Bossche Knarren, Mijn Teulings stamboom, 01

 

schermafbeelding-2018-11-26-om-19-50-59

Opwaarts, met Friedrich Kekulé

Mijn stamboom in zijn meest eenvoudige vorm. Linea Recta van mijzelf als probant, naar de oudste Teulings. Dat alles voor zover ik die lijn met overtuigende archiefstukken kan aantonen. Anders dan mijn omvangrijke werkbestand dat ik 25 jaar geleden voor het eerst op het internet heb gepubliceerd. Inmiddels van een paar honderd naar een omvang van meerdere duizenden heb opgedist.  En met vijf of zes andere stamboom programma’s heb gesynchroniseerd.

Mijn hoop destijds was dat andere geïnteresseerden te hulp zouden schieten waar mogelijk. Verbeteringen, aanvullende archivale bronnen. Dat is zelden gebeurd. Er zijn alles bij elkaar een paar duizend gebruikers, ijverige benutters maar op enkele uitzonderingen na blijken dit kopiisten. Waar ik vergissingen maak vind ik die later duizendvoudig terug. Waar ik dacht helder te zijn in mijn tekst of transcriptie, worden soms door deze gebruikers nieuwe fouten of slordigheden toegevoegd. Er ben ermee gestopt om die ongedocumenteerde wijzigingen weer te corrigeren. Hals- und Beinbruch Er is geen beginnen meer aan.

Tot op de dag van vandaag doende om mijn stamboom te verbeteren. En aanzienlijk kleiner te maken. Maar ik nader nu spoedig mijn persoonlijke Brexit moment: de historisch dag waarop ik afscheid zal moeten nemen van dit werk, tegelijkertijd een wat droevige gebeurtenis.

Friedrich Kekulé. Ik volg in deze stamboom in rechte lijn de eenvoudige maar zeer behulpzame notatie van Friedrich Kekulé (1715). Een stamboom in rechte lijn begint met een probant, de persoon waarmee de stamboom begint, meestal de maker van deze boom. Die is de nummer 1. Mijn vader krijgt nummer 2, de grootvader nummer 4, de overgrootvader de nummer 8. In de mannelijke lijn staan dus zich steeds verdubbelende even cijfers. Hun echtgenoten krijgen een oneven nummer. Mijn moeder nummer 3, mijn grootmoeder nummer 5, enzovoort. Eenvoudig, glashelder, overzichtelijk.

 

Alle begin is Simpel

 

01 Ad Teulings (1939), Tussen Aap, Noot, Mies en Adolf

  • 2 Jos Teulings x 3 Mina de Groot
    • 1 Ad Teulings x Ankie Versfelt
      • Jasper Teulings
      • Sabien Teulings
    • 1 Ad Teulings x Loukie Hoos
      • Tijs Teulings
schermafbeelding-2018-11-26-om-19-39-47
Adolf Hitler, 50 jaar in 1939, mijn geboortejaar. Kort daarop wordt ook Nederland onder de voetgelopen en Eingegliedert.

Een weergave van de rechte lijn vanaf de probant is probleemloos tot ongeveer 1600. De doop- en trouwboeken (DTB) zijn voor die periode op internet ruimschoots voorhanden. De Beeldenstorm (rond 1570) leidt ertoe dat het Nederlandse volk verdeeld raakt over twee tribale groepen, De Protestanten (Calvinisten, Gereformeerden, Doopsgezinden en nog zo wat) en De Roomsen (alles wat op een of ander manier katholiek is). De heftige strijd die dan ontstaat leidt ertoe dat voor het eerst de nieuw geborenen als dopeling worden geregistreerd. Door de Synoden, en kort daarop ook door de Roomsen. In heftige concurrentie. Het is zieltjes tellen geblazen.

De strijd gaat gemakkelijk over naar maatregelen jegens de volwassenen. Die zijn heftiger. De godsdienstoorlog die volgt heeft een bloedige kant De verwijzing van andersdenkenden naar de galg, de brandstapel. De Martelaren voor het geloof die van beide kanten eeuwenlang worden herdacht. De tribale strijd vindt ook in alle heftigheid plaats in de economische verhoudingen. Daar is sprake van een eenzijdige actie. De overwinnaars, de Protestanten gaan over tot onteigening van alle Roomse bezittingen. Met volledige instemming van de Republiek wordt Brabant tot Wingewest verklaard. Het enige. Je mag halen wat er te halen valt, aan de Republiek valt een deel van de geroofde goederen. Eerst van de eeuwenoude kerken die zonder enige vergoeding in beslag worden genomen. De gebouwen zelf met hun vaak zeer omvangrijke bezittingen. De katholieke eredienst wordt oogluikend toegestaan in kleine schuilkerken, zoals die in het achterhuis van mijn voorouders dat wordt bereikt via een smal zandpad langs de Dieze. Op Zondag zijn in ‘s-Hertogenbosch de straten leeg, het klokgelui verstomd. Alle kloosters, zelfs de talrijke sociale zorginstellingen valt eenzelfde lot ten deel. De archieven kunnen vaak tijdig in veiligheid worden gebracht in de Zuidelijke Nederlanden die nog onder Spaans gezag staan.

Roomse vluchtelingen vinden een Safe Haven bij een katholieke landadel die in het Brabantse land een of meer heerlijkheden bezit. Een vorm van eigendom die door de Protestanten wordt gerespecteerd. De voorouders van mijn moeder, een De Groot, is voor 1600 nog een aanzienlijke Bossche patriciërsfamilie. De gehele familie ontvlucht de stad en vindt onderdak bij de Heren van Driel. Haar directe voorouders zijn fruittelers en Maasschippers.

Een andere tak van mijn familie, dichtbij, de Versfelt’s, de alleszins beminnelijke voorouders van mijn eerste vrouw zijn ook uit ‘s-Hertogenbosch afkomstig. Haar grootvader is een rasechte Bosschenaar, maar heeft een streng Gereformeerde oorsprong. Zij telt leden van de rechterlijke macht, maar ik tel, opklimmend, in elke generatie een of twee Gereformeerde predikanten. De eerste Bossche Versfelt is een immigrant, en doet kort na 1630 zijn intrede in de stad. Het zijn van huis uit, mirabile dictu, Maasschippers.

Hij wordt aangesteld als een van de rentmeesters van de nieuwe Synodale Schepenbank. Een archivaris in politieke dienst. Zijn taak wordt het om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over de nieuwe bezittingen van het Bossche Patriciaat in wording. Immigranten zoals hijzelf. Daarover moet aan de Republiek een belasting worden betaald. Maar vooral, er moet worden onderzocht of er aan deze eigendom nog restanten kleven die nog in handen van de Roomsen zijn. De onteigening moet zo strikt mogelijk worden voltooid. En die Roomsen, dat zijn soms slimmerikken.

Als ruim twee eeuwen later door Sasse van Ysselt in opdracht van de Provincie een indrukwekkend driedelig boekwerk wordt gepubliceerd over de Voorname Huizen en Bezittingen van ‘s-Hertogenbosch, dan kunnen we vaststellen dat het politionele ambtelijke werk van Rentmeester Versfelt en zijn opvolgers daarvoor veel materiaal heeft verzameld. Het boek van Sasse van Ysselt markeert ook dat het tijdperk van de onteigeningen nu echt is afgesloten.

Kortom: Ook de periode na 1600 is buitengewoon interessant, maar het Kekulé systeem is dan overbodig. In de periode daarvoor moeten de linking pins worden bepaald door raadpleging van vooral testamentaire beschikkingen van allerlei aard. Dat zijn vaak onvolledige en in elk geval complexe gegevens. Kekulé nummers worden dan gehanteerd als uiteindelijk bevestiging is gevonden van een controleerbare relatie tussen een vader, zijn echtgenote de uit deze relatie voortkomend nageslacht.

Mijn bloedeigen Teulings stam van na 1600 in rechte lijn zal ik zonder veel commentaar invoeren in Bossche Knarren 02. De details daarvan zijn veelal eerder gepubliceerd in WordPress


Ad W.M. Teulings, Bossche Knarren, Mijn Teulings Stamboom, Leiden, Aaocons, 1986


Inhoud

01 Tussen Aap, Noot, Mies, en Adolf

02 De directe lijn tot 1600