Op de kerfstok: Vijf gezworen broeders Toelinck, 1335-1525, 1471-1561

℘℘℘℘℘℘

Ik verplaats mij in de positie van klerk van de Broederschap, aan een lezenaar met inktpot, en neem de gegevens op van de vijf gezworen broeders die Lucas van Dijck beschrijft in zijn VV756-VV759. Volgens het boekje, het Rekenboek van de Lieve Vrouwen Broederschap. Dus met een kerfstok in de hand. Intredegeld en doodsgeld, daar gaat het om.

℘℘℘℘℘℘

Die retro-generatieve aanpak heeft meerdere goede redenen

  1. Het maakt het mogelijk om de gulden regel, mijn elementaire ordeningsprincipe, te toetsen. Die luidt: opeenvolgende generaties worden op hun 30e lid, zoals ik dat eerder uit de algemene ledenlijst meende te kunnen generaliseren. Gedragsvoorspelbaarheid, coherentie, dat verhoogt de controleerbaarheid van elementaire gegevens. Het is een relevante vorm van hypothesentoetsing.
  2. Mijn gulden regel maakt het aanzienlijk eenvoudiger om de uitkomsten van de ledenlijst BHIC naast de beschrijvingen van Lucas van Dijk te plaatsen, die de vijf gezworen broeders Tolinc alias Toelinck in zijn massieve gedenkboek Van Vroomheid naar vriendschap heeft opgenomen (VV756-759). In zijn tijd, 2012, is  het Rekenboek van de  Broederschap nog nauwelijks toegankelijk. Gekriebel,  met talloze inkortingen in het Latijn, of Middel-Nederlands. Ik doe hier dus een stap terug. Van Dijck haalde uit de manuscripten van het Rekenboek de informatie voor zijn beschrijvingen. Ik ga, in omgekeerde richting, van zijn beschrijvingen terug naar het summiere regest van het manuscript zoals dat in het Rekenboek moet hebben gestaan.
  3. Mijn stap terug is ook van belang, zelfs noodzakelijk, omdat bij de beschrijvingen die Lucas van Dijck in VV756-759 geeft door hem ook gebruik wordt gemaakt van andere bronnen, andere auteurs, andere archivarissen. Dat levert tegenspraken op die zelden worden benoemd, en hij laat deze meestal rusten. In een Jubileumboek kan het niet anders. Maar zo bestaan bij elk van de vijf gezworen broeders Tolinc-Toelinck de stevige tegenstrijdigheden die mij vele jaren lang onoplosbaar leken. Een ongemakkelijk gevoel. Ook omdat deze bij mijn weten tot dusver nooit door andere onderzoekers expliciet zijn vastgesteld en inmiddels tot een oplossing gebracht.
  4. Van Dijck vermeldt vrijwel nergens geboorte- of overlijdensjaren, en ook het jaar van intrede blijft veelal duister. Ik wil kijken, nu het Rekenboek zelf beschikbaar en toegankelijk is, of die jaartallen zijn terug te vinden, te reconstrueren, tenminste voldoende betrouwbaar in te schatten. Retrospectie. Het zal in mijn volgende teksten duidelijk worden waarom dit van belang is.
  5. In mijn bestudering van de ledenlijst cq. het Rekenboek van de Broederschap kom ik tenminste nog éen gezworen broeder van deze Teulings stam tegen, die aan de aandacht van van Dijck en anderen ontsnapt is. Het is meteen ook verreweg de oudste gezworen broeder in de Tolinc-Toelinck stam. En historisch gezien een interessante figuur. Daar moet naar gekeken worden. Hij hoort erbij.

℘℘℘℘℘℘

vughter poort.org
Vughterpoort va 1400

 

Een begin van reconstructie: een stevige puzzel, Frans I en Frans II Toelinck

Er zijn vijf gezworen broeders die door van Dijck worden vermeld. Vier daarvan zijn nauw verwant. Ik noem eerst hun gemeenschappelijke stamvader.

  1. Jan Toelinck
    1. Gijsbert Jan Toelinck en (1) Kathelijn Engberts van den Heesacker.
    2. Gijsbert Jan Toelinck en (2) Mechteld van den Molengrave.
      1. Frans Gijsbert Jan Toelinck (Frans I), met als moeder Kathelijn Gerit Engberts van den Heesacker. Om de kans op verwarringen wat te verminderen benoem ik deze als Frans I.
      2. Peter Gijsbert Jan Toelinck, met als moeder Mechteld van den Molengrave
        1. Frans Peter Gijsbert Jan Toelinck (Frans II), met als moeder Aleijt van den Heesacker.
        2. Gozewijn Peter Gijsbert Jan Toelinck, eveneens een zoon van Aleijt van den Heesacker

Zij stammen alle vier af van Gijsbert Jan Toelinck, die twee keer trouwde, de eerste keer met Kathelijn, daarna met Mechteld van den Molengrave.

Een vijfde broeder, Willem heeft andere voorouders. De beide takken hebben wel een gemeenschappelijke stamvader. Hij komt later aan de orde.

Deze eerste retrospectie heeft mij al heel wat tijd en hoofdbrekens gekost. Mijn best gedaan om het ze transparant mogelijk op te schrijven. Voor mijzelf, als fragment in mijn Grote Vergeetboek. En voor anderen, het zullen er niet velen zijn, die in dit thema als onderzoeker betrokken zijn geraakt. De complexiteit van de volgende tekst doet mij besluiten het exposé over de andere gezworen broeders naar een volgend tijdstip te verplaatsen.

℘℘℘℘℘℘

  1. Frans Gijsbert Jan (Frans I) en zijn vrouw Bela Gerong van den Bossche, ovl 1535
    • – z.j. geboren (1473)
    • – 1488 Frans I ontvangt lijfrente van zijn ouders Gijsbert en Kathelijn, evenals en gelijktijdig met zijn halfboer Peter, van diezelfde ouders
    • – 1489-1490 vanaf 1489 studies te Keulen, Leuven, Orléans
    • – 1495 intrede als gezworen broeder
    • –  21 nov 1526 overlijden (VV75)
    • – 23 nov 1535 erfdeling van de goederen van Francis
    • – 5 aug 1540 overlijden (Wapenboek Broederschap)
      • Contradictie: als zijn moeder wordt nu genoemd Mechteld van den Molengrave (Mechteld Int Lam)
      • Contradictie: Frans I: overlijdensdata 1526, 1540. Lucas van Dijck noemt de overlijdensdatum van 1540 in het Wapenboek onjuist. Dat lijkt mij een correcte conclusie. Het jaar 1540 hoort dan bij Frans II.
      • Contradictie: Frans II: erfdeling 1535, overlijden 1526: De erfdeling van 1535 betreft Frans I, en sluit aan bij een overlijden in 1526, niet bij een overlijden pro facto van 1540. Het betekent dat zijn 2e echtgenote in 1535 komt te overlijden. Dat overlijdensjaar betreft dus, zie hierna, Kathelijn Gerit Engbert van den Heesacker.
      • Contradictie: Kathelijn Gerit Engbert van den Heesacker wordt (VV756) als eerste huwelijkspartner genoemd, maar zij wordt ook, mét haar man Gijsbert,  vermeld als schenker van een lijfrente aan Peter. Dat maakt haar tot de 2e , niet de 1e huwelijkspartner van Gijsbert, en Mechteld tot de eerste partner. Met dat gegeven bij de hand kan nu nog een andere gevolgtrekking worden gemaakt: Deze Kathelijn Gerit Engbert is nauw verwant met Aleijt Engbert van den Heesacker (VV758). Zij hebben dezelfde grootvader Embert. Dat maakt Gerard Embert en Aleid Embert tot broer en zus. Aleid Gerard Embert is het nichtje van Aleid Embert. Voor het huwelijk van Aleid moet pauselijke dispensatie worden aangevraagd. In de archieven, zo lijkt het, wordt hiervan geen melding gemaakt. Maar bij de erfdeling is dit probleem manifest geworden. Op 25 juni 1531 krijgen Aleijt Embert en haar man Peter Gijsbert Toelinck dispensatie van de landsheer , de hertog van Brabant, cq het Hof van Brabant te ‘s-Hertogenbosch de vereiste toestemming om te testeren. De Paus blijft hier buiten schot. Peter, gezworen broeder is dan Stadsraad en hij overlijdt nog in hetzelfde jaar 1531. Hij laat een weduwe achter. Zijn vrouw Aleijt volgt pas in 1546, 15 jaar later. Dan wordt hun beider grafzerk ingericht. In de Sint Jan lees ik. Maar omdat Peter en zijn schoonvader beiden gezworen broeders zijn kan het niet anders: de grafzerk moet zich destijds bevonden hebben in de Mariakapel van de Broederschap. De kerkfabriek van de Broederschap heeft voor de uitvoering zorg gedragen.
      • Contradictie: Bij Frans I  worden studies en behaalde graden genoemd (VV757). Deze volgen elkaar razendsnel op. Een studie aan een buitenlandse Universiteit wordt in die tijd nadrukkelijk ook als een pelgrimage beschouwd. De leergierige pelgrims reizen af in kleine groepjes. De reis er naar toe en weer terug wordt gezien als een even belangrijke leerervaring als het verblijf zelf. De reis, verslagen te over, neemt al  gauw een jaar in beslag. Dat maakt deze opeenstapeling van immatriculaties in éen persoon hoe dan ook tot een onmogelijkheid.
      • Een eerste studie van Frans I vanaf 1489 suggereert een geboortejaar 1473 (intrede Keulen als 16-jarige). De genoemde contradictie kan worden opgeheven in het besef dat zowel Frans I als Frans II een of meer universitaire studies volgden. Bij een immatriculatie aan een Universiteit kan en wordt dit onderscheid tussen een Frans I en Frans II niet gemaakt. Die onbekendheid geldt met name ook voor de andere archivarissen die door Lucas van Dijck in VV796-759 worden genoemd. Er worden stuivertjes gewisseld.
      • Frans I (Frans Gijsbert Jan) is overleden in 1526; volgens mijn gulden regel van de 30-jaren cyclus maakt hij dan zijn intrede in de Broederschap al in 1496, en valt zijn geboortejaar in 1466. Een  univer-sitaire immatriculatie te Keulen in 1473 past dan perfect in het gebrui-kelijke patroon: Frans I is dan krap 17 jaar.
      • Frans II (Frans Peter Gijsbert) overlijdt op 3 Augustus 1540. Mijn Gulden Regel stelt zijn intrede in de Broederschap dan op rond 1510. En zijn geboortejaar, navenant zou mijn goede vader zeggen, op 1480. Als we aannemen dat hij ook op 16-jarige leeftijd gaat studeren, dan kan zijn eerste universitaire immatriculatie op 1496 worden gesteld. Hij wordt voor het eerst als kanunnik van het Kapittel der Sint Jan genoemd in 1519. Hij is dan 23 jaar. Een studietijd van 1496 tot 1530 maakt hem tot goede candidaat voor een pelgrimage naar de Universiteit van Orléans. Hij wordt 11 jaar later, op 3 Augustus 1530 Decaan van de Broeder-schap. Hij is dan rond 50 jaar. Voor een decaan de modale leeftijd. Hij oefent deze functie uit tot zijn overlijden op 3 Augustus 1540, precies 10 jaar later. Te mooi om waar te zijn. In het archief van de Broederschap wordt later die laatste datum doorgestreept en vervangen door 3 April 1541. (VV758)
    • ℘℘℘℘℘℘

        • Rekenboek (a):
        • Frans Gijsbert Jan Toelinck (Frans I), z.j.  en Bela, uxor, (z.j – 1535) (fiche 899)
        • Bela
        • – geb 1475
        • – intrede 1505
        • – ovl 1535
        • Rekenboek (b):
        • 1503 Mechteldis Toelinx int lam, en haar diestmaagd  Janna Willem Gerits filia in Heeswyck (fiche 3341)
        • Zij kan niet de dochter zijn van Frans en Bela, vernoemd naar haar grootmoeder; derhalve is zij de vrouw van Gijsbert Jan, de moeder van Frans I.
        • Als Frans geboren rond 1475 (cf Bela), dan zijn vader Gijsbert Jan rond 1445, en zijn grootvader Jan rond 1415.
        • Uit het huwelijk van Gijsbert Jan met Mechteld kan een dochter Mechteld geboren zijn in 1475. In 1503 kan zij zijn ingetreden in de Broederschap en wellicht over een dienstmaagd Janna beschikken.
        • De vergelijking tussen Vroomheid en vriendschap en de gegevens uit het Rekenboek dwingen mij tot een nieuwe opstelling. Ik laat de jaartallen nog even achterwege tot ik ook de andere drie  gezworen broeders in mijn retrospecties heb betrokken.
vughter poort.org
Vughterpoort va 1400

℘℘℘℘℘℘

Jan Toelinc, stamvader van deze tak

Gijsbert Jan Toelinck trouwt (1) Mechteld Gerit van den Molengrave

Gijsbert Jan Toelinck trouwt (2) Kathelijn Gerit Engberts van den Heesacker

Uit 1:

1.1. Jan Gijsbert Jan, moeder Mechteld

1.2. Frans Gijsbert Jan (Frans I), moeder Mechteld

1.3. Yda Gijsbert Jan

1.4 Liesbeth Gijsbert Jan

Uit 2:

2.1. Catharina Gijsbert Jan, moeder Kathelijn Gerit, vernoemd naar haar moeder

2.2. Gijsbert Gijsbert Jan, moeder Kathelijn Gerit, vernoemd naar zijn vader

2.3. Gerit Gijsbert Jan, moeder Kathelijn Gerit, vernoemd naar zijn grootvader

2.4. Peter Gijsbert Jan, moeder Kathelijn Gerit

Zie voor veel meer informatie en details mijn grote databestand Bossche Teulings Knarren, op internet, de website van MacFamily Tree.

℘℘℘℘℘℘