hecht verbonden met de gevestigde lokale sociale instituties.

℘℘℘℘℘℘

De Gereformeerde Synode is zeker van haar zaak. Als deze vrouw haar geloof niet ook afzweert kan zij beslist geen lid worden van de Gereformeerde gemeenschap. De zuiverheid van het nieuwe geloof mag niet op het spel worden gezet. De man, als liefhebber van de Nieuwe Religie, rest slechts éen keuze.

℘℘℘℘℘℘

Inzwering vereist afzwering. De weigervrouw dient – heel Bijbels – door haar man te worden verstoten. Minderjarige kinderen komen dan toe aan de man, de enige die gerechtigd is om de voogdij op zich kan nemen. De man zal zich een nieuwe vrouw moeten zoeken, uit Gereformeerde kring.

℘℘℘℘℘℘

Het Roomse verleden dient niet alleen afgezworen, maar ook in het Grote Vergeetboek geplaatst. Volgens de administratie van de Synode bestaat de weigervrouw niet meer.

Tot in de 19e eeuw zien we dat in de meeste door Gereformeerden opgezette stambomen de periode van vóor 1650 als irrelevant wordt beschouwd. De familiegeschiedenis neemt een aanvang met de geboorte van de Nieuwe Religie. Het is zoals bij de kolonisten die scheep nemen, om over de grote oceaan, in een Nieuw Amsterdam, de wereld opnieuw te laten beginnen.

℘℘℘℘℘℘

De geestdrift waarmee dit alles zich voltrekt roept behalve verwondering ook wel bewondering op. Zoveel standvastigheid en rechtzinnigheid, genoeg om wilde oceanen te overbruggen en ongenaakbare bergen te verzetten, waar vindt je dat tegenwoordig nog?

℘℘℘℘℘℘

Terug naar mijn begin. De aanleiding tot deze tekst is zo’n opruiming die ik af en toe pleeg om weer wat meer ruimte te scheppen op mijn schrijftafel. Op een stuk karton, ooit de afsluiting van een volgepende blocnote ontdek ik mijn lang vergeten cryptische notitie over Hendrickje Stoffels de vrouw met wie Rembrandt van Rijn samenwoont en een langdurige en innige relatie onderhoudt. Daaruit wordt in 1654 in Amsterdam een dochter Cornelia het halfzusje van Titus, geboren in 1669 geboren.

℘℘℘℘℘℘

De relatie met Hendrickje wordt door de Synode scherp veroordeeld. Zij wordt als ‘roomse hoer‘ bestempeld. De synode eist dat zij de laan wordt uitstuurt. Rembrandt zelf ontkomt aan een scherpe veroordeling maar wordt wel nadrukkelijk afgewezen als een kandidaat lidmaat.

℘℘℘℘℘℘

Dat heeft zo zijn sociale en economische gevolgen. Van zijn tijdgenoot en vriend Jan Six bijvoorbeeld krijgt Rembrandt geen opdrachten meer. Door de familie verzamelde collectie Rembrandts wordt voorlopig opgeborgen. Het plotselinge verlies van meerdere gefortuneerde opdrachtgevers uit Gereformeerde kring leidt mede tot het bankroet van Rembrandt. Hij meldt zich bij de Amsterdamse Desolate Boedelkamer.

℘℘℘℘℘℘

Een andere tijdgenoot en bevriende relatie van Rembrandt is Arnout Tholincx. Ja, vooruit dan maar, uit de kring van mijn voorouders. Hij heeft geen enkele bemoeienis met de Gereformeerden. Hij geeft opdracht tot twee portretten, eerst een ets, dan het befaamd doek in olieverf, in een eigen zaal te bezichtigen in Parijs.

De zoon van en nazaat van genoemde Jan Six, ik meen de achtste in een onafgebroken rij van Jannen ontdekte onlangs nog een onbekend olieverfdoek dat na langdurig en grondig onderzoek als een echte Rembrandt wordt aangemerkt. Portret van een jonge man, bepruikt, in zwarte mantel met een fraaie gekantkloste witte kraag.

℘℘℘℘℘℘

safe_image.php

℘℘℘℘℘℘

Elders heb ik uitvoerig uiteengezet waarom ik denk dat dit een zoon van de bovengenoemde Arnout Tholincx is. Arnoud, door huwt met éen van de twee dochters van Nicolaas Tulp. Is daardoor nauw verwant met Jan Six die de tweede dochter van Tulp ten huwelijk krijgt. Arnout zou dan aan de bijna desolate Rembrandt nog een derde opdracht hebben verstrekt. Het portret zou dan een van zijn zonen, de kooplieden Jan of Embrecht (Emberto) Tholincx kunnen zijn. Zij vestigen zich in Antwerpen, de sierlijke stad waar destijds deze lustvolle, zeer ongereformeerde kanten kraag volop in de mode is.

℘℘℘℘℘℘

Verstoten en vergeten vrouwen, aan hen ontvreemde kinderen. Een aantal leden van de Teulings- (Toelinck-) clan die rond 1650 als dertigers voor de taak komen te staan om aan hun leven wat meer vorm te geven, komt voor die allesbepalende keuze te staan. Tot dusver kom ik er een zestal tegen, die ik op mijn Whiteboard met stip heb aangegeven: Zuivere Liefhebbers, het verwijst naar een nog onontgonnen opbergmap op mijn Mac. Een volgende kraamkamer. Never Ending Stories. Nu over het herstel van de  lijnen die in de heftige storm van de godsdienststrijd werden losgeslagen. Met in mijn achterhoofd die strofe van Vondel:

Waar werd opregter trou, dan tussen man en vrou, ter werelt ooit gevonden?

℘℘℘℘℘℘