Aap uit de mouw: Aleijdis Theodericus Toelinc, (1462-1522)

De reconstructie van een stamboom, ook al betreft het een fragment, is vaak een heel karwei. Stap voor stap, dat is het. Er zijn elementen, in de vorm van een regest waarin een erfdeling wordt vastgelegd. Bij een overlijden legt een notaris de verdeling het erfgoed over kinderen en andere gerechtigden. Een ieder krijgt zijn deel. Letterlijk te nemen: een erfgoed wordt in parten verknipt. Geen akker of huis, maar het recht op een kwart of een zesde deel van een erfgoed. Dat zou al snel tot een groteske versnippering leiden, maar de snippers worden bij ieder volgend erfdeling weer aan elkaar geplakt, en pas daarna opnieuw over een volgende generatie verdeeld.

Het verhaal van Aleid is een vrij complexe geschiedenis. Ik schrijf het uit, omdat, met het vorderen der jaren, mijn geheugen mij vaak in de steek laat. De volgende tekst is in de eerste plaats bestemd voor Mijn grote Vergeetboek.

Fiche uit het Bosch protocol. (Reg. 1262, fol. 180vo, uit 1492) Met de volgende tekst.

Elisabeth dochter van wijlen Henricus zoon van wijlen Ambrosius Jans en weduwe van Mathias zoon van wijlen Jacobus Leyten alias Van Engelant, heeft haar vruchtgebruik in een erfpacht van 1 mud rogge, welke pacht Ludovicus van der Loeken zoon van Henricus van der Loeken beloofd had te betalen aan Nycolaus, Henricus en Aleijdis, kinderen van wijlen Wolterus Toelinc
en aan Henricus zoon van wijlen Ambrosius Jans uit twee hont moerasland te Rosmalen te Hynen tussen Mercelius   Dravart en Aleidis weduwe van wijlen Johannes Melis. Later heeft Katharina weduwe van Henricus zoon van Ambrosius Jans 5/6 deel verworven van Johannes en Mechteldis, kinderen van wijlen Nicolaus zoon van wijlen Wolterus Toelinc en van Wolterus zoon van wijlen Johannes van den Nieuwenhuys en 1/6e deel verworven  van Aleijdis dochter van wijlen Theodericus zoon van wijlen Wolterus Toelinc en van Petrus zoon van wijlen Gerongius Broess en van Wilhelmus zoon van wijlen Nycolaus Voet. Elisabeth bovengenoemd draagt nu de hele pacht over aan Jacobus en Wilhelmus Leyten haar zonen. 30 maart 1493

Knippen en plakken

De kern van deze tekst is voor mij natuurlijk het wel en wee van de familie Toelinc, die ik, zoals later blijkt, tot mijn voorzaten mag rekenen.

Ik onderscheid de volgende clusters van betrokkenen, de actoren.

  1. Elisabeth dochter van wijlen Henricus zoon van wijlen Ambrosius Jans en weduwe van Mathias zoon van wijlen Jacobus Leyten alias Van Engelant
  2. Katharina weduwe van Henricus zoon van Ambrosius Jans
  3. Johannes en Mechteldis, kinderen van wijlen Nicolaus zoon van wijlen Wolterus Toelinc en van Wolterus zoon van wijlen Johannes van den Nieuwenhuys
  4. Aleijdis dochter van wijlen Theodericus zoon van wijlen Wolterus Toelinc en van Petrus zoon van wijlen Gerongius Broess en van Wilhelmus zoon van wijlen Nycolaus Voet.
  5. Elisabeth bovengenoemd draagt nu de hele pacht over aan Jacobus en Wilhelmus Leyten haar zonen

Het object van deze verdeling is een perceel in Rosmalen, te Hynen. Die locatie bestaat nog tot op de dag van vandaag, de benaming is gemoderniseerd: van Hynen naar Heinen. Het is verdeeld in zes parten, wat betekent dat er zes kinderen bij deze verdeling zijn betrokken. De akte van 1493 vormt het sluitstuk van een hereniging, 5/6 is al samengevoegd, 1/6 is de voltooing, waarna dit gehele erfdeel aan éen van de erfgerechtigden, in casu Elisabeth, wordt toegewezen, waarschijnlijk de oudste van de kinderen.

Dit perceel op Hynen ben ik al vele malen tegengekomen. Het is een Hertogsleen, éen van de vele begiftigingen waarmee de hertog de ontginning van zijn woeste gronden wil bevorderen. dat gebeurt al kort na de formele stichting van ‘s-Hertogen-bosch, op het grondgebied van Orthen, volgens de overlevering een voormalig graafschap van een Frankische gouwgraaf. Het bijzondere van deze hertogslenen is dat zij van generatie op generatie in erfpacht worden gehouden. Het hertogelijk privilege dat rond 1180 wordt uitgegeven blijft een familiebezit. Hynen is een Tolinx erfgoed en zal dat tot aan het begin van de Reformatie in 1580 blijven. Deze Bossche familie wordt, zoals nog een dertigtal andere Bossche families vaak aangeduid als sHertogs leenmannen. Welgestelde burgers. Zij blijven vrijwel altijd stedelingen. De percelen die zij in erfpacht nemen zijn nooit hun woonlocatie.

Ik ga een verdere ordening aanbrengen onder de genoemde actoren, de stamtafel.

  1. Jan (geb 1342)
    1. Bruysten Jan (geb 1372, overl 1432)
      1. Hendrik Bruysten Jan (overl voor 1492, geb 1402) ev
      2. Catharina (geb na 1402)
        1. Elisabeth Hendrik Bruysten Jan (in leven in 1492, geb 1432, rond 60 jaar)
        2. ev Mathijs Jacob Leyten (overl voor 1492, geb 1432)
          1. Jacob Mathijs Jacob Leyten (geb 1462)
          2. Willem Mathijs Jacob Leyten (geb 1462)
        3. Gerong Bruysten Jan (overl voor 1492, geb 1432)
          1. Peter Gerong Bruysten (geb 1462)
  2. Hendrik van der Loeken
    1. Lodewijk Hendrik van der Loeken
  1. Wouter Toelinc (overl voor 1492, geb 1402)
    1. Nicolaas Wouter Toelinc (geb 1432)
      1. Jan Nicolaas Wouter Toelinc (geb 1462)
      2. Mechteld Nicolaas Wouter Toelinc (geb 1462)
    2. Hendrik Wouter Toelinc (geb 1432)
    3. Aleid Wouter Toelinc (geb 1432)
    4. Dirk Wouter Toelinc (overl voor 1492, geb 1432)
      1. Aleid Dirk Wouter Toelinc (geb 1462)

Als we deze stamtafel willen inpassen of laten aansluiten bij andere fragmenten dan hebben we een overzicht van jaar van geboorte en overlijden nodig. De vermelding dat iemand is oveleden in 1492 betekent niet dat we dit als het overlijdensjaar kunnen beschouwen. Er is in feite maar éen enkel houvast: de in leven zijnde erfgenamen, zijn handelingsbewaam, zij hebben geen voogd nodig, hun leeftijd is tenminste 25 jaar. Gegeven de overlijdensjaren is een schatting op 30 jaar verstandig. Zo is Dirk Wouter Toelinc waarschijnlijk geboren rond 1432. Zijn dochter Aleid is dan van 1462, dus in 1492 rond 30 jaar.

De toevoeging van ingeschatte geboorte- en overlijdensjaren laat zien dat de als eerst genoemde Elisabeth inderdaad de oudste is onder de nog levende personen. Zij heeft de leeftijd bereikt van rond 60 jaar. Zij is het die hier haar testament opmaakt. Na het verlijden van haar echtgenoot rest haar alleen nog het vruchtgebruik, een erfpacht van 1 mud rogge. Haar twee zonen erven de hele pacht (6/6 deel). Het zal niet hun bezit worden. Na hun overlijden keert het land te Hynen terug als hertogsleen van de familie Toelinc.

Interessant voor mij is nu de vraag of er in mijn bestand rond 1402 een Wouter Toelinc, die rond 1432 een of meer percelen bezit als sHertogs leenman. Er kan ook nog gekeken worden naar de Toelinc nazaten, maar een mogelijk aansluiting bij zijn voorouders is interessanter. Komt daar wellicht een aap uit de mouw?

Een Nicolaas Wouter Toelinc, geboren rond 1432 is als sHertogs leenman gegoed te Rosmalen. Uit zijn ouderlijk gezin zijn vier kinderen bekend: naast Nicolaas, Dirk, Aleid en Catharina. Allen de Hendrik hierboven genoemd ontbreekt nog. Zij zijn allen gegoed in het gebied van de Vrijdom van Orthen, o.a. in Rosmalen, waaronder percelen te Hynen.

De vader van deze Wouter, is een Wouter, zoals zijn grootvader Wouter Toelinc, alias Wellen Tolinc. Deze grootvader is dan geboren rond 1342. Het veelvuldig gebruik van de voornaam Wouter is voor mij van betekenis. Ook de man die ik, wat hypothetisch, beschouw als de stamvader van de familie draagt de naam Wouter. De drie genoemde Wouters zijn sHertogs leenman, gegoed binnen de Vrijdom van Orthen (‘s-Hertogen-bosch). Vanaf grootvader Wouter kan deze stamlijn worden vervolgd. Deze Wouter is de zoon van Jan Dirk, de zoon van Dirk Wouter Dirk.

Grootvader Wouter is harnasmaker. Hij bezit in Berlicum aan de rivier de Aa een versterkte hoeve die bekend staat als Seldensate (vernoemd naar Selsate, alias Zelzate bij Gent aan de Schelde. En voorziet zich als plaetmeker van een dubbele watermolen die de drijfkracht moet opleveren voor een staalpletterij. Een tweede Tolincx hoeve in Berlicum belendend aan Selsate draagt de naam Poprode. En ook hier is geen twijfel mogelijk over de herkomst van die naam. In Gent bezaten de Tolincs als burggraaf, kastelein, een stenen burcht genaamd Poppenrode. Zij ontvangen als privilege de tolrechten voor het scheepvaartverkeer over de Schelde, zoals de eerste Tolincs in Orthen (‘s-Hertogenbosch) van diezeflde graaf van Leuven welke vervolgens hertog van Brabant wordt, aan de Bossche Tolincs hen het rentmeesterschap over de Brabantse tolrechten verleent.

Zoals in Oost-Vlaanderen als in ‘s-Hertogenbosch kunnen we de naam Tolinx als een beroepsnaam beschouwen. Inmiddels versteend, omdat een eventuele familienaam niet meer gebruikt, laat staan herkend wordt.

In elk geval, die aap is nu wel uit de mouw. En, het zo goed al mogelijk is preciseren van het jaar van geboorte en van overlijden, dat werpt zijn vruchten af. Naast het preciseren van de locaties die familie zijn eigendom kan noemen, hoe bescheiden dan ook.